Ik stopte met mijn dochter financieel te steunen – nu zie ik mijn kleinzoon niet meer. Was ik alleen maar een portemonnee?
‘Mam, je begrijpt het gewoon niet!’ Sanne’s stem trilt door de telefoon. ‘Ik heb het geld nú nodig. Je weet toch hoe duur alles is geworden?’
Ik knijp mijn ogen dicht, voel de spanning in mijn schouders trekken. ‘Sanne, lieverd, ik kan het gewoon niet meer. Mijn pensioen is niet genoeg om jou elke maand te blijven helpen. Ik moet ook aan mezelf denken.’
Het blijft stil aan de andere kant van de lijn. Ik hoor haar ademhaling, snel en boos. ‘Dus nu laat je me gewoon stikken? Na alles wat ik voor je gedaan heb?’
Ik slik. Wat heeft zij voor mij gedaan? Mijn hele leven heb ik gewerkt, gespaard, alles opzijgezet voor haar. Haar vader, Kees, vertrok toen ze zeven was. Sindsdien was het altijd Sanne en ik tegen de rest van de wereld. Ik werkte dubbele diensten in het ziekenhuis in Utrecht, draaide nachten, miste schoolvoorstellingen omdat ik geld moest verdienen voor haar balletlessen, haar schoolreisjes, haar eerste scooter.
Toen ze zwanger raakte van Tim, was ze pas 22. Haar vriend, Bart, hield het na drie maanden voor gezien. Weer stond ik klaar: luiers, flesjes, nachten oppassen zodat zij haar studie kon afmaken. Ik was er altijd. Altijd.
Maar nu… Nu is het alsof er een muur tussen ons staat.
‘Sanne, ik mis je,’ fluister ik. ‘En ik mis Tim. Ik heb hem al zo lang niet gezien.’
‘Misschien had je daarover moeten nadenken voordat je me liet vallen,’ zegt ze kil. Dan verbreekt ze de verbinding.
Ik staar naar mijn telefoon. Mijn handen trillen. De stilte in mijn kleine appartement in Overvecht is oorverdovend.
De dagen daarna probeer ik mezelf bezig te houden. Ik ga naar de markt op het Smaragdplein, koop een bosje tulpen voor mezelf – iets wat ik vroeger nooit deed, want alles ging naar Sanne en Tim. Maar zelfs de bloemen lijken hun kleur te verliezen als ik thuiskom in de leegte.
Mijn buurvrouw, Joke, belt aan met appeltaart. ‘Je ziet er moe uit, Els,’ zegt ze bezorgd.
Ik knik. ‘Het is Sanne weer… Ze praat niet meer met me sinds ik haar geen geld meer kan geven.’
Joke zucht. ‘Kinderen tegenwoordig… Ze weten niet wat ze hebben gehad.’
Maar ergens knaagt er iets aan me. Heb ik haar te veel verwend? Had ik haar harder moeten aanpakken? Of is dit gewoon hoe het leven loopt?
’s Nachts lig ik wakker en denk aan Tim. Zijn blonde krullen, zijn schaterlach toen hij als peuter door mijn woonkamer rende. De geur van Zwitsal in zijn nekje als hij bij me sliep omdat Sanne weer eens een tentamen had.
Een jaar geleden zag ik hem voor het laatst op zijn verjaardag. Hij werd zes. Ik had een grote doos Lego gekocht – veel te duur eigenlijk – en samen bouwden we een kasteel op mijn vloerkleed. Sanne zat op haar telefoon, nauwelijks aandacht voor ons.
‘Mam, kun je volgende maand weer even bijspringen?’ vroeg ze toen Tim even naar het toilet was.
‘Sanne…’ begon ik voorzichtig, ‘ik weet niet of dat nog lukt. Mijn spaargeld raakt op.’
Ze rolde met haar ogen. ‘Je hebt toch altijd gezegd dat je alles voor mij zou doen?’
En nu… Nu is er alleen stilte.
Op een dag besluit ik een brief te schrijven:
Lieve Sanne,
Ik mis jou en Tim elke dag. Het doet pijn dat we elkaar niet meer zien. Ik hoop dat je begrijpt dat ik niet uit onwil stopte met helpen, maar omdat het gewoon niet meer ging. Je bent altijd mijn dochter en Tim blijft altijd mijn kleinzoon. Mijn deur staat altijd open.
Liefs,
Mama
Ik stop de brief in een envelop en loop ermee naar haar flat in Kanaleneiland. Mijn hart bonkt als ik de brievenbus zie – haar naam staat er nog steeds op, samen met die van Tim.
De weken verstrijken zonder antwoord.
Op een regenachtige woensdag zie ik Sanne onverwacht bij de Albert Heijn. Ze staat bij de kassa met Tim aan haar hand. Mijn hart slaat over.
‘Sanne!’ roep ik zachtjes.
Ze kijkt op, haar ogen groot van schrik – of is het ergernis? Tim kijkt nieuwsgierig naar mij.
‘Oma!’ roept hij blij en wil naar me toe rennen, maar Sanne houdt hem tegen.
‘We hebben haast,’ zegt ze kortaf en draait zich om.
‘Sanne, alsjeblieft…’ Mijn stem breekt.
Ze kijkt me aan, haar blik koud als ijs. ‘Je hebt je keuze gemaakt.’
Tim kijkt vragend van zijn moeder naar mij. ‘Mag ik bij oma spelen?’
Sanne schudt haar hoofd en trekt hem mee naar buiten.
Ik blijf achter bij de kassa met tranen in mijn ogen en een bonkend hart.
Thuis staar ik naar oude foto’s van Sanne als kind: lachend op het strand van Scheveningen, haar eerste schooldag met vlechtjes in haar haar, samen pannenkoeken bakken in onze oude keuken in Zuilen.
Waar is het misgegaan? Was mijn liefde niet genoeg zonder geld?
De maanden slepen zich voort. Op Koningsdag loop ik alleen over de vrijmarkt en zie overal gezinnen met kinderen; moeders die hun dochters omhelzen, oma’s die hun kleinkinderen ijsjes kopen.
’s Avonds belt Joke weer aan. ‘Els, je moet proberen verder te gaan,’ zegt ze zachtjes.
Maar hoe ga je verder als je hart elke dag een beetje meer breekt?
Soms fantaseer ik dat Sanne ineens voor de deur staat met Tim aan haar hand en zegt: ‘Sorry mam, ik mis je ook.’ Maar elke dag dat het niet gebeurt, sterft er iets in mij.
Op een avond besluit ik een fotoalbum te maken voor Tim – vol herinneringen aan onze tijd samen: zijn eerste stapjes in mijn woonkamer, samen eendjes voeren in het park, zijn handje in de mijne op weg naar de speeltuin.
Misschien zal hij ooit begrijpen hoeveel ik van hem hou – zelfs als zijn moeder dat vergeten lijkt te zijn.
Was ik echt alleen maar een portemonnee voor mijn dochter? Of is dit gewoon hoe liefde soms eindigt – in stilte en gemis?
Wat denken jullie: kun je als ouder ooit te veel geven? En hoe vind je jezelf terug als alles wat je liefhad langzaam verdwijnt?