Op mijn zestigste zocht ik mijn eerste liefde op – en vond een onbekende dochter aan zijn deur

‘Mevrouw, kan ik u helpen?’ Haar stem trilde licht, maar haar blik was doordringend. Ik stond aan de drempel van een rijtjeshuis in Amersfoort, mijn hart bonkte in mijn borst alsof ik weer achttien was. ‘Eh… ik zoek Jan van Dijk. Woont hij hier?’ Mijn stem klonk vreemd, alsof ik mezelf van buitenaf hoorde. Ze keek me aan, fronste, en trok de deur iets verder open. ‘Mijn vader is boven. Wie mag ik zeggen dat er is?’

Ik slikte. ‘Mijn naam is Els. Els de Vries.’

Ze knikte, draaide zich om en riep: ‘Pap! Er is iemand voor je!’ Haar stem galmde door het huis. Ik bleef in de deuropening staan, mijn handen trilden. De vrouw – jong, begin dertig misschien – bleef me aankijken. Er was iets aan haar gezicht, haar ogen, haar kaaklijn… Het was alsof ik in een spiegel keek, maar dan dertig jaar terug in de tijd. Mijn adem stokte.

‘Mam, wie is dat?’ Een klein meisje kwam de gang in gerend, met een knuffelbeer onder haar arm. De vrouw boog zich naar haar toe. ‘Ga maar even naar de woonkamer, lieverd.’ Het meisje keek nieuwsgierig naar mij, haar blik bleef hangen op mijn gezicht.

Voetstappen op de trap. Mijn hart sloeg over. Daar was hij. Jan. Zijn haar was grijzer, zijn schouders iets gebogen, maar zijn ogen… die ogen herkende ik meteen. Hij bleef halverwege de trap staan, zijn blik viel op mij. ‘Els?’

Het was alsof de tijd even stilstond. Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. ‘Hallo Jan.’

Hij kwam langzaam naar beneden, zijn hand gleed over de leuning. ‘Wat doe jij hier?’ Zijn stem was zacht, maar er klonk iets van schrik in door. De vrouw keek van hem naar mij, haar ogen groot. ‘Kennen jullie elkaar?’

Jan knikte langzaam. ‘Heel lang geleden.’

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Alles wat ik had voorbereid, alle zinnen die ik in mijn hoofd had geoefend, verdwenen als sneeuw voor de zon. ‘Ik… ik moest je gewoon nog één keer zien. Na al die jaren.’

De vrouw keek me nog steeds aan, haar blik werd zachter. ‘Kom binnen, alsjeblieft.’ Ze deed een stap opzij. Ik stapte over de drempel, voelde de warmte van het huis, de geur van koffie en versgebakken appeltaart. Het voelde vreemd vertrouwd, alsof ik hier hoorde, maar tegelijkertijd was ik een indringer.

We gingen zitten in de woonkamer. Jan tegenover mij, de vrouw naast hem. Het meisje speelde op het kleed met haar beer. ‘Dit is mijn dochter, Marieke,’ zei Jan. ‘En dit is mijn dochter Anna.’

Anna. De vrouw die zo op mij leek. Ik keek haar aan, probeerde te glimlachen. ‘Aangenaam, Anna.’

Ze glimlachte terug, maar haar ogen bleven onderzoekend. ‘Hoe kennen jullie elkaar precies?’

Jan haalde diep adem. ‘Els en ik… we waren vroeger samen. Heel lang geleden, voor ik je moeder ontmoette.’

Anna knikte langzaam. ‘Ik wist niet dat je ooit een andere vriendin had gehad.’

Jan keek naar zijn handen. ‘Sommige dingen vertel je niet zo snel.’

Er viel een stilte. Ik voelde me ongemakkelijk, alsof ik iets had verstoord wat niet verstoord mocht worden. Maar ik was hier nu, en ik moest weten wat er gebeurd was. Waarom ik Jan nooit had kunnen vergeten, waarom ik altijd het gevoel had gehad dat er iets onaf was gebleven tussen ons.

‘Waarom ben je weggegaan, Jan?’ Mijn stem was zacht, bijna fluisterend. Jan keek op, zijn ogen glommen. ‘Ik moest. Mijn vader werd ziek, ik moest voor hem zorgen. En toen… toen was jij ineens weg.’

Ik voelde de oude pijn weer opkomen. ‘Ik was niet weg. Ik heb gewacht. Maar je kwam niet terug.’

Anna keek van de een naar de ander. ‘Wacht even… jullie zijn elkaar gewoon kwijtgeraakt?’

Jan knikte. ‘Het was een andere tijd. Geen mobieltjes, geen internet. Alleen brieven. En die zijn nooit aangekomen, denk ik.’

Ik voelde tranen over mijn wangen rollen. ‘Ik heb je zo gemist, Jan. Al die jaren.’

Hij pakte mijn hand, zijn vingers warm en vertrouwd. ‘Ik jou ook, Els. Maar het leven ging door. Ik ontmoette Karin, we kregen Anna. Maar ik heb altijd aan je gedacht.’

Anna keek naar ons, haar ogen groot. ‘Dit is… bizar. Jullie lijken wel een film.’

Ik lachte door mijn tranen heen. ‘Het voelt ook als een film. Maar het is echt.’

Het kleine meisje, Marieke, kwam naar me toe en legde haar hand op mijn knie. ‘Bent u verdrietig?’

Ik glimlachte naar haar. ‘Een beetje. Maar ook blij. Omdat ik jullie nu zie.’

Anna stond op en liep naar de keuken. Ik hoorde haar snikken. Jan keek me aan, zijn ogen vol spijt. ‘Het spijt me, Els. Voor alles wat er niet is geweest.’

‘Het is niet jouw schuld, Jan. Het leven loopt zoals het loopt.’

We zaten nog een tijdje in stilte. Anna kwam terug, haar ogen rood. ‘Ik wist niet dat mijn vader zo’n groot geheim had. En… ik weet niet wat ik moet voelen. Maar u lijkt echt op mij. Dat is… raar.’

Ik keek haar aan, voelde een steek in mijn hart. ‘Misschien zijn we meer met elkaar verbonden dan je denkt.’

Ze keek me aan, haar ogen vol vragen. ‘Wat bedoelt u?’

Ik haalde diep adem. ‘Jan en ik… we waren heel jong. Maar ik was zwanger, vlak voordat hij verdween. Ik heb het nooit iemand verteld. Ik heb het kindje verloren. Maar ik heb altijd het gevoel gehad dat er iets van mij is achtergebleven bij Jan.’

Anna sloeg haar hand voor haar mond. ‘Dus…’

‘Nee, jij bent niet mijn dochter,’ zei ik snel. ‘Maar het voelt wel alsof ik een stukje van mezelf terugvind, nu ik jou zie. Alsof alles weer samenkomt.’

Jan pakte mijn hand weer. ‘Het spijt me zo, Els. Voor alles wat we niet hebben gehad.’

Anna keek naar haar vader, toen naar mij. ‘Misschien is het tijd om het verleden los te laten. Of in ieder geval te accepteren dat het is zoals het is.’

Ik knikte. ‘Misschien wel. Maar ik moest je gewoon nog één keer zien, Jan. Om te weten dat het goed met je gaat. En om te zien wat er van ons leven is geworden.’

We praatten nog uren. Over vroeger, over nu, over alles wat er tussenin lag. Toen ik uiteindelijk opstond om te gaan, voelde ik me lichter. Alsof ik eindelijk een hoofdstuk had afgesloten dat al te lang open was gebleven.

Buiten, op de stoep, keek ik nog één keer om. Anna stond in de deuropening, Marieke zwaaide. Jan keek me aan, een traan op zijn wang. ‘Dag Els.’

‘Dag Jan. Zorg goed voor jezelf.’

Terwijl ik naar huis liep, dacht ik aan alles wat er was gebeurd. Aan de liefde die nooit helemaal was verdwenen. Aan de pijn, maar ook aan de troost van het weerzien. En ik vroeg me af: hoeveel mensen dragen nog zo’n onverwerkt verleden met zich mee? En wat zou er gebeuren als we allemaal de moed hadden om het onder ogen te zien?

Zou jij het durven – je eerste liefde opzoeken, na al die jaren? Of zijn sommige herinneringen beter veilig opgeborgen?