Een vergeten foto, een onbekende vrouw: het geheim van mijn vader dat mijn leven op z’n kop zette
‘Wie is zij?’ fluisterde ik, terwijl mijn vingers trilden boven de vergeelde foto. Mijn adem stokte. Het was alsof de tijd even stilstond in de woonkamer, tussen de dozen vol herinneringen en het muffe stof van het verleden. Mijn moeder was nog maar net begraven, haar geur hing nog in de gordijnen, en nu zat ik hier op de grond met een album in mijn schoot dat meer vragen opriep dan antwoorden gaf.
Op de foto stond mijn vader, jong en stralend, zijn arm om een vrouw die ik niet kende. Ze lachte naar hem zoals mijn moeder nooit had gedaan. Op de achterkant, in sierlijke letters: ‘Voor altijd jouw Lieve, – A.’
Mijn hart bonsde in mijn keel. Wie was A.? Waarom had ik haar nooit gezien, nooit over haar gehoord? Mijn vader had altijd gezwegen over zijn verleden, maar nu voelde het alsof hij me iets belangrijks had onthouden. Ik kon het niet laten en liep meteen naar de keuken, waar mijn oudere broer Bas koffie stond te zetten.
‘Bas, kijk eens naar deze foto,’ zei ik, mijn stem schor. Hij keek vluchtig, haalde zijn schouders op. ‘Zal wel een vriendin van vroeger zijn. Pap had vast meer vriendinnen voordat hij met mam trouwde.’
‘Maar kijk dan naar die tekst!’ Ik duwde de foto onder zijn neus. Bas fronste zijn wenkbrauwen en las hardop voor. Zijn gezicht vertrok.
‘Misschien… misschien moeten we het gewoon laten rusten,’ zei hij zacht. Maar ik kon het niet loslaten. De onrust groeide als een storm in mijn borst.
Die nacht lag ik wakker in het huis waar ik was opgegroeid, luisterend naar het zachte tikken van de regen tegen het raam. Mijn gedachten tolden. Was mijn vader ooit verliefd geweest op iemand anders? Was er iets gebeurd waardoor hij die liefde moest opgeven? Of was er meer aan de hand?
De volgende ochtend besloot ik het aan mijn vader te vragen. Hij zat aan de keukentafel, zijn handen om een kop thee geklemd, zijn ogen dof van verdriet om mama.
‘Pap… wie is die vrouw op deze foto?’ vroeg ik voorzichtig.
Hij keek niet op. ‘Dat is lang geleden,’ mompelde hij.
‘Maar wie is ze? Waarom heb ik nooit van haar gehoord?’
Hij zuchtte diep. ‘Sommige dingen zijn beter om te vergeten, Lieke.’
Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. ‘Maar pap, ik wil het weten. Ik heb recht op de waarheid.’
Hij keek me eindelijk aan, zijn blik moe en gebroken. ‘Ze heette Anna. We waren jong. Het was oorlogstijd… alles was anders toen.’
‘Wat is er met haar gebeurd?’
Hij zweeg lang. ‘Ze moest weg. Haar familie wilde niet dat ze met mij verderging. Ze is naar Canada vertrokken met haar ouders. Ik heb haar nooit meer gezien.’
Ik slikte. ‘Maar waarom heb je nooit iets verteld?’
‘Omdat het pijn deed,’ zei hij zacht. ‘En omdat jouw moeder… ze wist ervan, maar we spraken er nooit over.’
Ik voelde me verraden – niet alleen door hem, maar ook door mama. Hoeveel geheimen waren er nog meer?
De dagen daarna kon ik nergens anders aan denken. Ik zocht in oude brieven, dagboeken, zelfs in gemeentearchieven. Overal zocht ik naar Anna, naar sporen van haar bestaan. Mijn broer vond me overdreven.
‘Je maakt jezelf gek, Lieke,’ zei hij tijdens een familiediner bij onze tante Els in Utrecht.
‘Misschien wel,’ gaf ik toe. ‘Maar ik moet weten wie ze was. Misschien heb ik wel familie in Canada!’
Mijn tante luisterde zwijgend mee en legde plotseling haar hand op mijn arm. ‘Ik herinner me Anna nog wel,’ zei ze zachtjes. ‘Ze was anders dan de andere meisjes uit het dorp. Avontuurlijk, slim… jouw vader was stapelgek op haar.’
‘Waarom mocht het dan niet?’ vroeg ik.
Tante Els keek weg. ‘Haar ouders waren streng gereformeerd. Ze wilden niet dat hun dochter met een katholieke jongen trouwde.’
Het voelde als een klap in mijn gezicht – zoveel pijn en verdriet om iets waar niemand iets aan kon doen.
Thuis bleef ik piekeren. Ik droomde over Anna: hoe ze eruitzag, hoe haar stem klonk, of ze gelukkig was geworden in Canada. Soms voelde het alsof ze dichterbij was dan ooit – alsof ze me iets wilde vertellen.
Op een avond vond ik een brief tussen mama’s spullen, verstopt onderin een doos met oude kerstkaarten. Het handschrift was hetzelfde als op de foto.
‘Lieve Jan,
Ik hoop dat je gelukkig bent geworden. Ik zal je nooit vergeten.
Anna’
Mijn handen beefden terwijl ik las. Mijn vader had deze brief al die jaren bewaard – zelfs toen hij met mama trouwde, zelfs toen wij geboren werden.
Ik confronteerde hem opnieuw.
‘Pap… waarom heb je deze brief bewaard?’
Hij keek me lang aan en zei toen: ‘Omdat sommige liefdes nooit helemaal verdwijnen.’
Die nacht huilde ik om alles wat verloren was gegaan – om Anna, om mijn ouders, om het leven dat anders had kunnen zijn.
De weken verstreken en langzaam leerde ik vrede te sluiten met het verleden van mijn ouders. Maar soms vraag ik me nog steeds af: hoeveel weten we eigenlijk echt van onze ouders? Hoeveel geheimen dragen zij met zich mee – en willen we die allemaal wel kennen?
Wat zou jij doen als je zo’n geheim ontdekte? Zou je blijven zoeken naar antwoorden, of zou je het verleden laten rusten?