Mijn man wil rust op het platteland, maar ik wil op mijn 64e eindelijk mijn eigen atelier beginnen

Vorige week stond ik met een meetlint in onze voormalige eetkamer, terwijl Henk vanuit de deuropening zei dat ik niet moest doen alsof die ruimte van mij was.

Dat klonk harder dan hij het waarschijnlijk bedoelde. Hij zei het ook niet boos, meer moe. Maar ik hield dat gele meetlint ineens zo strak vast dat het in mijn hand sneed.

We zijn allebei 64. Henk is sinds januari met pensioen na bijna veertig jaar bij een installatiebedrijf. Ik ben vorig voorjaar gestopt bij de apotheek in het dorp, waar ik drie ochtenden per week werkte. Officieel omdat mijn rug steeds vaker opspeelde, maar ook omdat ik merkte dat ik nergens meer zin in had behalve in klei, verf en papier.

Dat klinkt misschien wat zweverig. Zo ben ik eigenlijk helemaal niet. Ik ben iemand die bonnetjes bewaart en eerst drie winkels vergelijkt voordat ik een waterkoker koop. Maar vroeger, nog vóór de kinderen, maakte ik keramiek. Ik had een cursus gedaan in Gouda en later verkocht ik soms kommen op een marktje. Niet veel, hoor. Maar ik kon daar uren mee bezig zijn zonder op de klok te kijken.

Toen Henk promotie kreeg en we naar Amersfoort verhuisden, kwam er van dat alles weinig terecht. Eerst de kinderen, daarna zijn werk. Henk zat vaak in Duitsland of België voor projecten. Iemand moest thuis zijn als Bram koorts had of als Lotte van turnen opgehaald moest worden. Ik heb daar destijds niet eens zo’n groot drama van gemaakt. Het was gewoon hoe het liep.

Nu zijn Bram en Lotte al jaren het huis uit. We wonen in een ruime tussenwoning, die ooit groot voelde met z’n vieren. Tegenwoordig is de woonkamer eigenlijk te groot en de kamers boven staan vol met spullen die we niet wegdoen omdat we er ‘nog eens naar moeten kijken’.

Henk had vanaf zijn eerste vrije maandag één plan: weg uit de stadse drukte. Hij wil ergens in Drenthe of Overijssel wonen, een klein vrijstaand huisje, niet te veel onderhoud, een schuurtje voor zijn fietsen. Hij wil wandelen, een moestuin met een paar bakken en ’s avonds in stilte buiten zitten.

Ik snap dat echt. Henk heeft jarenlang slecht geslapen. Hij werd wakker van mails in zijn hoofd, ook toen hij ze nog niet op zijn telefoon kreeg. Hij heeft veel verantwoordelijkheid gedragen. Hij verdient rust.

Maar ik dacht dat rust ook kon betekenen dat je eindelijk tijd hebt voor iets waar je blij van wordt.

Mijn idee was om van de eetkamer en een stuk van de bijkeuken een atelier te maken. Goede afzuiging, een werktafel, kasten, een eigen ingang via de zijkant. Ik wil kleine cursussen geven: draaien op de schijf, handvormen, glazuren. Geen groot bedrijf, geen personeel. Gewoon zes mensen op een zaterdagmiddag. Misschien twee avonden per week.

Ik ben al gaan kijken bij een keramiekdocente in Soest die ermee stopt. Zij zei dat er genoeg belangstelling is, vooral van mensen die geen zin hebben om helemaal naar Utrecht te rijden. Daar werd ik zo enthousiast van dat ik thuis meteen op Funda naar bedrijfsruimtes ben gaan zoeken. Belachelijk eigenlijk, want ik had nog niet eens goed met Henk gepraat.

Hij vond het eerst wel een leuk idee. ‘Een hobby die uit de hand loopt,’ zei hij. Ik lachte toen nog mee.

Pas toen ik een aannemer liet komen, veranderde het.

De offerte was 47.800 euro. Inclusief isolatie, elektra, wateraansluiting en die afzuiging. Ik wist dat het veel zou zijn, maar toen het zo zwart op wit stond, kreeg ik zelf ook even een naar gevoel in mijn buik.

Henk legde het papier op tafel, pakte zijn leesbril af en zei: ‘Ineke, dit is bijna vijftigduizend euro voor iets waarvan we niet weten of je het over een jaar nog wilt.’

Ik zei dat we spaargeld hebben. Dat klopt ook. We hebben altijd zuinig geleefd en er komt geen hypotheek meer op het huis. Maar hij begon over de energierekening, de auto die ooit vervangen moet worden, zorgkosten later. Allemaal dingen waar ik zelf ook aan denk.

Toen zei ik iets wat ik niet meer terug kon nemen.

‘Voor jouw carrière hebben we ook nooit eerst uitgerekend of het ons emotioneel wat opleverde.’

Hij werd heel stil. Niet woedend. Dat was bijna erger.

Henk heeft mij nooit verboden om iets te doen. Dat zegt hij nu ook steeds. En daar heeft hij gelijk in. Hij heeft me niet tegengehouden toen ik minder ging werken. Hij heeft soms zelfs voorgesteld dat ik weer een cursus zou volgen.

Maar hij hoefde me niet tegen te houden. Alles draaide gewoon om zijn agenda, zijn reistijden, zijn volgende stap. Ik paste me aan omdat dat praktisch was. Omdat de hypotheek betaald moest worden. Omdat je in een huwelijk soms niet steeds alles ter discussie stelt.

De afgelopen maanden praten we daardoor langs elkaar heen. Hij stuurt links van huizen met een grote tuin in de Achterhoek. Ik stuur foto’s van ateliers met hoge ramen en lange werkbanken. Hij zegt dat hij niet op zijn oude dag in een rijtjeshuis wil blijven wonen met mensen die hun bladblazer op zondagochtend aanzetten. Ik zeg dat ik geen cursisten krijg als we in een gehucht wonen waar de bus twee keer per dag komt.

Hij wil eigenlijk minder ruimte. Ik heb voor het eerst in mijn leven juist ruimte nodig.

Onze dochter Lotte vindt dat ik de verbouwing gewoon moet doen. ‘Mam, jij hebt letterlijk altijd iedereen geholpen met hun plannen,’ zei ze aan de telefoon. Maar zij woont in Rotterdam, huurt voor veel te veel geld een appartement met haar vriend en heeft makkelijk praten over spaargeld.

Bram is voorzichtiger. Hij zei dat pap ook niet ongelijk heeft en vroeg of ik niet eerst ergens een ruimte kon huren. Dat heb ik onderzocht. In de buurt is bijna niets betaalbaars, en wat er is, zit op een bedrijventerrein waar ik zelf niet eens een cursus zou willen volgen op een donkere novemberavond.

Gisteren stelde ik voor om de garage uit te bouwen en een deel van de tuin op te offeren. Minder ingrijpend dan de hele benedenverdieping. Henk keek naar de schets en zei alleen: ‘Dan bouwen we onszelf vast aan dit huis, terwijl ik juist weg wil.’

Ik voelde me meteen weer dat meisje van vroeger, dat wachtte tot iemand anders bepaalde wat verstandig was. Daar schaam ik me voor, want ik ben 64 en ik kan prima mijn mond opendoen.

Dus ik heb gezegd dat ik niet naar Drenthe verhuis voordat ik tenminste een serieus jaar heb geprobeerd om dit op te bouwen. Misschien wordt het niets. Misschien blijken zes cursisten per week veel te veel voor mijn rug. Misschien wil ik na een halfjaar inderdaad liever met hem langs kanalen fietsen en tomaten kweken.

Maar ik wil niet al vertrekken voordat ik weet hoe het voelt om eindelijk eens niet de handige oplossing te kiezen.

Henk slaapt sinds dat gesprek in de logeerkamer. Niet omdat ik hem eruit heb gezet. Hij zei dat hij daar rustiger ligt. Vanmorgen stond zijn ontbijtspul nog op het aanrecht: een half pak yoghurt, een banaan en zijn pillendoosje. Ik heb het opgeruimd en daarna ben ik weer met dat meetlint in de eetkamer gaan staan.

De aannemer heeft de offerte nog twee weken geldig gelaten. Henk wil ondertussen naar een huis kijken bij Ommen. Ik heb gezegd dat hij moet gaan kijken als hij dat wil.

Zelf heb ik vanmiddag een proefles ingepland met drie vrouwen uit de straat. Aan onze keukentafel, want verder heb ik nog niets. De klei ligt in een plastic bak in de schuur. Henk weet het wel. Hij heeft er niets over gezegd.

Ik ook niet.