We gingen bijna veertig jaar samen op vakantie, maar hun nieuwste reisvoorstel kan ik niet betalen — en mijn reactie heeft onze vriendschap veranderd
De prijs stond op pagina zes van het reisvoorstel. Tot die tijd had ik vooral plaatjes gezien van een binnenplaats met sinaasappelbomen en een zwembad waar geen mens in lag. Ik zat aan de keukentafel, nog met mijn fietsbroek aan, en rekende het bedrag twee keer om. Alsof er bij de tweede keer iets anders uit zou komen.
Ruim zevenduizend euro voor ons samen. Twaalf dagen Andalusië. De vluchten kwamen er nog bij.
Ik stuurde in onze groepsapp: ‘Hebben jullie ergens een erfenis gevonden?’
Dat was flauw. Ik wist tijdens het typen al dat het flauw was.
Kees antwoordde met een lachend gezichtje. Marijke schreef: ‘Bekijk het nou eerst even goed, Henk.’
We kennen elkaar sinds 1985. Els en ik woonden boven hen in een gehorige huurflat in Amersfoort. We hadden nauwelijks geld en aten regelmatig met zijn vieren omdat één grote pan goedkoper was. Toen onze kinderen klein waren, gingen we naar dezelfde camping in Frankrijk. Later werden het appartementen in Spanje en Portugal.
We hebben elkaar op afschuwelijke momenten gezien. Kees heeft mij naar het ziekenhuis gereden toen mijn vader daar lag te sterven. Marijke wist eerder dan mijn eigen broer dat ik thuiszat met een burn-out. Andersom hebben wij ook dingen opgevangen. Dat houd je niet bij, maar nu merk ik dat ik het toch doe.
Ik ben drieënzestig. Sinds januari werk ik niet meer bij de technische groothandel waar ik bijna dertig jaar zat. Els is tweeënzestig en stopte vorig jaar in de kinderopvang. We overbruggen de tijd tot onze AOW met spaargeld en eerder ingaand pensioen. Dat hebben we laten doorrekenen. Het kan, zolang we niet doen alsof we nog twee volledige salarissen krijgen.
We hebben onze tweede auto verkocht. Veel spullen weggedaan. Ik koop graag tweedehands, Els wat minder graag, maar ze vindt het heerlijk dat we niet meer iedere ochtend ergens moeten zijn.
Kees en Marijke zijn inmiddels ook gestopt. Zij hebben meer te besteden. Hoeveel precies weet ik niet, en dat hoef ik ook niet te weten. Wel heeft Kees jarenlang een goedlopende installatiezaak gehad.
Vroeger merkten we het verschil nauwelijks. Kees bestelde soms een duurdere fles wijn. Wij sloegen een excursie over. Daar deed niemand moeilijk over.
Vorig jaar in Portugal veranderde er iets.
Ons appartement lag boven een bakkerij. Prima bedden, een balkonnetje, wel veel trappen. Marijke had last van haar knie en kwam steeds langzamer boven. Op de derde dag zei ze dat ze volgend jaar graag een hotel met een lift wilde.
Volkomen redelijk. Alleen ging het daarna ineens over een zwembad, ontbijt erbij, uitzicht op zee. Kees liet hotels zien waar één nacht bijna evenveel kostte als drie nachten in ons appartement.
‘We hoeven toch niet altijd meer op de kleintjes te letten?’ zei hij.
‘Sommige kleintjes tellen behoorlijk op,’ zei ik.
Els gaf me onder tafel een tik tegen mijn been.
Achteraf beweerde ik dat ik gewoon eerlijk was geweest. Maar ik had die middag ook iets gezegd over mensen die op vakantie alleen maar van restaurant naar restaurant lopen. Terwijl Marijke juist degene is die overal een markt of museum weet te vinden. Dat was niet eerlijk van mij.
Daarna werden het kleine dingen. Een restaurant dat wij te duur vonden. Kees die alvast een taxi bestelde terwijl wij wilden lopen. Ik die bij het afrekenen zei dat kraanwater blijkbaar niet meer goed genoeg was.
Ik schaam me een beetje als ik het zo opschrijf.
Toch voelde ik me ook opgejaagd. We hadden een bedrag voor die vakantie afgesproken. Iedere afwijking was op zichzelf te overzien, maar aan het einde zaten we er ruim boven. Ik durfde niet steeds degene te zijn die naar de prijzen keek.
Dat Andalusische voorstel kwam drie weken geleden. Kleinschalige hotels, privévervoer, een paar proeverijen en diners. Marijke had er echt werk van gemaakt. Ze had zelfs uitgezocht welke kamers het rustigst lagen.
Na mijn opmerking over die erfenis bleef het stil. Die avond belde Kees.
‘Als het geld het probleem is, zeg dat dan gewoon.’
‘Het ís het probleem.’
‘Maar jullie hebben toch spaargeld?’
Ik stond bij de koelkast en trok steeds een los stukje van een magneet los.
‘Dat is ook voor de jaren die nog komen.’
‘Dat begrijp ik. Maar je kunt toch niet alles bewaren voor later?’
Daar zat voor mij iets naars in. Alsof hij beter wist hoe wij moesten leven. Ik zei dat we geen zevenduizend euro gingen uitgeven om twaalf dagen verzorgd te worden.
‘Zo hoef je het ook niet te zeggen,’ zei hij.
Hij klonk niet boos. Eerder moe.
Els had vanuit de woonkamer meegeluisterd. Toen ik ophing, dacht ik dat ze opgelucht zou zijn.
‘Ik had het eigenlijk best leuk gevonden,’ zei ze.
Daar had ik geen rekening mee gehouden.
Niet met dat bedrag, legde ze uit. Maar wel met een fijn hotel. Niet zelf iedere dag boodschappen doen. Een ontbijt waar iemand anders de koffiekopjes opruimt.
‘Jij noemt ons altijd zo tevreden met weinig. Ik ben meestal ook tevreden. Maar soms wil ik gewoon iets wat niet handig of voordelig is.’
Ik heb die nacht slecht geslapen. Niet vanwege die reis. Vooral omdat ik blijkbaar namens ons allebei een soort levenshouding aan het verdedigen was.
Afgelopen zondag kwamen Kees en Marijke koffie drinken. Het was ongemakkelijk. Marijke bracht gebak mee en zei meteen dat het van de gewone bakker kwam. Ik wist niet of dat een grap was.
We hebben uiteindelijk afgesproken dat zij de reis boeken zonder ons. Niemand zei dat het beter was zo.
Marijke vroeg of we dan later in het jaar misschien een weekje samen konden. Els zei meteen ja. Ik begon over een budget en zag Kees naar zijn schoteltje kijken.
‘We hoeven het nu niet helemaal te regelen,’ zei Els.
Ze had gelijk.
Er staat nu een weekend in september in onze agenda. Nog geen bestemming, nog niets geboekt. Ondertussen zoeken Els en ik voor onszelf een appartement in Spanje. Ze heeft er eentje gevonden met een lift en een behoorlijk groot balkon. Duurder dan ik had bedacht.
Ik heb gevraagd of ze het nog één avond voor ons vast wilden houden.