Na veertig jaar vriendschap zei ik nee tegen de reis die Marijke al voor ons had geboekt
Ik had gedacht dat pensioen vooral zou voelen als ruimte. Geen wekker om half zeven, geen volle agenda in Outlook, geen telefoontjes van collega’s die iets “heel even” wilden afstemmen terwijl ik mijn jas al aan had.
Die ruimte was er ook. Alleen voelde hij in het begin helemaal niet licht. Eerder alsof ik na jaren rennen in één keer stil moest staan en pas toen merkte hoe moe ik eigenlijk was.
Ik ben 64, mijn man Kees is 66, en vorig voorjaar ben ik gestopt als teamleider bij een verpleeghuis in Amersfoort. Ik heb dat werk met liefde gedaan, echt. Maar ik stond altijd aan. Ook thuis nog. Als mijn telefoon piepte, keek ik. Als iemand ziek was, dacht ik mee. Als er gedoe was op de afdeling, lag ik daar wakker van, ook al deed ik alsof dat niet zo was.
Onze beste vrienden, Marijke en Hans, kennen we al sinds de jaren tachtig. We woonden toen allebei in dezelfde nieuwbouwwijk, van die huizen met nog geen gordijnen voor de ramen en overal zand tussen de stoeptegels. Onze kinderen speelden samen op straat. We hebben campingvakanties in Frankrijk gedaan, kerstdiners waar altijd te veel aardappelkroketjes waren, verjaardagen, scheidingen van familieleden, overlijdens, verbouwingen. Alles een beetje.
Marijke en ik belden elkaar vroeger soms drie keer op een dag. Niet omdat er iets ernstigs was, maar gewoon: welke kleur verf, waar koop jij goede regenlaarzen voor de kinderen, heb jij dat artikel gelezen? Zij was altijd de motor. Als Marijke iets voorstelde, gebeurde het meestal ook.
Sinds zij twee jaar geleden met pensioen ging, is die motor alleen nog harder gaan draaien.
Ze is 63, loopt elke ochtend minstens tien kilometer, doet pilates op dinsdag en vrijdag, zit bij een wandelgroep, en heeft een schriftje waarin ze reisideeën bewaart. Geen digitaal lijstje, echt een schriftje met uitgeknipte stukjes en post-its. Daar moest ik vroeger om lachen. Nu word ik soms al moe als ze het op tafel legt.
In het begin deed ik mee. Elke woensdag koffie na haar pilates. Een keer mee naar nordic walking, wat ik verschrikkelijk vond omdat je met die stokken het gevoel hebt dat je niet goed weet wat je armen moeten doen. Een weekendje Maastricht. Een high tea voor haar verjaardag met zes andere vrouwen die allemaal veel fitter waren dan ik.
Ik zei bijna overal ja op, omdat ik dacht dat het wel zou wennen. En omdat ik Marijke niet wilde teleurstellen.
Maar thuis merkte Kees dat ik er niet vrolijker van werd. Ik kwam dan binnen, zette mijn tas op de grond en ging op de bank zitten zonder de televisie aan te doen. Soms bleef mijn jas nog een uur over de stoel hangen. Dat soort dingen.
‘Je hoeft niet alles mee te doen, hè,’ zei hij op een avond terwijl hij de vaatwasser inruimde.
Ik reageerde meteen geïrriteerd. ‘Dat bepaal ik zelf wel.’
Hij knikte alleen maar. ‘Dat zeg ik toch ook?’
Achteraf vond ik dat naar van mezelf. Kees had gelijk. Ik wist alleen nog niet hoe ik nee moest zeggen zonder het gevoel te krijgen dat ik ondankbaar was. Alsof rust nemen betekende dat ik saai was geworden.
Het begon te schuren toen Marijke een appgroep maakte: “Actief genieten met z’n vieren”. Hans, Kees, zij en ik. Eerst stonden er foto’s in van fietsroutes en tentoonstellingen. Daarna kwamen de voorstellen bijna dagelijks. Zondag wandelen op de Utrechtse Heuvelrug. Dinsdag lunchen in Zwolle. Volgende maand drie dagen naar Antwerpen. Daarna misschien een cruise over de Donau, “nu we nog goed ter been zijn”.
Dat laatste zei ze vaak. Nu we nog goed ter been zijn.
Alsof ik, wanneer ik een middag in mijn eigen tuin wilde zitten met een boek, al half had opgegeven.
Ik begon later te reageren in de app. Niet expres gemeen, maar ik zag haar bericht en dacht: straks. Vervolgens was het avond en voelde een antwoord alweer als het begin van een onderhandeling.
Marijke belde me uiteindelijk.
‘Gaat het wel goed tussen ons?’ vroeg ze.
Ik stond op dat moment aardappels te schillen. Heel suf misschien, maar ik weet nog dat er eentje uit mijn hand glipte en onder het keukenkastje rolde.
‘Ja hoor,’ zei ik. ‘Ik ben gewoon een beetje moe de laatste tijd.’
‘Maar je bent toch met pensioen?’
Ze bedoelde het volgens mij niet hard. Toch kwam het bij mij binnen alsof ik me aanstelde.
Ik probeerde uit te leggen dat ik juist moest bijkomen. Dat ik soms blij was als ik een dag niks hoefde. Geen afspraken, geen gezelligheid die op een bepaalde tijd begint en waar je dan weer rekening mee moet houden.
Ze bleef even stil en zei toen: ‘Ik snap niet dat je nu eindelijk tijd hebt en hem dan niet met ons wilt doorbrengen.’
Ik zei dat ik dat niet had gezegd. Zij zei dat het zo wel voelde.
Daarna werd alles stroever. Hans begon Kees erover aan te spreken als ze samen voetbal keken. Kees vertelde het pas weken later, maar Hans had gezegd dat Marijke er verdriet van had en dat ik haar op afstand hield.
Kees antwoordde blijkbaar: ‘Anja houdt niemand op afstand. Ze probeert gewoon niet om te vallen.’
Daar werd Hans kwaad om. Niet schreeuwen of zo, dat past ook niet bij hem. Maar hij zei dat vriendschap niet alleen leuk is als het uitkomt. Kees vond dat een rare opmerking, want we hadden Marijke en Hans in al die jaren echt niet laten vallen. Ook niet toen Hans na zijn reorganisatie thuis zat en maandenlang chagrijnig was. Ook niet toen Marijke voor haar moeder moest zorgen en bijna ieder etentje afzegde.
Toen kwam die reis.
Op een vrijdagavond zaten we bij hen aan tafel. Marijke had zalm uit de oven gemaakt en Hans had een fles wijn opengetrokken die veel te duur was voor een gewone vrijdag, dus ergens voelde ik al dat er iets kwam.
Na het hoofdgerecht legde Marijke vier glanzende mapjes neer.
Een twaalfdaagse rondreis door Portugal. Kleine hotels, wijnproeverij, wandelingen met gids, steden, kust, elke dag een programma. Vertrek in september. Ze had een optie genomen en moest binnen vijf dagen betalen. Per stel kwam het neer op ruim vijfduizend euro.
‘Dit is toch precies iets voor ons?’ zei ze. Haar gezicht straalde echt. Daar zit het moeilijke ook. Ze wilde ons geen kwaad doen. Ze zag ons gewoon al aan die lange tafels buiten zitten, met glazen wijn en herinneringen voor later.
Ik keek naar dat schema. Op dag drie stond er om acht uur ’s ochtends een stadswandeling. Op dag zeven een kookworkshop, gevolgd door diner. Er was één vrije middag, maar daarachter stond tussen haakjes: “eventueel strandwandeling”.
Ik voelde mijn borst strak worden. Niet door Portugal. Portugal lijkt me prachtig. Maar door twaalf dagen nooit alleen hoeven zijn, altijd ergens op tijd moeten zijn, altijd gesprekken voeren omdat stilte dan ongemakkelijk wordt.
Ik zei: ‘Marijke, ik denk niet dat ik mee wil.’
Ze dacht eerst dat ik een grap maakte.
Toen ik niets zei, werd haar gezicht heel stil. Hans keek naar Kees. Kees pakte zijn glas, maar dronk niet.
‘Je wilt niet mee omdat er te veel op het programma staat?’ vroeg Marijke.
‘Niet alleen daarom. Ik heb gewoon geen behoefte aan zo’n reis nu.’
‘Maar wanneer dan wel? Volgend jaar weer iets? En daarna?’
Ik weet dat ik zachter had kunnen praten. Ik was gespannen en schaamde me ook. Maar ik zei: ‘Misschien wil ik helemaal niet op deze manier reizen. Misschien wil ik een week in een huisje aan zee en twee dagen niemand zien.’
Marijke keek alsof ik had gezegd dat ik haar niet meer wilde kennen.
‘Dus wij zijn te veel?’
Dat was niet wat ik bedoelde. Tegelijk was het ook niet helemaal onwaar. En juist daarom kreeg ik geen goed antwoord uit mijn mond.
Ze zei dat vriendschap soms aanpassen is. Dat je niet altijd alleen maar kunt doen waar je zelf zin in hebt. Ik zei dat zij die reis had geboekt zonder iets te vragen. Hans mompelde dat ze alleen maar enthousiast was geweest. Kees zei dat enthousiasme geen toestemming is, wat de boel niet beter maakte.
We zijn die avond vroeger weggegaan. Mijn tas met een bakje restjes zalm stond nog bij hun kapstok. Marijke appte de volgende ochtend dat ze de optie had laten verlopen. Niet alleen voor ons, maar voor zichzelf ook, schreef ze. Ze had er nu geen zin meer in.
Ik voelde me daar rot over. Nog steeds. Ik heb haar niet teruggebeld, zij mij ook niet. We sturen elkaar wel een berichtje met verjaardagen. Vorige week stuurde ze een foto van haar en Hans op een fietsroute in Limburg. Ik reageerde met een hartje, wat kinderachtig voelde, maar ik wist niets beters.
Kees zegt dat ik haar tijd moet geven. Misschien heeft hij gelijk. Misschien moet ik zelf ook eens bellen en niet wachten tot het minder ongemakkelijk voelt, want dat gebeurt waarschijnlijk niet vanzelf.
Maar vanmiddag heb ik mijn telefoon op stil gezet, koffie gemaakt en bijna een uur naar de regen in de achtertuin gekeken. Ik voelde me daar niet schuldig over. Dat is nieuw voor mij.