Tussen Dromen en Verwachtingen: Het Verhaal van Lotte en Haar Elektronica
‘Weer zo’n pakketje, Lotte? Heb je nu wéér iets besteld?’ De stem van mijn moeder galmt door de kleine gang van ons rijtjeshuis in Utrecht. Ik sta met trillende handen bij de voordeur, het kartonnen doosje nog tegen mijn borst gedrukt. Mijn hart bonkt in mijn keel. ‘Het is gewoon een nieuwe koptelefoon, mam. Mijn oude is stuk,’ probeer ik zachtjes, maar ik hoor zelf al hoe zwak het klinkt.
Mijn broer Daan, die net de trap af komt, grijnst schamper. ‘Jeetje Lot, je bent echt verslaafd aan die gadgets. Misschien moet je eens wat nuttigs doen met je geld.’
Ik voel mijn wangen gloeien. Ze weten niet hoeveel ik heb opgeofferd. Hoe ik jarenlang elk dubbeltje heb omgedraaid, geen koffie op het terras, geen nieuwe kleren, alles om te sparen voor die dingen die mijn leven een beetje makkelijker maken. Maar dat vertel ik ze niet. In plaats daarvan loop ik zwijgend naar mijn kamer, het doosje stevig vasthoudend, alsof het me kan beschermen tegen hun blikken.
Op mijn kamer trek ik de gordijnen dicht en laat mezelf op bed vallen. Mijn kamer is mijn toevluchtsoord, vol met kleine snufjes die ik met zorg heb uitgekozen: een goede laptop, een slimme speaker, een e-reader. Dingen die me helpen ontsnappen aan de drukte van buiten, aan de verwachtingen van mijn familie. Maar nu voelt het alsof zelfs deze plek niet veilig is.
‘Waarom begrijpen ze het niet?’ fluister ik in het donker. ‘Waarom zien ze niet hoeveel moeite het me kost om dit allemaal bij elkaar te sparen?’
De volgende ochtend schuif ik aan bij het ontbijt. Mijn vader zit al aan tafel, de krant uitgespreid voor zich. ‘Lotte, je moeder en ik willen het even met je hebben over je uitgaven. We maken ons zorgen.’
Ik slik. ‘Ik werk hard voor mijn geld, pap. Ik koop alleen wat ik echt nodig heb.’
Mijn moeder zucht. ‘Maar waarom altijd die dure spullen? Vroeger deden we het met veel minder. Je lijkt wel lui, alsof je alles maar makkelijk wilt hebben.’
‘Lui?’ Mijn stem trilt. ‘Ik werk juist extra uren bij de supermarkt om dit te kunnen betalen. Ik wil gewoon… ik wil het mezelf makkelijker maken. Is dat zo verkeerd?’
Daan rolt met zijn ogen. ‘Je bent gewoon verwend, Lot. Je denkt dat je alles zomaar kunt krijgen.’
Ik spring op van mijn stoel. ‘Jullie snappen er echt niks van!’ roep ik, en storm naar buiten, de frisse ochtendlucht in. Mijn hart bonkt, mijn hoofd duizelt. Waarom voelt het alsof ik moet kiezen tussen hun goedkeuring en mijn eigen geluk?
Op mijn werk bij de supermarkt probeer ik me te concentreren, maar de woorden van mijn familie blijven door mijn hoofd spoken. ‘Verwend. Lui.’ Ik zie mezelf terug in het raam van de kantine: een jonge vrouw met wallen onder haar ogen, haar in een slordige knot, handen vol blaren van het vakkenvullen. Is dit het beeld van een verwend iemand?
Na mijn dienst loop ik langs de grachten, de stad baadt in het zachte licht van de ondergaande zon. Ik denk aan mijn dromen: een eigen huis, een plek waar ik me veilig voel, waar ik mag zijn wie ik ben. Waar niemand me veroordeelt om de keuzes die ik maak.
’s Avonds thuis probeer ik het gesprek opnieuw aan te gaan. ‘Mam, pap, ik weet dat jullie je zorgen maken. Maar ik heb hier echt voor gespaard. Het is niet zomaar een bevlieging. Deze dingen helpen me om te ontspannen, om te studeren, om mezelf te ontwikkelen.’
Mijn moeder kijkt me aan, haar ogen zacht maar bezorgd. ‘We willen gewoon dat je gelukkig bent, Lotte. Maar soms lijkt het alsof je je verstopt achter al die apparaten.’
‘Misschien wel,’ geef ik toe. ‘Maar dat is omdat ik me vaak niet begrepen voel. Jullie zien alleen de spullen, niet de reden waarom ik ze koop. Het is mijn manier om met alles om te gaan.’
Daan schudt zijn hoofd. ‘Je moet gewoon wat harder worden, Lot. Het leven is niet makkelijk.’
‘Dat weet ik,’ zeg ik. ‘Maar mag ik het dan niet een beetje makkelijker maken voor mezelf?’
De stilte die volgt is zwaar. Ik voel de kloof tussen ons groeien, ondanks mijn pogingen om die te overbruggen.
De dagen daarna probeer ik hun opmerkingen van me af te laten glijden, maar het lukt niet. Op mijn werk ben ik stiller dan normaal, thuis trek ik me steeds vaker terug op mijn kamer. Mijn vrienden merken het ook. ‘Gaat het wel, Lot?’ vraagt Sanne op een avond als we samen wandelen langs de Oudegracht.
Ik haal mijn schouders op. ‘Ik weet het niet. Het voelt alsof ik altijd moet kiezen tussen wat ik wil en wat anderen van me verwachten. Alsof mijn dromen niet goed genoeg zijn.’
Sanne legt haar hand op mijn arm. ‘Je mag je eigen keuzes maken. Het is jouw leven, niet dat van hen.’
Die nacht lig ik wakker, starend naar het plafond. Ik denk aan de kleine Lotte die altijd droomde van een eigen plek, van vrijheid. Wanneer ben ik die dromen kwijtgeraakt? Of zijn ze gewoon veranderd?
Op een dag, als ik thuiskom van mijn werk, zit mijn moeder op mijn bed te wachten. Ze heeft een oude foto in haar handen, van mij als kind, lachend op een verjaardagsfeestje. ‘Je was altijd zo blij met kleine dingen,’ zegt ze zacht. ‘Ik mis dat soms.’
Ik ga naast haar zitten. ‘Ik ook, mam. Maar ik ben veranderd. De wereld is veranderd. Alles gaat sneller, alles is duurder. Ik probeer gewoon mijn weg te vinden.’
Ze slaat haar arm om me heen. ‘We willen alleen maar dat je gelukkig bent. Maar misschien moeten we leren accepteren dat jouw geluk er anders uitziet dan dat van ons.’
Ik knik, tranen prikken achter mijn ogen. ‘En ik moet leren dat jullie het goed bedoelen, ook al voelt het soms anders.’
We zitten samen in stilte, de foto tussen ons in. Voor het eerst in lange tijd voel ik me begrepen, al is het maar een beetje.
Toch blijft de twijfel knagen. Heb ik het recht om mijn eigen dromen na te jagen, zelfs als dat betekent dat ik de verwachtingen van mijn familie teleurstel? Of moet ik me aanpassen, om de harmonie te bewaren?
Wat denken jullie? Moet je altijd kiezen tussen je eigen geluk en de verwachtingen van je familie, of is er een middenweg? Wie herkent deze strijd?