Wanneer je eigen huis niet meer van jou voelt: Mijn verhaal als moeder
‘Mam, kun je misschien wat zachter praten? De kinderen slapen net.’
Ik slik. Mark kijkt me aan met die blik die ik zo goed ken – een mengeling van vermoeidheid en irritatie. Zijn vrouw, Sanne, zit op de bank met haar telefoon, haar wenkbrauwen licht gefronst. Ik sta in de keuken, mijn handen trillend om de theepot. Het is half negen ’s avonds, en ik voel me een indringer in mijn eigen huis.
Toen Mark en Sanne drie maanden geleden vroegen of ze tijdelijk bij mij konden intrekken – hun appartement werd verbouwd, het zou maar zes weken duren – zei ik natuurlijk ja. Wat voor moeder zou ik zijn als ik nee zei? Maar zes weken werden acht, en nu zijn we drie maanden verder. Mijn woonkamer is veranderd in een speelparadijs, overal liggen Duplo-blokken en knuffels. Mijn favoriete stoel is nu het domein van mijn kleindochter Lotte, die daar haar poppen parkeert. Zelfs de geur in huis is anders: luiers, babydoekjes, en altijd een vleugje koffie.
‘Marjan, heb je misschien nog wat havermelk?’ Sanne’s stem klinkt neutraal, maar ik hoor de ondertoon. Ik weet dat ze liever geen gewone melk drinkt. Ik knik en loop naar de koelkast. Mijn koelkast, waar nu vooral dingen in liggen die ik zelf nooit zou kopen: vegan kaas, sojayoghurt, hummus in drie smaken. Ik schuif de pot appelstroop opzij en pak de havermelk.
‘Dank je,’ zegt Sanne zonder op te kijken van haar telefoon.
Mark komt de keuken in en zucht diep. ‘Mam, kun je morgen misschien iets maken zonder gluten? Sanne krijgt last van haar buik.’
Ik knik weer. Natuurlijk. Ik knik altijd. Maar vanbinnen schreeuw ik. Waar is mijn huis gebleven? Waar ben ík gebleven?
’s Nachts lig ik wakker. Ik hoor het zachte gehuil van baby Tijn door de muur heen. Sanne loopt op haar blote voeten door de gang, Mark mompelt iets geruststellends. Ik draai me om in bed en staar naar het plafond. Vroeger was het hier stil. Vroeger was het hier van mij.
De volgende ochtend zit ik aan tafel met een kop thee als Mark binnenkomt.
‘Mam, kun je misschien iets minder vroeg stofzuigen? Lotte wordt er wakker van.’
Ik knik weer. Natuurlijk.
Later die dag komt mijn zusje Anja op bezoek. Ze kijkt me onderzoekend aan terwijl ze haar jas ophangt.
‘Je ziet er moe uit, Marjan.’
Ik haal mijn schouders op. ‘Het is druk, dat is alles.’
Anja kijkt om zich heen naar het speelgoed, de kinderwagen in de gang, de stapel was op de trap.
‘En? Hoe gaat het echt?’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. ‘Ik weet het niet meer,’ fluister ik. ‘Het voelt alsof ik hier niet meer woon.’
Anja pakt mijn hand vast. ‘Heb je dat al tegen Mark gezegd?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Ze hebben het al zo zwaar met die verbouwing en de kinderen… Ik wil geen last zijn.’
Die avond zit ik alleen in de keuken terwijl Mark en Sanne televisie kijken in de woonkamer. Mijn woonkamer. Ik hoor ze lachen om iets op tv, maar ik voel me buitengesloten. Alsof er een glazen wand tussen ons staat.
De volgende dag probeer ik het gesprek aan te gaan.
‘Mark, mag ik even met je praten?’
Hij kijkt op van zijn laptop. ‘Nu?’
‘Ja, als het kan.’
We gaan aan tafel zitten. Mijn hart bonkt in mijn keel.
‘Ik vind het fijn dat jullie hier zijn,’ begin ik voorzichtig. ‘Maar soms… soms voelt het alsof ik niet meer weet waar mijn plek is.’
Mark fronst zijn wenkbrauwen. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou… alles is anders nu. Mijn routines, mijn spullen… Soms lijkt het alsof ik te gast ben in mijn eigen huis.’
Mark zucht diep. ‘Mam, we doen echt ons best om rekening met je te houden.’
‘Dat weet ik,’ zeg ik snel. ‘Maar het is gewoon… moeilijk.’
Op dat moment komt Sanne binnen met Tijn op haar arm.
‘Is er iets?’ vraagt ze.
Mark kijkt haar aan en zegt: ‘Mam vindt het lastig dat alles zo veranderd is.’
Sanne zucht en rolt met haar ogen. ‘We proberen zo snel mogelijk weg te zijn, Marjan. Maar we kunnen nu even niet anders.’
Ik voel me schuldig dat ik er überhaupt over begonnen ben.
De dagen daarna probeer ik me aan te passen. Ik koop havermelk en glutenvrije pasta, ruim speelgoed op zonder te mopperen, en stofzuig pas als iedereen wakker is. Maar het knaagt aan me.
Op een avond hoor ik Mark en Sanne praten als ze denken dat ik slaap.
‘Ze doet zo afstandelijk de laatste tijd,’ zegt Sanne zacht.
‘Ze vindt het gewoon moeilijk,’ antwoordt Mark.
‘Misschien moeten we toch sneller iets regelen.’
Ik draai me om in bed en voel tranen over mijn wangen rollen. Wil ik dat ze weggaan? Of wil ik gewoon weer mezelf kunnen zijn?
Een week later barst de bom tijdens het avondeten.
Lotte gooit haar beker melk omver en Sanne snauwt: ‘Marjan, kun je niet even opletten?’
Ik voel iets in me breken.
‘Dit is míjn huis!’ roep ik ineens harder dan bedoeld. Iedereen kijkt geschrokken op.
‘Ik probeer zo hard om het iedereen naar de zin te maken, maar niemand vraagt ooit hoe het met míj gaat! Jullie nemen alles over – zelfs mijn stoel! Ik weet niet meer wie ik ben in mijn eigen huis!’
Het is doodstil aan tafel. Lotte begint zachtjes te huilen.
Mark staat op en loopt naar me toe.
‘Sorry mam,’ zegt hij zacht. ‘We hebben er nooit bij stilgestaan hoe zwaar dit voor jou moet zijn.’
Sanne kijkt beschaamd naar haar bord.
Die avond praten we lang – voor het eerst echt eerlijk. Ik vertel hoe eenzaam ik me voel, hoe moeilijk het is om altijd maar rekening te houden met iedereen behalve mezelf.
Mark belooft dat ze sneller zullen zoeken naar een tijdelijke woning. Sanne biedt haar excuses aan voor haar botte opmerkingen.
Het duurt nog drie weken voordat ze verhuizen naar een huurwoning vlakbij hun oude buurt. De eerste avond dat ik weer alleen thuis ben, zit ik in mijn favoriete stoel met een kop thee – gewone melk deze keer – en kijk om me heen naar de stilte die eindelijk weer van mij is.
Maar toch… Het huis voelt leeg zonder Lotte’s gelach of Tijn’s gehuil op de achtergrond.
Was dit wat ik wilde? Of heb ik iets verloren wat nooit meer terugkomt?
Hebben jullie ooit meegemaakt dat je eigen huis niet meer als thuis voelde? Wat zou jij doen als je moest kiezen tussen je eigen rust en je familie?