Mijn man wil onze vaste vriendenavond opblazen, maar voor mij is die avond meer dan alleen een etentje
Vorige week heb ik voor het eerst in 37 jaar alleen aan een tafel gezeten waar normaal gesproken mijn man naast me zit.
Niet thuis, bedoel ik. Thuis eten we vaker apart als iemand laat is of geen trek heeft. Maar bij onze maandelijkse vriendenavond zat ik ineens tussen zes mensen die allemaal deden alsof het niet vreemd was dat Kees er niet was. Er stond een lege stoel naast me. Ik had zijn servet uiteindelijk maar op die stoel laten liggen, omdat ik niet wist wat anders normaal was.
Wij zijn met z’n achten: Marijke en Rob, Els en Henk, Petra en Joost, en Kees en ik. Ooit waren we collega’s van de gemeente, behalve Petra, die via Marijke erbij kwam. We gingen vroeger na het werk wel eens een borrel drinken. Later werden het etentjes, eerst onregelmatig, daarna iedere eerste zaterdag van de maand. Bij toerbeurt koken, al werd dat in de praktijk vaak bepaald door Marijke. Zij houdt een schriftje bij. Echt een schriftje, met namen, data en wie wanneer ‘aan de beurt’ is.
Ik weet dat mensen daar misschien om lachen. Dat schriftje, de vaste satésaus van Henk, Rob die na het hoofdgerecht altijd begint over de politiek alsof hij in een praatprogramma zit. Maar het zijn onze mensen. Ze waren er toen mijn moeder overleed, toen onze dochter Iris ging scheiden en een halfjaar met haar zoontje bij ons in huis zat, en ook toen ik vorig jaar stopte met werken in de thuiszorg.
Vooral dat laatste heeft meer met me gedaan dan ik vooraf dacht. Ik riep altijd dat ik eindelijk tijd zou hebben voor de tuin, voor lezen, voor een cursus Spaans misschien. Maar de eerste maanden voelde elke dinsdag hetzelfde. Kees werkte toen nog drie dagen bij zijn installatiebedrijf en ik merkte dat ik soms tot vier uur geen mens had gesproken. Die zaterdagavonden werden daardoor belangrijker. Niet spectaculair, maar wel iets om naartoe te leven. Even aankleden, iets maken, horen wat er speelt.
Kees vindt het juist verstikkend geworden.
Hij zei het voor het eerst een paar maanden geleden, toen we thuiskwamen van een etentje bij Els en Henk. Ik was nog bezig de glazen schaal die ik had meegenomen af te wassen.
‘Weet je wat ik nou zo zat ben?’ zei hij.
Ik dacht eerlijk gezegd dat het over Henk zou gaan, want die had weer drie keer dezelfde anekdote verteld over zijn knieoperatie.
Maar Kees zei: ‘Dat we elke maand precies hetzelfde toneelstuk opvoeren.’
Ik lachte nog een beetje. ‘Nou, zo erg is het ook weer niet.’
Hij keek me aan alsof ik iets heel doms had gezegd. ‘Marijke bepaalt wie er komt, wat we eten en hoe laat we weggaan. Rob begint over asielzoekers, Joost zegt dat hij zich erbuiten houdt maar doet dat niet, en wij knikken allemaal op de goede momenten. Ik ken de grappen al voordat ze gemaakt worden.’
Ik zei dat je na zoveel jaar nu eenmaal gewoontes hebt. Dat is niet meteen toneelspelen.
Hij antwoordde toen: ‘Nee, maar ik ben er blijkbaar een figurant geworden.’
Sindsdien komt het steeds terug. Niet elke dag, maar op rare momenten. Tijdens het ontbijt, als hij de groepsapp ziet oplichten. Of als Marijke vraagt wie er in november kan. Kees is sinds twee jaar ook met pensioen, en waar ik juist behoefte kreeg aan houvast, lijkt hij opeens onrustig. Hij wil met een wandelgroep mee waar niemand elkaar kent. Hij heeft zich ingeschreven voor een cursus fotografie bij de Volksuniversiteit. Hij praat over museumbezoek met mensen van de bibliotheek, over een keer naar een lezing in De Nieuwe Kolk. Allemaal prima, zeg ik dan. Doe vooral.
Maar voor hem is het niet genoeg dat hij nieuwe dingen erbij doet. Hij wil dat die vaste vriendenavond anders wordt of stopt.
Volgens Kees heeft hij het afgelopen voorjaar voorzichtig bij Joost aangekaart. Iets over eens niet thuis eten maar samen naar een voorstelling gaan, of een middag fietsen in plaats van altijd die lange avonden aan tafel. Joost zou hebben gezegd: ‘Leuk idee, maar dan wordt het zo’n gedoe met iedereen.’ Daarna was het onderwerp klaar.
Kees neemt dat persoonlijker op dan ik. Hij denkt dat niemand echt wil luisteren omdat Marijke liever alles overzichtelijk houdt. En ja, Marijke kan dominant zijn. Als iemand voorstelt om buiten de beurt om iets te doen, zegt ze vaak: ‘Nou, dat moeten we dan even goed afstemmen.’ Dan is het alsof je toestemming moet vragen voor een staatsbezoek.
Maar ze bedoelt het niet kwaadaardig. Ze is gewoon zo. Rob is na zijn hartinfarct ook minder makkelijk ter been, Els zorgt veel voor haar kleindochter, en Petra past op haar moeder die beginnend dement is. Niet iedereen zit te wachten op een avontuurlijk programma. Soms is het al een wonder dat we met acht mensen op één datum bij elkaar zitten.
De echte ruzie kwam toen Marijke vorige maand de planning voor de winter stuurde. Kees typte in de groepsapp dat hij graag wilde voorstellen om na nieuwjaar ‘de opzet eens open te breken’ en dat hij alleen verder mee wilde doen als er ruimte kwam voor andere activiteiten en wisselende samenstelling.
Hij liet mij dat bericht niet eerst lezen.
Binnen twee minuten reageerde Marijke met: ‘Dat klinkt nogal zwaar, Kees. Kunnen we het daar zaterdag gewoon over hebben?’
Daarna kwam er zo’n stilte in de app die veel harder binnenkomt dan wanneer mensen ruzie maken. Uiteindelijk stuurde Joost een duimpje onder Marijkes bericht. Dat was alles.
Ik was woest. Niet eens omdat hij iets wilde veranderen, maar omdat hij het zo had gebracht. ‘Alleen verder mee wil doen’ klonk voor mij als dreigen. Alsof die mensen een proef moesten afleggen om hem te mogen houden.
Kees werd ook boos. Hij zei dat ik altijd iedereen bescherm behalve hem. Dat ik precies weet hoe beklemmend Marijke kan zijn, maar liever doe alsof het gezelligheid is omdat ik bang ben om alleen te komen staan.
Dat laatste deed pijn omdat er iets in zit. Sinds ik niet meer werk, ben ik inderdaad banger geworden om contacten kwijt te raken. Ik heb vriendinnen van vroeger, maar dat zijn geen mensen die ik zomaar op een woensdagavond bel. Deze groep is verweven met alles. Ze weten nog dat Iris als kind bij Marijke op schoot in slaap viel na oud en nieuw. Ze weten hoe Kees’ vader was. Ze kennen de rare geschiedenis van ons huis, de lekkage in 2006, de verbouwing waar we bijna om uit elkaar gingen.
Maar ik vind ook dat Kees doet alsof ik geen eigen wil heb. Alsof ik alleen maar aan dat schriftje van Marijke vastklamp omdat ik zelf niets durf. Ik wil best naar een museum. Ik wil zelfs best met hem op fotografiecursus, al zie ik mezelf niet met zo’n enorme camera door de stad lopen. Alleen wil ik niet dat alles wat vertrouwd is ineens weg moet omdat hij op zijn drieënzestigste ontdekt dat hij zich nog wil ontwikkelen.
Voor het diner van vorige week zei hij dat hij niet ging. Niet als Marijke en de rest niet eerst serieus wilden bespreken dat de maandelijkse etentjes niet meer vanzelfsprekend waren.
‘Dan blijf je dus thuis?’ vroeg ik.
‘Blijkbaar wel.’
Ik heb mijn jas aangetrokken en ben gegaan. De hele autorit naar Els en Henk voelde ik me gemeen, maar ook koppig. Ik wilde niet weer afbellen namens ons allebei. Dat heb ik in het verleden al vaak genoeg gedaan als Kees geen zin had in een verjaardag.
Aan tafel vroeg Marijke vrij snel hoe het met hem was. Ik zei dat hij thuis was en dat hij wat moe was. Dat was laf, dat weet ik. Ik kon het niet opbrengen om uit te leggen dat hij eigenlijk een soort ultimatum had gesteld.
Later, toen Henk in de keuken koffie zette, zei Petra zachtjes tegen me: ‘Hij hoeft toch niet altijd mee, Sonja?’
Dat was vriendelijk bedoeld, maar ik schoot er toch van vol. Niet huilen, gewoon zo’n druk achter mijn ogen. Ik zei dat het ingewikkelder lag. Petra pakte even mijn hand en liet het verder. Daar was ik haar dankbaar voor.
Kees en ik praten nu beleefd tegen elkaar. Hij heeft gisteren gezegd dat hij met Joost een koffie wil drinken, zonder de anderen, om uit te leggen wat hij bedoelt. Ik heb gezegd dat hij dat vooral moet doen. Zelf ga ik volgende maand weer naar Marijke en Rob. Misschien alleen, misschien niet.
Vanmiddag stuurde Marijke de vraag wie er een voorgerecht wil regelen voor december. Ik heb nog niet gereageerd. Mijn telefoon ligt op de vensterbank en ik zie het bericht steeds als ik langsloop.
Normaal zou ik meteen denken: gerookte zalm, dat is makkelijk. Nu krijg ik het niet voor elkaar om alleen maar ‘ik’ te typen.