Mijn man en ik twijfelen of we de vakantie van onze vriend moeten betalen, nu hij na zijn scheiding bijna niets meer heeft
Ik heb de offerte voor Portugal nu al drie weken openstaan op mijn laptop. Elke keer als ik hem zie, klap ik hem weg. Niet omdat ik geen zin heb in de Algarve, integendeel. We gaan daar al jaren heen, met z’n achten. Nou ja, officieel waren we altijd met vier stellen. Inmiddels zijn we allemaal ergens tussen de 62 en 68, hebben we grijze slapen, kunstknieën in de groep en een gezamenlijke app waarin meer over medicijnen en kleinkinderen wordt gepraat dan over wilde avonden.
Maar die vakantie is van ons. Tien dagen in mei, een ruim huis met een zwembad, ieder een eigen kamer en badkamer, huurauto’s vanaf Faro. We koken om de beurt, al eten we ook belachelijk vaak buiten omdat niemand op vakantie zin heeft om uitgebreid te doen. Het is luxe, daar zijn we eerlijk in. Niet extravagant met champagne bij het ontbijt, maar ook niet goedkoop. Iedereen heeft altijd gewoon zijn deel betaald. Geen gedoe, geen gesjoemel. Juist daardoor ging het al veertig jaar goed tussen ons.
Kees en Marja waren er vanaf het begin bij. Mijn man Erik kent Kees nog van de technische school in Zwolle. Wij woonden vroeger met z’n allen in dezelfde nieuwbouwwijk, toen de kinderen klein waren en iedereen nog dacht dat je leven ongeveer zou lopen zoals je het had uitgestippeld. Zaterdagvoetbal, barbecue in de achtertuin, kamperen in Frankrijk. Later werden de campings appartementen en daarna villa’s met een zwembad, omdat we daar inmiddels hard genoeg voor gewerkt hadden.
Kees is vorig najaar gescheiden. Of eigenlijk: Marja is weggegaan. Ik zeg dat niet omdat ik partij wil kiezen, maar omdat het zo feitelijk ging. Op een dinsdag belde hij Erik op. Hij stond in de keuken en Marja had een weekendtas meegenomen. Daarna bleek er al langer van alles te spelen. Ze hadden het huis verkocht, zij waren allebei ergens anders gaan wonen en wat je aan de buitenkant zag als een keurige scheiding, was van binnen blijkbaar één grote puinhoop.
Kees zei steeds dat het financieel wel zou lukken. Hij had ‘wat dingen lopen’. Zo noemde hij het. Hij had na zijn VUT nog advieswerk gedaan en geld gestoken in een bedrijfje van de zoon van een kennis. Ook iets met opslagboxen, geloof ik. Ik heb er nooit precies naar gevraagd. Misschien omdat ik voelde dat hij er omheen draaide, misschien omdat ik zelf ook niet zo goed weet hoe je naar een oude vriend kijkt als hij ineens niet meer degene is die hij altijd was.
Begin februari kwam het berichtje van hem, alleen aan Erik en mij. Of we even konden bellen.
Hij zei dat hij heel graag mee wilde naar Portugal. ‘Ik moet er gewoon even uit, jongens. Niet weer tien dagen alleen in dat appartement zitten.’
Dat begreep ik meteen. Zijn appartement is een huurflat in Hattem, prima genoeg, maar hij zit er nog tussen half uitgepakte dozen. De eettafel die hij had gekocht bleek te groot, dus die staat tegen de muur met twee stoelen eromheen. Als je bij hem koffie drinkt, hoor je de bovenbuurman lopen. Het is niet dat zo’n vakantie zijn problemen oplost, maar ik kon me heel goed voorstellen dat hij die dagen nodig dacht te hebben.
Toen kwam het deel waar hij zichtbaar moeite mee had. Hij vroeg of wij het in de groep voorzichtig konden aankaarten. Niet als lening, zei hij meteen. Hij kon geen beloftes doen die hij misschien niet waarmaakte. Maar misschien konden we allemaal iets bijdragen. Hij schaamde zich kapot dat hij het vroeg.
Erik zei op dat moment: ‘Natuurlijk kijken we ernaar.’
Ik zat naast hem aan tafel en knikte zelfs nog. Pas nadat we hadden opgehangen, zei ik: ‘Wat hebben we nou eigenlijk toegezegd?’
Erik werd daar boos om, niet echt hard, maar wel gekwetst. Hij vond dat ik meteen in bedragen dacht. Dat is misschien ook zo. Onze kinderen studeren niet meer, we hebben het goed. Ik werk nog drie dagen op de administratie van een fysiopraktijk, Erik is net minder gaan werken. We kunnen die reis van Kees betalen zonder dat we er zelf door in de problemen komen.
Maar het gaat niet alleen om dat geld.
Twee dagen later belde Anja mij. Zij is getrouwd met Willem, ook al vanaf het begin van de club. Ze klonk onrustig. Kees had haar ook gebeld, maar hij had het anders verteld. Tegen haar had hij gezegd dat hij waarschijnlijk ‘een paar duizend euro tekortkwam’ door de afwikkeling van het huis. Aan ons had hij gezegd dat zijn investeringen voorlopig niets opleverden. Tegen Henk, zo hoorden we later, had hij gezegd dat Marja hem met schulden had laten zitten.
Geen van die verhalen was helemaal onwaar. Dat maakte het juist zo vervelend.
Willem had via via gehoord dat Kees ook nog een persoonlijke lening had afgesloten. En dat hij geld had geleend van zijn dochter, die zelf met haar gezin in een rijtjeshuis in Kampen woont en echt niet ruim zit. Ineens stond die Portugalreis niet meer op zichzelf. Als wij met z’n allen zijn verblijf betaalden, hielpen we hem dan door een zware periode heen? Of maakten we het makkelijker voor hem om niet te kijken naar hoe diep hij inmiddels zat?
Tijdens onze maandelijkse etentje bij De Koperen Hoogte, waar we al jaren komen, hing het onderwerp de hele avond boven tafel zonder dat iemand het benoemde. Kees was er ook. Hij had een nieuw overhemd aan en deed overdreven vrolijk. Hij vertelde dat hij misschien weer een klus had als interim-begeleider. Henk vroeg wat voor klus precies, en Kees zei: ‘Ach, nog niet concreet.’ Daarna begon hij over de wijnkaart.
Ik vond hem die avond soms irritant. Dat durf ik bijna niet te schrijven. Hij wilde zo graag doen alsof er niets aan de hand was, dat wij allemaal moesten meespelen. Tegelijkertijd zag ik hoe hij zijn telefoon omdraaide zodra die trilde. En toen we afscheid namen, bleef hij even te lang bij Erik staan. Alsof hij niet naar zijn auto wilde.
Thuis zei ik tegen Erik dat we niet namens de groep konden beslissen. Hij zei dat hij dat ook niet wilde, maar dat Kees misschien wel gelijk had: als iedereen een paar honderd euro gaf, voelde het minder alsof wij hem onderhielden.
‘Of juist meer,’ zei ik. ‘Dan weet straks iedereen precies dat hij niet mee kon zonder hulp.’
Erik zei een tijd niets. Hij zette de vaatwasser aan, hoewel er bijna niets in stond. Toen zei hij: ‘Als ik in zijn schoenen stond, zou ik hopen dat iemand me er gewoon bij hield.’
Dat raakte me. Want dat is waar het over gaat. Niet over die villa of een vlucht van Transavia. Kees is bang dat hij straks niet alleen zonder Marja zit, maar ook zonder ons. En misschien is die angst groter dan zijn schulden.
Toch hebben we gisteren de knoop niet doorgehakt. Erik heeft Kees gebeld en gezegd dat we eerst eerlijk met de hele groep moeten praten, niet over alle details van zijn geldzaken, maar wel over de vakantie. Kees werd stil. Hij zei alleen: ‘Dus iedereen mag stemmen of ik nog mee mag?’
Dat was niet wat Erik bedoelde. Maar ik snapte wel waarom Kees het zo hoorde.
De groepsapp is sinds gisteren opvallend rustig. Normaal stuurt Anja al foto’s van ligbedden en vraagt Willem wie er weer een golfset meesleept. Nu staat de offerte nog steeds open op mijn laptop. De optie verloopt maandag.
Ik weet dat wij die reis voor Kees kunnen betalen. Misschien doen we dat uiteindelijk ook, zonder er verder een woord aan vuil te maken. Maar ik ben bang dat hij dan volgend jaar nog steeds niet uit die put is, en dat wij dan niet meer weten hoe we nee moeten zeggen. En ik ben minstens zo bang dat we nu nee zeggen, hij thuisblijft, en er aan die lange tafel in Portugal een lege stoel staat die niemand durft aan te kijken.