Vakantie met mijn schoonfamilie: een zomer vol tranen, ruzies en lege portemonnees
‘Waarom kijk je zo moeilijk, Sanne? Het is toch gewoon gezellig, met z’n allen naar Zeeland?’
De stem van mijn man, Jeroen, klinkt opgewekt, maar ik hoor de lichte irritatie eronder. Ik staar uit het raam, naar de grijze lucht boven Utrecht. Mijn handen trillen een beetje. ‘Gezellig,’ herhaal ik zachtjes, bijna spottend. ‘Vorig jaar was ook zo gezellig, toch?’
Hij zucht. ‘Daar gaan we weer.’
Ik voel hoe mijn keel dichtknijpt. De beelden van vorig jaar flitsen voorbij: zijn moeder, Marijke, die me corrigeerde over alles – van hoe ik de aardappels schilde tot hoe ik mijn dochtertje Noor in bed legde. Zijn zusje, Anouk, die elke dag klaagde over het weer, het eten, de huisjes. En Jeroen zelf, die zich steeds meer terugtrok in zijn telefoon of met zijn vader ging vissen, terwijl ik achterbleef met de kinderen en de afwas.
‘Sanne, het is familie. Dat hoort erbij. Iedereen heeft wel eens wat.’
‘Maar waarom moet het altijd ten koste van mij gaan?’ Mijn stem breekt. ‘Ik was kapot na die week. Ik heb de hele vakantie niet één keer op het strand gezeten zonder dat iemand iets van me wilde.’
Jeroen kijkt me aan, zijn ogen schieten heen en weer tussen begrip en ongeduld. ‘Je overdrijft. Iedereen had het zwaar. Mam ook, met haar rug.’
‘Mam met haar rug,’ herhaal ik bitter. ‘En wie stond er elke ochtend om zeven uur boterhammen te smeren voor iedereen? Wie ruimde alles op? Wie betaalde de boodschappen toen het geld op was?’
Hij zwijgt. Ik weet dat hij zich schaamt – hij had beloofd dat we de kosten zouden delen, maar uiteindelijk betaalde ik bijna alles van mijn spaargeld. Mijn portemonnee was leeg toen we thuiskwamen. En niemand leek het te merken.
Die avond lig ik wakker naast Jeroen. Zijn ademhaling is diep en regelmatig; hij slaapt al. Ik draai me om en kijk naar het plafond. In gedachten hoor ik Marijke’s stem: ‘Sanne, zou je even kunnen helpen met de was? Sanne, Noor heeft haar melk nog niet gehad. Sanne, kun jij even naar de supermarkt?’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. Waarom kan ik geen grenzen stellen? Waarom voel ik me altijd schuldig als ik nee zeg? Mijn moeder zei vroeger altijd: ‘Je moet het gezellig houden.’ Maar wat als gezelligheid betekent dat ik mezelf verlies?
De volgende ochtend zit ik aan tafel met Noor op schoot. Ze tekent met haar stiften een zonnetje. Jeroen komt binnen en schuift een kop koffie naar me toe.
‘Ik heb met mam gebeld,’ zegt hij voorzichtig.
Mijn hart slaat over.
‘Ze zegt dat ze zich verheugt op de vakantie. Ze wil graag dat jij meegaat. Ze vindt het zo fijn als jij erbij bent.’
Ik lach schamper. ‘Natuurlijk vindt ze dat fijn. Dan heeft ze iemand om alles aan over te laten.’
Jeroen fronst. ‘Dat is niet eerlijk.’
‘Nee? Wie deed vorig jaar de boodschappen toen jullie allemaal naar het strand gingen?’
Hij zwijgt weer.
Noor kijkt op en zegt: ‘Mama, gaan we weer naar het huisje met de zee?’
Ik slik. ‘Misschien wel, lieverd.’
Die middag bel ik mijn beste vriendin, Femke.
‘Je moet gewoon nee zeggen,’ zegt ze resoluut. ‘Of je stelt voorwaarden. Jij bent geen dienstmeisje.’
‘Maar als ik niet ga… dan ben ik de boeman. Dan krijg ik Jeroen tegen me, zijn moeder tegen me…’
‘En als je wel gaat, verlies je jezelf weer.’
Ik zucht diep.
De dagen verstrijken en de druk neemt toe. Jeroen stuurt me foto’s van het vakantiepark in Renesse: een huisje vlakbij de duinen, een speeltuin voor Noor. ‘Dit keer wordt het anders,’ appt hij erbij.
Maar in mijn hoofd hoor ik alleen maar Marijke’s stem: ‘Sanne, zou jij even…’
Op een avond zitten we samen op de bank. Jeroen kijkt me aan.
‘Wil je echt niet mee?’ vraagt hij zacht.
Ik voel hoe mijn hart bonkt in mijn borstkas.
‘Ik weet het niet,’ fluister ik. ‘Ik wil rust. Ik wil gewoon één week zonder verwachtingen, zonder kritiek.’
Hij knikt langzaam.
‘Misschien kunnen we samen gaan, zonder familie?’ stelt hij voor.
Het idee is verleidelijk – alleen wij drieën aan zee, zonder bemoeienis van buitenaf.
Maar dan denk ik aan Marijke’s gezicht als ze hoort dat wij zonder haar gaan. Aan Anouk’s passief-agressieve opmerkingen in de familie-app. Aan Jeroen die zich verscheurd voelt tussen mij en zijn moeder.
‘Ik wil niemand kwetsen,’ zeg ik zacht.
‘Maar jezelf kwetsen mag wel?’ vraagt Jeroen ineens fel.
Zijn woorden raken me als een klap in mijn gezicht.
De weken gaan voorbij en de zomer nadert snel. Op een dag staat Marijke onverwacht voor de deur met een bos bloemen.
‘Sanne, lieverd,’ begint ze zonder omwegen, ‘ik hoop echt dat je meegaat deze zomer. Het is zo fijn als jij erbij bent. Je brengt rust in de groep.’
Rust? Ik voel me allesbehalve rustig als zij in de buurt is.
‘Ik weet het nog niet,’ zeg ik voorzichtig.
Ze kijkt me doordringend aan. ‘Weet je, vroeger had ik ook moeite met vakanties met mijn schoonfamilie. Maar uiteindelijk draait het om geven en nemen.’
Geven en nemen… Maar waarom voelt het alsof ik alleen maar geef?
Die nacht droom ik dat ik op het strand sta, alleen, terwijl de zee woest tegen de kust beukt. Ik roep om hulp maar niemand hoort me; iedereen zit binnen aan tafel te lachen.
De volgende ochtend besluit ik dat het genoeg is.
Aan het ontbijt kijk ik Jeroen recht aan.
‘Ik ga niet mee dit jaar,’ zeg ik vastberaden.
Hij schrikt zichtbaar. ‘Wat? Maar…’
‘Ik kan niet nog een keer mezelf verliezen omwille van anderen,’ onderbreek ik hem zacht maar krachtig.
Hij staart naar zijn koffie en knikt langzaam.
‘Misschien is dat beter,’ zegt hij uiteindelijk.
De weken daarna voel ik me schuldig én opgelucht tegelijk. Marijke appt minder vaak; Anouk stuurt een passief-agressief berichtje in de familie-app: “Nou ja, hopelijk volgend jaar weer gezellig compleet.” Jeroen is stiller dan normaal maar lijkt ook rustiger thuis.
Op een warme julidag zit ik alleen op een bankje in het park terwijl Noor speelt in het gras. De zon schijnt op mijn gezicht; voor het eerst sinds maanden voel ik geen druk op mijn borstkas.
Misschien heb ik eindelijk geleerd dat grenzen stellen geen egoïsme is – maar zelfbehoud.
En toch vraag ik me af: waarom is het zo moeilijk om voor jezelf te kiezen als iedereen verwacht dat je altijd klaarstaat? Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen harmonie in de familie en trouw blijven aan jezelf?