Na achttien jaar samen op vakantie wilden wij ons geld aan ons huis besteden. Onze vrienden boekten zonder ons, maar vroegen wel of ik hen naar Schiphol bracht

Ik had het vluchtnummer al in mijn agenda gezet voordat ik bedacht dat ik eigenlijk helemaal niet naar Schiphol wilde rijden. Vertrek 07.15 uur. Dat betekende rond halfvier bij Peter en Anja voor de deur staan.

Normaal hoefde niemand dat te vragen. Als wij niet samen vlogen, brachten we elkaar. Maar dit keer voelde het anders. Ik schaam me er nog steeds een beetje voor dat juist dat ritje me zo dwarszat.

Mijn vrouw Marja en ik zijn allebei zestig. Peter is tweeënzestig, Anja wordt deze zomer zestig. We kennen elkaar via de tennisclub, al tennist inmiddels alleen Peter nog. Onze kinderen hebben bij elkaar gelogeerd, we hebben verjaardagen gevierd met te veel eten en elkaar geholpen na operaties en verhuizingen.

Toen mijn vader overleed, stond Anja bij ons de badkamer schoon te maken terwijl wij bij de uitvaartondernemer zaten. Dat soort dingen vergeet je niet.

Sinds achttien jaar gaan we samen op vakantie. Eerst een week Mallorca, later steeds verder en luxer. Hotels waar je handdoeken bij het zwembad kreeg en niet zelf achter een huurauto aan hoefde. Portugal, Kreta, Madeira. Eén keer Zuid-Afrika. Daar begin ik liever niet over als ik vertel dat we nu duurzamer willen leven.

Ik vond het namelijk heerlijk. Nog steeds eigenlijk.

Meestal waren we met z’n tweeën ergens tussen de vijf- en zesduizend euro kwijt. We legden daar maandelijks geld voor opzij. Geen schulden, geen geheimzinnige potjes. Gewoon een keuze die we konden betalen.

Afgelopen winter veranderde dat. Niet omdat we ineens andere mensen waren geworden, maar omdat we al jaren over ons huis praatten en nooit iets deden. Het is een hoekwoning uit 1978. Tocht bij de achterpui, matige isolatie, een ketel die nog werkte maar oud begon te worden.

Marja kwam op een avond met de gasrekening aan tafel zitten.

‘We kunnen nog tien jaar zeggen dat het ooit moet,’ zei ze.

We lieten een adviseur komen. Daarna kwamen de offertes. Isolatie, glas, aanpassingen aan de verwarming en uiteindelijk een warmtepomp. Alles bij elkaar ruim veertigduizend euro, vóór eventuele subsidies. Of we daarmee helemaal klimaatneutraal zouden zijn, durfde niemand te beloven. We wilden in elk geval van het gas af en veel minder verbruiken.

We hadden spaargeld, maar wilden niet onze hele reserve opmaken. Daarom zouden we twee jaar geen grote reizen maken.

Dat leek ons een vrij gewone mededeling.

We vertelden het op een zondagmiddag bij Peter en Anja. Er lag alweer een brochure op tafel. Anja had iets gevonden op Tenerife, alleen volwassenen, met een restaurant dat blijkbaar erg goed was.

Marja zei dat we dit jaar wilden overslaan. Of misschien met z’n vieren een huisje huren in Zeeland, buiten het hoogseizoen.

Anja schoof de brochure onder een tijdschrift.

‘Een huisje,’ zei ze. ‘Met zelf koken en schoonmaken?’

Ik lachte, omdat ik dacht dat ze een grap maakte.

Peter vroeg wat die verbouwing ging kosten. Toen ik het bedrag noemde, floot hij.

‘Maar dan kan die vakantie er toch ook nog wel bij?’

Ik probeerde het uit te leggen. Dat we ergens een grens moesten trekken. Dat we dit nu belangrijker vonden.

Daar ging het mis, denk ik. Bij dat woord belangrijker.

‘Dus wat wij samen doen is niet belangrijk meer,’ zei Anja.

‘Dat zeg ik niet.’

‘Je zegt het eigenlijk wel.’

We gingen die middag eerder naar huis dan normaal. De kaas lag nog op het plankje.

Daarna kwamen er appjes. Eerst aanbiedingen van goedkopere hotels. Toen de mogelijkheid om de reis later te betalen, wat we nooit eerder hadden gedaan. Peter schreef dat er altijd wel een manier was als je echt wilde.

Ik antwoordde te kort: ‘Maar we willen dit jaar dus iets anders.’

Daar heb ik spijt van. Niet van de inhoud, wel van hoe het er stond.

Een week later belde hij. Hij vond dat we onze prioriteiten verkeerd hadden. Op onze leeftijd moest je herinneringen maken. Zijn broer was op zijn drieënzestigste overleden, twee jaar geleden. Dat wist ik natuurlijk. Toch had ik er bij dit gesprek niet aan gedacht.

‘Straks kunnen we niet meer,’ zei hij.

Ik wist daar even niets op te zeggen.

Toen begon ik over vliegen en uitstoot. Ook nog. Alsof hij een cijferlijst nodig had op het moment dat hij over zijn broer sprak.

‘Jij hebt anders zelf die tickets naar Kaapstad uitgezocht,’ zei hij.

Dat klopte.

Marja vond later dat ik hem gewoon had moeten laten uitpraten. Zij was ook boos op hen, maar zei dat ik soms deed alsof ons nieuwe plan met terugwerkende kracht al onze oude vakanties fout maakte.

In maart boekten Peter en Anja Tenerife met een ander stel van de tennisclub. We hoorden het via een foto in onze groepsapp: vier glazen wijn, de boekingsbevestiging op tafel.

‘De knoop is doorgehakt!’ stond erbij.

Ik voelde me buitengesloten, wat nogal onredelijk was. We hadden zelf gezegd dat we niet meegingen. Toch zat ik die avond steeds opnieuw naar die foto te kijken.

Marja feliciteerde hen met de boeking. Ik stuurde een duimpje.

Twee dagen later vroeg Anja of wij in juni wel hielpen met haar verjaardagsfeest. Marja deed altijd de salades en ik regelde de drank en bracht de lege kratten terug. Natuurlijk zouden we helpen, schreef Marja.

Daarna kwam de vraag over Schiphol.

Ik belde Peter in plaats van terug te appen. Ik zei dat ik het moeilijk vond dat we volgens hen niet meer in de groep pasten, maar voor de gebruikelijke klussen blijkbaar nog wel goed genoeg waren.

‘Dat heeft Anja één keer uit boosheid gezegd,’ zei hij. ‘Moeten we daar nou op afgerekend blijven worden?’

Hij klonk moe. Ik waarschijnlijk ook.

We hebben uiteindelijk bijna drie kwartier gepraat, zonder dat we het eens werden. Hij vindt nog steeds dat wij iets gezamenlijks zomaar hebben opgegeven. Ik vind nog steeds dat we geen toestemming nodig hebben om ons vakantiegeld anders te besteden.

Vorige week is het glas geplaatst. Er zit nog een beschadiging op een vensterbank en de rekening viel hoger uit door houtrot. Marja en ik hebben daar flink over gemopperd. Zo verheven voelt onze keuze in de praktijk niet.

We hebben voor september vier nachten een huisje in Drenthe geboekt, met z’n tweeën. Ik heb het nog niet in de groepsapp gezet.

Naar Schiphol rijd ik niet. Peter heeft inmiddels een taxi geregeld. Zaterdag ga ik wel met hem drank halen voor Anja’s verjaardag. Marja heeft gevraagd voor hoeveel mensen ze pastasalade moet maken. Daar is nog geen antwoord op gekomen.