Oudjaarsavond op het Snijvlak: Liefde, Verlangen en de Prijs van Harmonie

‘Moet je nou alweer zo moeilijk doen, Eva?’ Marks stem snijdt door de woonkamer, scherper dan het vuurwerk dat buiten al voorzichtig begint te knetteren. Ik staar naar de lege glazen op tafel, de slingers die ik met tegenzin heb opgehangen. Mijn handen trillen een beetje. ‘Ik wil gewoon een rustige avond, Mark. Gewoon even… samen zijn. Zonder al die mensen.’

Hij lacht kort, schamper. ‘Het is oudjaarsavond, Eva! Iedereen komt. Je weet toch hoe belangrijk dit voor mij is? Voor ons?’

Ik knik, maar voel hoe mijn keel dichtknijpt. Het is altijd hetzelfde liedje. Mark wil het huis vol mensen, muziek, drank en lawaai. Ik wil stilte, een goed gesprek, misschien samen op de bank met een dekentje en een glas wijn. Maar dat zeg ik niet hardop. In plaats daarvan loop ik naar de keuken, waar de schaal met oliebollen staat te wachten. Mijn moeder zou trots zijn geweest op mijn baksel, maar ze is er niet meer om het te proeven.

‘Eva, kom op! Het is maar één avond per jaar,’ roept Mark vanuit de woonkamer. Zijn stem klinkt zachter nu, bijna smekend. ‘Doe het voor mij.’

Ik sluit mijn ogen en adem diep in. Doe het voor mij. Hoe vaak heb ik dat niet gehoord? Doe het voor mij, Eva. Voor de kinderen. Voor de familie. Voor de schijn.

De bel gaat. Mijn hart slaat over. De eerste gasten zijn er. Ik trek mijn mondhoeken omhoog in een glimlach die niet tot mijn ogen reikt en open de deur voor Sanne en Jeroen, Marks beste vrienden. Ze kussen me op beide wangen, hun gezichten rood van de kou en de voorpret.

‘Gezellig!’ roept Sanne terwijl ze haar jas uittrekt en meteen begint te praten over hun vakantieplannen naar de Ardennen. Ik knik en lach op de juiste momenten, maar haar woorden dwarrelen langs me heen als sneeuwvlokken die nooit blijven liggen.

De avond vordert. Het huis vult zich met stemmen, gelach, muziek uit de bluetooth-speaker die Mark vorige week nog speciaal heeft gekocht. Ik zie hem dansen met onze dochter Lotte, acht jaar oud en stralend in haar glitterjurkje. Even voel ik een steek van schuld: ben ik ondankbaar? Waarom kan ik niet gewoon genieten?

‘Mam, kom je ook dansen?’ Lotte kijkt me aan met grote ogen. Ik glimlach flauwtjes en schud mijn hoofd. ‘Misschien straks, lieverd.’

In de keuken hoor ik mijn schoonmoeder tegen mijn zusje fluisteren: ‘Ze is weer zo stil vanavond.’

Mijn zusje kijkt me aan met een blik die alles zegt: ik weet het, maar ik kan je niet helpen.

De klok tikt langzaam richting middernacht. Buiten barst het vuurwerk los in felle kleuren boven de grachten van Utrecht. Binnen voel ik me steeds kleiner worden, opgeslokt door het feestgedruis dat niet het mijne is.

Mark komt naast me staan en legt zijn hand op mijn schouder. ‘Gaat het?’ vraagt hij zacht.

Ik slik. ‘Ik weet het niet,’ fluister ik terug.

Hij zucht en draait zich om naar zijn vrienden. ‘Ze is gewoon moe,’ zegt hij hardop, alsof dat alles verklaart.

Maar het is niet alleen moeheid. Het is iets wat al maanden sluimert, misschien zelfs jaren. Sinds ik mijn baan verloor bij de bibliotheek – bezuinigingen, zeiden ze – ben ik langzaam verdwenen in het huishouden, in het moederschap, in Marks wereld.

Mijn dromen om te schrijven liggen ergens onderin een la, samen met oude notitieboekjes vol halve verhalen en gedichten die niemand ooit heeft gelezen.

‘Eva!’ roept Sanne ineens vanuit de woonkamer. ‘Kom je erbij? We gaan karaoke doen!’

Iedereen kijkt naar me. Ik voel hun blikken prikken als naalden in mijn huid.

‘Nee dankje,’ zeg ik zacht.

Mark rolt met zijn ogen en pakt de microfoon zelf. Hij zingt luidkeels mee met Hazes terwijl iedereen joelt en klapt.

Ik loop naar boven, naar onze slaapkamer waar het stil is behalve het gedempte geluid van vuurwerk en stemmen beneden. Ik trek mijn vest strak om me heen en kijk uit het raam naar de stad die explodeert in licht.

Mijn telefoon trilt. Een berichtje van mijn vader: ‘Gelukkig nieuwjaar, meisje. Ik mis je moeder ook vandaag.’

Tranen prikken achter mijn ogen. Ik typ terug: ‘Ik mis haar elke dag.’

Beneden hoor ik Lotte roepen: ‘Waar is mama?’

Mark antwoordt: ‘Ze komt zo wel weer.’

Maar ik kom niet terug. Niet meteen.

Ik denk aan vroeger, aan oudejaarsavonden met mijn ouders in een klein huisje in Friesland. Geen grote feesten, alleen wij drieën, warme chocolademelk en oliebollen bij kaarslicht. Mijn moeder die zachtjes zong terwijl ze mijn haar borstelde.

‘Eva?’ De deur gaat open. Het is Mark.

‘Wat doe je hier?’ vraagt hij zacht.

Ik draai me om en kijk hem aan. Zijn gezicht is rood van het zingen, zijn ogen glanzen van drank of misschien van iets anders.

‘Ik kan dit niet meer,’ fluister ik.

Hij fronst zijn wenkbrauwen. ‘Wat bedoel je?’

‘Dit… alles altijd maar voor jou doen. Voor iedereen behalve mezelf.’

Hij zucht diep en gaat op het bed zitten. ‘Je overdrijft.’

‘Nee,’ zeg ik terwijl ik voel hoe mijn stem sterker wordt. ‘Ik ben mezelf kwijtgeraakt, Mark.’

Hij kijkt weg, staart naar zijn handen.

‘We hebben kinderen, Eva. Een gezin.’

‘En waar ben ik dan gebleven?’ Mijn stem breekt nu echt.

Hij zegt niets meer.

De klok slaat twaalf uur beneden; gejuich stijgt op uit de woonkamer. Vuurwerk verlicht onze slaapkamer in korte flitsen.

‘Ik wil dat je gelukkig bent,’ zegt Mark uiteindelijk zacht.

‘Dat wil ik ook,’ fluister ik terug.

We zitten zwijgend naast elkaar terwijl buiten het nieuwe jaar begint.

Later die nacht lig ik wakker naast hem in bed terwijl Lotte tussen ons in ligt te slapen – ze was bang voor het vuurwerk en kroop bij ons onder de dekens.

Ik aai haar haren en voel hoe haar kleine handje mijn arm vastpakt in haar slaap.

Misschien is dit genoeg, denk ik even hoopvol.

Maar diep vanbinnen weet ik dat er iets moet veranderen.

De volgende ochtend is het huis stil; lege glazen op tafel, confetti op de vloer, een geur van vuurwerk die door de kieren naar binnen is geslopen.

Mark zit aan tafel met een kop koffie en kijkt me aan alsof hij iets wil zeggen maar niet weet waar te beginnen.

‘We moeten praten,’ zeg ik zacht.

Hij knikt langzaam.

En terwijl buiten de eerste dag van het nieuwe jaar begint met grijze luchten boven Utrecht, vraag ik me af: hoeveel moet je opgeven voor harmonie? En wanneer mag je eindelijk kiezen voor jezelf?