Weduwe Ontdekt Het Dubbele Leven Van Haar Man Na Zijn Overlijden

‘Marieke, je moet nu echt komen. Het is ernstiger dan we dachten.’ De stem van mijn schoonzus, Anneke, trilde aan de andere kant van de lijn. Mijn hart sloeg over. Ik liet de theedoek vallen en rende naar de auto. Terwijl ik over de natte klinkers van onze straat reed, voelde ik de paniek in mijn borst groeien. Jan, mijn man, was altijd zo sterk geweest. Nooit ziek, altijd de rots in de branding. Maar nu lag hij in het ziekenhuis, en ik wist niet of ik hem nog levend zou zien.

Toen ik aankwam, stond Anneke me op te wachten bij de ingang. Haar ogen waren rood van het huilen. ‘Hij is net gegaan, Marieke. Het spijt me zo.’ Alles werd wazig. Ik voelde hoe mijn benen het bijna begaven. De artsen lieten me nog even bij hem. Zijn gezicht was vredig, maar het voelde alsof ik naar een vreemde keek. Ik pakte zijn hand, koud en zwaar, en fluisterde: ‘Waarom heb je me niet verteld dat het zo slecht ging?’

De dagen na zijn dood waren een waas van tranen, telefoontjes en het regelen van de begrafenis. Onze zoon, Daan, kwam uit Groningen over en bleef bij me slapen. ‘Mam, je hoeft niet alles alleen te doen,’ zei hij zachtjes, terwijl hij mijn hand vasthield. Maar ik voelde me alleen, ondanks de mensen om me heen. De stilte in huis was ondraaglijk.

Na de begrafenis begon het opruimen. Jan had altijd alles geregeld, de administratie, de verzekeringen. Ik vond zijn map met belangrijke papieren in de kast. Tussen de rekeningen en polissen lag een envelop zonder adres. Mijn naam stond erop, in zijn handschrift. Mijn hart bonsde in mijn keel toen ik hem opende.

‘Lieve Marieke, als je dit leest, ben ik er niet meer. Er zijn dingen die ik je nooit heb verteld. Ik hoop dat je me ooit kunt vergeven.’

Mijn handen trilden. Wat bedoelde hij? Ik zocht verder in de kast en vond een tweede telefoon, verstopt achter een stapel oude tijdschriften. De batterij was leeg, maar met Jan’s oude oplader kreeg ik hem aan. Er stonden tientallen berichten op van een onbekend nummer. ‘Ik mis je, J.’ ‘Wanneer zie ik je weer?’

Mijn hoofd tolde. Was dit een vergissing? Een grap? Ik scrolde verder. Foto’s van Jan, lachend met een vrouw die ik niet kende. Ze stonden samen op het strand van Scheveningen, hand in hand. Mijn maag draaide om. Hoe kon dit? Mijn Jan, die altijd zei dat ik zijn enige was.

Ik kon niet slapen die nacht. Daan hoorde me huilen en kwam naast me zitten. ‘Mam, wat is er?’ Ik liet hem de telefoon zien. Zijn gezicht werd bleek. ‘Dit… dit kan niet waar zijn.’

De volgende dag besloot ik de vrouw op de foto te zoeken. Met trillende vingers typte ik haar naam, die onder een van de foto’s stond, in op Facebook: ‘Liesbeth van der Meer’. Haar profiel stond open. Ze woonde in Den Haag, had twee kinderen. Ik stuurde haar een bericht: ‘Ik ben Marieke, de vrouw van Jan. Kunnen we praten?’

Ze reageerde binnen een uur. ‘Ik wist niet dat Jan nog getrouwd was. Kunnen we elkaar ontmoeten?’

We spraken af in een café in Utrecht, halverwege. Toen ik haar zag, voelde ik een steek van jaloezie en verdriet. Ze was jonger dan ik, met lang blond haar en een zachte stem. ‘Ik dacht dat Jan gescheiden was,’ zei ze, haar ogen vol tranen. ‘Hij vertelde dat hij een moeilijke scheiding had, maar dat hij van mij hield.’

We praatten uren. Ze liet me berichten zien, cadeautjes die hij haar had gegeven. Alles wat ik dacht te weten over mijn man, viel in duigen. ‘Hij was zo lief voor mijn kinderen,’ zei Liesbeth. ‘Hij kwam elke woensdag langs, nam ze mee naar het park.’

Ik voelde me verraden, vernederd. Hoe had hij dit zo lang kunnen verbergen? Waarom had ik niets gemerkt? Ik dacht aan de avonden dat hij zei dat hij moest overwerken, de weekenden dat hij zogenaamd naar zijn broer in Maastricht ging. Alles was een leugen.

Thuis barstte ik in huilen uit. Daan probeerde me te troosten, maar ik duwde hem weg. ‘Laat me met rust! Jullie vader heeft ons allemaal voorgelogen!’

De weken daarna leefde ik op de automatische piloot. Ik kon niet meer naar Jan’s foto’s kijken zonder woede te voelen. Mijn schoonfamilie wist van niets. Toen ik het Anneke vertelde, reageerde ze geschokt. ‘Jan? Nee, dat kan niet. Hij hield van jou, Marieke. Hij was geen bedrieger.’

Maar de bewijzen waren er. Ik besloot Liesbeth nog eens te ontmoeten, deze keer met haar kinderen erbij. Ze waren lief, verlegen. Het deed pijn om te zien hoe Jan ook voor hen een vaderfiguur was geweest. ‘Hij was er altijd voor ons,’ zei haar dochtertje. ‘Hij leerde me fietsen.’

Ik voelde me verscheurd. Aan de ene kant haatte ik Jan om zijn leugens, aan de andere kant miste ik hem. De man die ik dacht te kennen, was een onbekende geworden. Mijn vrienden probeerden me te steunen, maar ik voelde me onbegrepen. ‘Je moet het loslaten, Marieke,’ zei mijn beste vriendin Karin. ‘Je hebt een nieuw leven voor je.’

Maar hoe laat je los wat je hele leven was? Hoe vertrouw je iemand ooit weer? Ik begon te twijfelen aan alles. Was onze liefde ooit echt geweest? Of was ik alleen maar een deel van zijn leugen?

Op een dag vond ik een briefje in Jan’s jaszak. ‘Sorry dat ik je pijn heb gedaan. Ik hield van jullie allebei, maar ik was te laf om te kiezen.’ Ik huilde tot ik niet meer kon. Misschien had hij echt van ons gehouden. Misschien was hij gewoon een zwakke man, bang om iemand pijn te doen.

Daan en ik groeiden langzaam weer naar elkaar toe. We praatten uren over Jan, over wat hij voor ons betekende. ‘Hij was mijn vader, mam. Maar hij was ook maar een mens,’ zei Daan. ‘Misschien moeten we hem dat vergeven.’

Ik weet niet of ik ooit echt kan vergeven. Maar ik probeer verder te gaan. Ik heb Liesbeth en haar kinderen uitgenodigd om samen Jan’s verjaardag te herdenken. Misschien kunnen we samen iets moois maken van wat er over is.

Soms kijk ik naar de lucht en vraag ik me af: wie was Jan echt? En wie ben ik, nu ik alles kwijt ben wat ik dacht te weten? Misschien is dat de grootste vraag van allemaal. Wat zou jij doen als je alles wat je liefhad, ineens niet meer blijkt te bestaan?