Na 34 jaar vaste prik in Frankrijk voelt onze vriendengroep ineens als een mijnenveld
Ik wist dat het miszat toen ik mezelf tijdens een etentje hoorde zeggen dat ik „niet zo goed op de hoogte was” van iets waar ik mijn hele werkzame leven mee te maken heb gehad.
Ik ben 67, heb 38 jaar bij de gemeente gewerkt, onder andere op vergunningen en later bij vastgoed. Niet dat ik alles weet, zeker niet, maar ik ben ook niet iemand die zomaar wat roept. Toch zei ik het, omdat ik geen zin had in de blik van Saskia. Die blik van: daar heb je weer zo’n man van een bepaalde leeftijd die denkt dat hij de wereld begrijpt.
Marjan keek me toen aan. Niet boos, meer verdrietig. In de auto naar huis zei ze: „Je hoeft jezelf toch niet kleiner te maken aan tafel?”
Dat kwam harder binnen dan ik had verwacht.
Wij gaan al sinds 1991 met min of meer dezelfde club een week naar Frankrijk. Eerst met kleine kinderen die allemaal op luchtbedden sliepen en om zes uur wakker waren. Later met pubers die alleen uit hun kamers kwamen als er wifi was. De laatste jaren met z’n achten: Marjan en ik, Kees en sinds kort zijn vrouw Saskia, Hanneke en Rob, en Ineke met Willem.
Kees is mijn oudste vriend. We kennen elkaar van de havo in Amersfoort. Hij was degene die mij na mijn eerste echte verkering opraapte van een bankje bij het station, toen ik negentien was en ervan overtuigd dat mijn leven voorbij was. Hij was getuige toen Marjan en ik trouwden. Toen mijn vader overleed, stond Kees ineens op de stoep met een pan soep, terwijl ik hem niet eens had gebeld.
We zijn nooit van die vrienden geweest die elke week bij elkaar over de vloer kwamen. Soms zagen we elkaar een maand niet. Maar als er iets was, dan was hij er. Zo simpel was het altijd.
Na zijn scheiding van Ellen is hij een tijdje behoorlijk zoekende geweest. Dat snapte ik ook wel. Hij en Ellen waren ruim dertig jaar samen geweest. De kinderen waren al lang het huis uit, maar zo’n scheiding haalt toch alles overhoop. Anderhalf jaar later leerde hij Saskia kennen, via een lezing in Utrecht, geloof ik. Zij is een jaar of zestig, werkt als zelfstandig trainer bij organisaties en is heel uitgesproken. Dat was eigenlijk meteen duidelijk.
In het begin vond ik haar best verfrissend. Ze had energie, stelde vragen, kon ontzettend geestig vertellen. Kees leefde zichtbaar op van haar. Hij kocht andere kleren, ging weer fietsen, meldde zich aan voor een cursus Italiaans. Ik gunde hem dat van harte.
Alleen werd Saskia al snel het soort persoon bij wie een gewoon gesprek nergens gewoon mocht blijven.
Als Rob vertelde dat hij blij was dat zijn zoon eindelijk een huurwoning in Rotterdam had gevonden, zei Saskia dat mensen zoals Robs zoon onderdeel waren van het probleem omdat ze geen genoegen namen met kleiner wonen buiten de stad. Toen Ineke vertelde dat ze twijfelde over zonnepanelen omdat hun dak misschien vervangen moest worden, kreeg ze een heel verhaal over welvaartsschuld en individuele schijnoplossingen.
Het waren niet eens alleen haar meningen. Iedereen mag van mij vinden wat hij wil. Marjan en ik zijn het onderling ook lang niet altijd eens. Het zat hem in de manier waarop ze luisterde. Of eigenlijk: niet luisterde. Ze wachtte tot iemand klaar was, zuchtte soms heel zacht, en begon dan met: „Ik snap dat jij dat zo ervaart, maar…”
Daarna bleef er van je verhaal meestal weinig over.
De afgelopen vakantie in de Dordogne was het echt niet leuk meer. Het huis was prachtig, een oud boerenhuis met zo’n scheef zwembad en een keuken waar altijd wel een laadje vastzat. We hadden prima weer. De markt in Sarlat was druk zoals altijd. Alles wat normaal genoeg is voor een fijne week.
Maar bij het ontbijt was er al gedoe over de krant die Willem had meegenomen. Bij de wijn ontstond discussie over boeren, stikstof, migratie, de oorlog in Gaza, pensioenfondsen. Zelfs toen we een middag jeu de boules speelden, zei Saskia dat het typisch was dat de mannen vanzelf de teams indeelden. Rob had alleen gevraagd wie er zin had om mee te doen.
Ik zag Marjan steeds stiller worden. Zij is juist iemand die normaal met iedereen contact maakt. Ze ging opeens vroeger naar bed met een boek. Een keer vond ik haar achter het huis, bij de waslijn, terwijl ze daar helemaal niets te doen had.
„Ik heb het gevoel dat ik continu een toets moet afleggen,” zei ze.
Ik heb toen nog geprobeerd Kees apart te spreken. Niet heel handig misschien, want ik begon erover na een paar glazen rosé. We stonden bij de container met lege flessen, romantischer krijg je het niet.
Ik zei dat Saskia veel ruimte innam en dat mensen daardoor dichtklapten. Kees werd onmiddellijk strak in zijn gezicht. Hij zei: „Of jullie zijn gewoon niet gewend dat iemand tegengas geeft.”
Ik zei dat tegengas iets anders is dan iedereen wegzetten als onwetend of moreel tekortschietend.
Hij antwoordde: „Dat is jouw interpretatie.”
Daar stond ik dan met een krat lege flessen en het gevoel dat ik ineens een lastige kennis was in plaats van zijn vriend.
Na de vakantie kwam de vraag voor volgend jaar. Normaal legt Willem in september al een paar huizen voor in de groepsapp. Dit keer bleef het lang stil. Uiteindelijk stuurde Hanneke mij apart een berichtje: of Marjan en ik het ook zo vermoeiend hadden gevonden. Blijkbaar hadden zij en Rob er al over gesproken. Ineke ook. Niemand wilde Kees buitensluiten, daar waren we het allemaal over eens. Maar niemand zag ernaar uit om weer zeven dagen op eieren te lopen.
We hebben Kees en Saskia daarom uitgenodigd om koffie te drinken. Ik had er buikpijn van, echt waar. Marjan had appeltaart gehaald bij de bakker, terwijl niemand trek had.
We hebben gezegd dat we Kees graag mee wilden, maar dat we overwogen om de vakantie dit jaar zonder Saskia te doen. Misschien één keer, om te kijken of de oude groep nog bestond. Saskia keek alsof we haar hadden uitgescholden.
Kees werd rood. Hij zei dat zij een pakket waren, geen losse onderdelen. Dat begreep ik op zichzelf. Ik zou ook niet zonder Marjan op vakantie gaan omdat anderen haar lastig vonden.
Toen zei hij dat hij alleen nog mee wilde als we vooraf beloofden politiek neutraal te blijven. Geen discussies, geen opmerkingen, geen onderwerpen die gevoelig konden liggen.
Dat klonk misschien als een compromis, maar voor mij voelde het vreemd. Alsof we alleen nog over het weer, de supermarkt en de route moesten praten. Bovendien: wie bepaalt wat politiek is? Als Willem moppert over zijn energierekening, is dat dan al verboden? Als Marjan vertelt dat haar zus moeite heeft met een plek in het verpleeghuis, mag dat dan wel?
Ik zei iets doms. Ik zei: „We hebben nooit neutraliteit nodig gehad voordat Saskia erbij kwam.”
Kees stond op, pakte zijn jas en zei dat hij blijkbaar jarenlang vrienden had gehad die hem alleen accepteerden zolang hij hetzelfde bleef.
Sindsdien hebben we nauwelijks contact. Hij stuurde me met mijn verjaardag een kort bericht. Ik heb teruggestuurd dat ik hem mis. Daar kwam een duimpje op, meer niet.
Willem heeft uiteindelijk een huis gevonden in de Ardèche. Zes slaapkamers in plaats van acht. De aanbetaling moet volgende week worden gedaan. Marjan zegt dat we moeten boeken en dat we niet ons hele leven in de wacht kunnen zetten.
Ik snap haar. Tegelijk voelt het alsof ik, door op die knop te drukken, iets afsluit wat veel groter is dan een vakantie. Misschien had ik geduldiger moeten zijn. Misschien hadden we Saskia meer tijd moeten geven. Maar ik weet ook hoe opgelucht Marjan klonk toen ze laatst zei: „Misschien kunnen we volgend jaar gewoon weer kaarten zonder dat het ergens voor staat.”
De aanbetaling staat nog open in mijn bankapp. Ik kijk er iedere avond even naar en doe dan mijn telefoon weg.