Na 27 jaar samen naar Frankrijk slaan wij één vakantie over om onze kleinzoon te helpen. Onze beste vrienden noemen het een afwijzing

Ik heb het vakantiebedrag nog steeds op een briefje naast de computer liggen. € 3.860, zonder benzine en boodschappen. Henk had het voor ons uitgerekend, keurig met de huur van het huis erbij en de overnachting onderweg.

Vroeger hoefde ik daar alleen een vinkje achter te zetten. Dit jaar heb ik het briefje al drie keer bij het oud papier gelegd en er weer uitgehaald.

Mijn vrouw Marja en ik zijn 66 en 68. Henk en Els kennen we van de volleybalvereniging, van toen we allemaal nog knieën hadden waar je niet over nadacht. Onze kinderen waren klein toen we voor het eerst samen gingen kamperen in Frankrijk. Later werden het huisjes. De kinderen gingen niet meer mee, wij wel.

Zevenentwintig zomers, op twee uitzonderingen na. Mijn operatie en corona. Altijd drie weken in juni, buiten het hoogseizoen.

We hebben aan elkaars ziekenhuisbed gezeten. Henk heeft na mijn hernia onze tuin gedaan zonder het te vragen. Toen Els haar zus verloor, is Marja wekenlang op donderdag bij haar gaan eten. Ik zeg dat erbij omdat ze nu misschien klinken als mensen die alleen maar recht denken te hebben op een vakantie. Zo zijn ze niet. Of zo waren ze in ieder geval nooit tegen ons.

In november vertelde onze kleinzoon Daan dat hij zijn huur niet meer kon betalen.

Hij is 22. Hij was met zijn vriendin gaan samenwonen in een particuliere huurwoning in Apeldoorn, eigenlijk te duur voor ze. Toen zij vertrok en zijn tijdelijke contract niet werd verlengd, heeft hij veel te lang gedaan alsof hij het alleen kon oplossen. Huurachterstand, zorgpremie, een paar aankopen op afbetaling. Geen onoverzienbaar bedrag misschien, maar voor hem wel.

Ik werd eerst boos. Dat vind ik achteraf nog steeds vervelend. Hij zat bij ons aan tafel met zijn jas aan en ik begon over die elektrische fiets die hij een jaar eerder zo nodig moest hebben.

Marja zei: ‘Doe nou even niet.’

We hebben daarna samen de brieven geopend. Inmiddels werkt hij weer, via een uitzendbureau, en heeft hij hulp gezocht bij de gemeente. Wij willen een deel betalen en hem helpen iets goedkopers te vinden. Misschien moet hij tijdelijk bij ons wonen. Zijn moeder heeft geen ruimte en kan financieel weinig doen.

Daar gaat ons vakantiegeld naartoe. Niet ons laatste geld, laat dat duidelijk zijn. We houden gewoon een buffer. Maar wij kunnen niet én dit doen én drie weken naar Frankrijk zonder aan spaargeld te komen dat we liever laten staan.

Ik vertelde het Henk aan de telefoon, tussen twee andere dingen door. Achteraf had dat anders gemoeten.

‘Dus we slaan dit jaar over,’ zei ik. ‘Volgend jaar kijken we weer.’

Hij bleef even stil.

‘Wij hebben juni al vrijgehouden.’

Ik zei dat wij toch allemaal met pensioen waren. Een flauwe opmerking. Henk past op zijn oude buurman en Els doet vrijwilligerswerk; ze moeten ook dingen regelen. Bovendien ging het hem daar niet om.

Die zondag kwamen ze langs. Els had een cake meegenomen. We aten er alle vier een stuk van terwijl Henk op zijn tablet een ander huis liet zien, verder van de kust. Bijna negenhonderd euro goedkoper per stel.

‘En desnoods schieten wij de aanbetaling voor,’ zei hij. ‘Dan betalen jullie ons iedere maand wat terug.’

Ik weet dat hij het als een oplossing bedoelde. Toch kreeg ik het er benauwd van. Ik wilde geen afbetalingsregeling voor een vakantie waar ik op dat moment niet naartoe wilde.

Marja probeerde uit te leggen dat het ook om tijd ging. Met Daan huizen bekijken, zijn administratie bijhouden, beschikbaar zijn. Niet omdat hij zonder ons geen envelop kon openen, maar omdat we hadden gezien hoe makkelijk hij weer niets liet horen als hij zich schaamde.

Els schoof haar bord van zich af.

‘Wij zijn dus alleen familie zolang de echte familie niets nodig heeft.’

Daar werd ik kwaad van.

‘Hij zit in de problemen, Els. Jullie missen een vakantie.’

Dat was de zin waarna het gesprek niet meer goed kwam.

Ze antwoordde niet meteen. Henk deed zijn tablet dicht. Marja keek naar mij op een manier die ik goed ken: hou nou je mond, je maakt het erger.

Voor Els was het natuurlijk niet zomaar een vakantie. Dat wist ik ook toen ik het zei. Ze hebben geen kinderen. Daar praten ze weinig over, maar wij weten dat het niet hun keuze was. Frankrijk is het vaste punt in hun jaar. Ze begint in januari al dorpjes door te sturen.

Toch vond ik haar opmerking oneerlijk. Alsof we moesten bewijzen dat zij meetelden door Daan minder te helpen.

Een paar dagen later stuurde Henk mij een bericht. Niet in onze groepsapp, maar apart. Hij schreef dat ze zich overvallen voelden. In oktober hadden we nog gezegd dat de streek rond Bergerac ons wel wat leek. Zij hadden dat als een afspraak opgevat.

Daar had hij een punt. Er was nog niets geboekt, maar na zoveel jaar hoefden we eigenlijk nooit officieel ja te zeggen.

Ik heb hem gebeld en daarvoor mijn excuses aangeboden. Ook voor die opmerking over het missen van een vakantie.

Hij zei: ‘Het lijkt gewoon of jullie ons steeds makkelijker kunnen missen.’

Dat kwam harder aan dan het gepraat over geld.

Ik wilde meteen zeggen dat het niet waar was. Maar we hadden de laatste maanden vaker afgezegd. Een verjaardag van een kleinkind, Marja die moe was, gedoe met Daan. Ik had aangenomen dat een vriendschap als de onze daar wel tegen kon. Ik had niet gevraagd hoe dat voor hen was.

Andersom bleef Henk terugkomen op een weekje dan, of een camping, of volgend voorjaar terugbetalen. Alsof er ergens een bedrag bestond waarbij ons nee vanzelf zou verdwijnen.

We hebben nu drie weken geen kaartavond gehad. Marja heeft Els wel gesproken, over haar nieuwe bril en een uitslag van de huisarts. Dat luchtte haar op, al werd Frankrijk zorgvuldig vermeden.

Gisteren stuurde Els een link naar een huis voor twee personen. Ze gaan waarschijnlijk toch. Ik heb ‘Ziet er mooi uit’ getypt en gewist, omdat het afstandelijk klonk. Daarna wist ik niets beters.

Marja wil ze zondag vragen voor de koffie. Niet meteen met een hele lunch, zei ze, dan hoeft niemand lang te blijven als het ongemakkelijk wordt.

Ik zal straks het bericht sturen. Eerst moet ik Daan nog bellen. Hij zou vandaag horen of hij een kamer kan bekijken, en hij neemt tijdens zijn werk niet op.