Nooit Goed Genoeg voor Mark: Mijn Gevecht Tegen Vooroordelen en Liefde
‘Wat doe jij hier eigenlijk, Nikolina?’ De stem van Mark’s moeder, mevrouw Van Dijk, sneed als een mes door de stilte in de woonkamer. Ik stond daar, mijn handen trillend om het kopje thee dat ik net had aangenomen. Mark zat naast me, zijn blik op de vloer gericht. Ik voelde de ogen van zijn vader, meneer Van Dijk, priemend in mijn rug.
‘Ik… ik ben hier voor Mark,’ stamelde ik, mijn stem nauwelijks hoorbaar.
‘Voor Mark, ja. Maar denk je echt dat je bij ons past?’ Haar woorden waren koud, haar blik nog kouder. Ik voelde mijn wangen gloeien van schaamte en woede. Mark zei niets. Hij keek me niet eens aan.
Vanaf het allereerste begin wist ik dat ik niet welkom was. Mijn ouders waren immigranten uit Kroatië, hardwerkende mensen die alles hadden opgegeven voor een beter leven in Nederland. We woonden in een klein appartement in Rotterdam-Zuid, ver van de ruime villa van de familie Van Dijk in Aerdenhout. Mijn moeder werkte als schoonmaakster, mijn vader als vrachtwagenchauffeur. We hadden het niet breed, maar we hadden elkaar.
Toen ik Mark ontmoette op de universiteit, voelde het alsof ik eindelijk iemand had gevonden die me begreep. Hij was charmant, slim, en hij liet me lachen zoals niemand anders dat kon. Maar al snel merkte ik dat zijn wereld anders was dan de mijne. Zijn vrienden maakten subtiele opmerkingen over mijn accent, over mijn kleding, over het feit dat ik altijd moest werken naast mijn studie. Mark lachte het weg, maar ik zag de blikken die ze elkaar toewierpen.
‘Nikolina, je moet je niet zo druk maken,’ zei Mark vaak. ‘Ze bedoelen het niet slecht.’ Maar ik voelde het elke keer weer, als een steentje in mijn schoen dat ik niet uit kon schoppen.
De eerste keer dat ik bij Mark thuis kwam, was het alsof ik een andere wereld binnenstapte. Alles was groot, licht en perfect opgeruimd. De geur van dure parfum hing in de lucht. Zijn moeder keek me aan alsof ik een vlek op haar witte tapijt was. Zijn vader stelde me geen enkele vraag, maar observeerde me met een blik die ik niet kon plaatsen.
‘Dus, Nikolina, wat doen jouw ouders eigenlijk?’ vroeg mevrouw Van Dijk tijdens het avondeten, haar stem zoet maar haar ogen scherp.
‘Mijn moeder werkt als schoonmaakster, mijn vader is vrachtwagenchauffeur,’ antwoordde ik eerlijk.
Er viel een stilte. Ik zag hoe haar mondhoeken licht omhoog krulden, bijna onmerkbaar. ‘Wat bijzonder,’ zei ze uiteindelijk. ‘En wat zijn jouw plannen na je studie?’
‘Ik wil graag in de zorg werken, met kinderen,’ zei ik.
‘Oh,’ zei ze, en haar blik gleed naar Mark. ‘Dat is… nobel.’
Mark probeerde het gesprek te redden, maar de sfeer was al verpest. Toen ik die avond naar huis fietste, voelde ik de tranen over mijn wangen stromen. Waarom voelde ik me altijd zo klein in hun aanwezigheid?
De maanden gingen voorbij, maar het werd niet beter. Mark en ik kregen steeds vaker ruzie. ‘Waarom moet je altijd zo gevoelig zijn?’ vroeg hij op een avond, toen ik hem vertelde dat ik me niet welkom voelde bij zijn familie.
‘Omdat ze me niet accepteren, Mark! Ze doen alsof ik niet goed genoeg ben voor jou!’
‘Dat is niet waar. Je moet het gewoon negeren. Mijn moeder is gewoon… een beetje ouderwets.’
‘Een beetje ouderwets? Ze kijkt op me neer, Mark. En jij zegt nooit iets!’
Hij zuchtte en draaide zich om. ‘Ik heb er geen zin meer in, Nikolina. Je maakt overal een probleem van.’
Ik voelde me verscheurd. Ik hield van Mark, maar ik voelde me steeds meer een buitenstaander in zijn wereld. Mijn eigen familie begreep het niet. ‘Waarom laat je je zo behandelen?’ vroeg mijn moeder. ‘Je bent goed genoeg, Nikolina. Voor iedereen.’
Maar ik wilde Mark niet kwijt. Dus bleef ik vechten. Ik probeerde me aan te passen, kocht andere kleren, lette op mijn accent, probeerde gesprekken te voeren over onderwerpen waar ik niets van wist. Maar het was nooit genoeg.
Op een dag, tijdens een familiediner bij de Van Dijks, liep het uit de hand. Mevrouw Van Dijk had weer een opmerking gemaakt over mijn afkomst. ‘Het is zo mooi dat je zo hard werkt, Nikolina. Niet iedereen krijgt alles zomaar in het leven, hè?’
Ik voelde iets in me breken. ‘Nee, mevrouw Van Dijk. Niet iedereen krijgt alles zomaar. Sommige mensen moeten vechten voor alles wat ze hebben. Maar dat betekent niet dat ze minder waard zijn.’
De stilte was oorverdovend. Mark keek me aan, zijn ogen groot van schrik. Zijn vader legde zijn bestek neer. ‘Nikolina, dat is niet gepast,’ zei hij streng.
‘Misschien niet,’ zei ik, mijn stem trillend. ‘Maar ik ben het zat om te doen alsof ik niet zie wat er gebeurt. Ik ben misschien niet zoals jullie, maar ik ben trots op wie ik ben. En ik ben trots op mijn familie.’
Ik stond op en liep naar buiten, de koude avondlucht in. Mark kwam me achterna. ‘Wat doe je nou? Je weet toch hoe mijn ouders zijn!’
‘Ja, Mark. En jij weet hoe ik ben. Ik kan niet blijven doen alsof dit normaal is. Ik wil niet de rest van mijn leven vechten om geaccepteerd te worden door mensen die mij nooit zullen accepteren.’
‘Dus wat wil je dan?’ vroeg hij, zijn stem zacht.
‘Ik wil dat je voor mij kiest. Niet alleen als we samen zijn, maar ook als het moeilijk wordt. Ik wil dat je voor mij opkomt.’
Hij keek weg. ‘Ik weet het niet, Nikolina. Het is allemaal zo ingewikkeld.’
Die nacht sliep ik bij mijn ouders. Mijn moeder hield me vast terwijl ik huilde. ‘Je verdient beter, mijn kind,’ fluisterde ze. ‘Je bent sterk. Laat niemand je anders doen geloven.’
De dagen daarna hoorde ik niets van Mark. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat het beter was zo, maar mijn hart deed pijn. Ik dacht aan alles wat we samen hadden meegemaakt, aan de dromen die we hadden gedeeld. Maar ik wist dat ik niet kon blijven vechten tegen een muur van vooroordelen.
Een week later stond Mark ineens voor mijn deur. Zijn ogen waren rood van het huilen. ‘Het spijt me, Nikolina. Ik had voor je moeten opkomen. Ik was bang om mijn ouders teleur te stellen, maar ik wil jou niet kwijt.’
Ik keek hem aan, twijfelend. ‘En wat nu? Denk je dat het ooit anders wordt?’
‘Ik weet het niet,’ zei hij eerlijk. ‘Maar ik wil het proberen. Met jou.’
We besloten het samen te proberen, maar het bleef moeilijk. Zijn ouders bleven afstandelijk, zijn vrienden maakten nog steeds opmerkingen. Soms voelde ik me sterker, soms brak ik. Maar ik wist dat ik niet meer zou zwijgen. Ik was wie ik was, en ik was het waard om van gehouden te worden.
Nu, jaren later, kijk ik terug op die tijd met gemengde gevoelens. Ik heb geleerd dat liefde niet altijd genoeg is om bruggen te bouwen tussen werelden die zo verschillend zijn. Maar ik heb ook geleerd dat ik mezelf nooit meer zal verloochenen voor iemand anders.
Soms vraag ik me af: hoeveel zijn we bereid op te geven voor liefde? En wanneer is het tijd om voor jezelf te kiezen? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?