Toen Leontien in ons leven kwam: Hoe één schoondochter onze familie op z’n kop zette
‘Dus jij vindt dat Jeroen de afwas moet doen?’ Mijn stem trilde, maar ik probeerde het te verbergen achter een glimlach. Leontien keek me recht aan, haar blauwe ogen vastberaden. ‘Ja, Marijke. We wonen samen. We delen alles. Ook het huishouden.’
Het was de eerste zondag dat Leontien en Jeroen bij ons kwamen eten sinds ze waren gaan samenwonen in hun flatje in Utrecht. Mijn man Henk zat zwijgend aan tafel, zijn vork nog in de hand. Mijn dochter Sanne rolde met haar ogen en mompelde iets onverstaanbaars. Ik voelde hoe mijn wangen warm werden. In ons gezin was het altijd duidelijk geweest: de vrouwen deden het huishouden, de mannen zorgden voor het zware werk buiten. Zo had ik het geleerd van mijn moeder, en zij weer van de hare.
Maar Leontien was anders. Ze was opgegroeid in Amersfoort, haar ouders waren gescheiden, haar moeder werkte fulltime als huisarts. Ze had altijd geleerd voor zichzelf op te komen, zei ze. En nu stond ze hier, in mijn keuken, en vertelde ze mij hoe ik mijn zoon moest opvoeden.
‘Jeroen werkt hard,’ zei ik zachtjes. ‘Hij heeft het al druk genoeg met zijn baan bij de gemeente.’
Leontien lachte kort. ‘En ik dan? Ik werk ook fulltime. Waarom zou ik dan alles moeten doen?’
Jeroen keek ongemakkelijk naar zijn bord. ‘Mam, het is gewoon eerlijker zo.’
Ik voelde me verraden. Mijn eigen zoon, die altijd zo dankbaar was als ik zijn lievelingskostje maakte, koos nu haar kant. Ik slikte de brok in mijn keel weg en stond op om de borden te pakken.
Die avond lag ik wakker naast Henk. ‘Ze haalt hem bij ons weg,’ fluisterde ik in het donker. Henk zuchtte diep. ‘Ze is gewoon modern, Marijke. Misschien moeten we eraan wennen.’
Wennen? Hoe kon ik wennen aan het idee dat alles wat ik kende niet meer gold? De dagen erna voelde ik me leeg en boos tegelijk. Ik probeerde Leontien te begrijpen, maar elke keer als ik haar zag, voelde ik een afstand die ik niet kon overbruggen.
Op een dag belde Sanne me op. ‘Mam, je moet echt ophouden met dat gedoe over Leontien. Jeroen is gelukkig met haar.’
‘Maar waarom moet alles veranderen?’ vroeg ik wanhopig.
‘Omdat tijden veranderen,’ zei Sanne zachtjes. ‘En misschien is dat niet altijd slecht.’
Ik dacht terug aan mijn eigen jeugd in een klein dorpje in Friesland. Mijn moeder stond altijd om zes uur op om brood te bakken en de was te doen voordat mijn vader wakker werd. Ik had nooit iets anders gekend. Maar nu leek het alsof die wereld langzaam verdween.
De weken gingen voorbij en elke zondag kwam het jonge stel eten. Elke keer probeerde ik vriendelijk te zijn tegen Leontien, maar het voelde geforceerd. Op een avond bleef Jeroen na het eten in de keuken hangen terwijl Leontien met Henk naar het nieuws keek.
‘Mam,’ begon hij voorzichtig, ‘ik weet dat dit moeilijk voor je is. Maar Leontien betekent veel voor mij. Ze maakt me gelukkig.’
Ik draaide me om en keek hem aan. Zijn ogen waren dezelfde als die van Henk vroeger: zacht, maar vastberaden.
‘Ben je bang dat je me kwijtraakt?’ vroeg hij.
Ik knikte, tranen prikten achter mijn ogen.
‘Je raakt me niet kwijt, mam. Maar ik wil ook mijn eigen leven leiden.’
Ik wist dat hij gelijk had, maar het deed pijn om los te laten.
Op een dag belde Leontien me op. ‘Marijke, mag ik langskomen? Zonder Jeroen?’
Mijn hart sloeg over. Wat wilde ze?
Ze kwam die middag langs met een bos bloemen en een doosje bonbons. We zaten zwijgend aan de keukentafel tot zij het woord nam.
‘Ik weet dat het lastig is voor je,’ zei ze zachtjes. ‘Ik wil niet tussen jou en Jeroen in staan.’
Ik keek haar aan en zag ineens niet meer de indringer, maar een jonge vrouw die net zo onzeker was als ik ooit was geweest.
‘Ik ben gewoon bang,’ gaf ik toe. ‘Bang dat alles verandert en dat er straks geen plek meer voor mij is.’
Leontien pakte mijn hand vast. ‘Er is altijd plek voor jou, Marijke. Maar misschien moeten we samen zoeken naar een nieuwe manier.’
Die woorden bleven nog dagenlang door mijn hoofd spoken.
Langzaam begon ik kleine dingen los te laten. Ik liet Jeroen zelf zijn lievelingsgerecht meenemen als hij kwam eten, in plaats van het altijd voor hem klaar te maken. Ik vroeg Leontien om samen te koken, en tot mijn verbazing hadden we plezier samen in de keuken.
Toch bleef het soms schuren. Op verjaardagen merkte ik dat Leontien andere ideeën had over tradities: geen grote taarten meer, maar kleine hapjes; geen lange toespraken, maar korte toasts; geen verplichte familiebezoekjes op zondag, maar soms gewoon samen wandelen in het park.
Mijn zus Els vond er ook wat van: ‘Laat je nou echt alles door haar bepalen?’ vroeg ze tijdens een kop koffie.
‘Nee,’ zei ik aarzelend. ‘Maar misschien is het tijd om sommige dingen anders te doen.’
Els schudde haar hoofd. ‘Ik zou het niet pikken.’
Maar diep vanbinnen wist ik dat vasthouden aan het oude mij alleen maar ongelukkiger maakte.
De echte breuk kwam toen Jeroen en Leontien aankondigden dat ze niet wilden trouwen, maar wel samen een kindje wilden krijgen.
‘Dat kan toch niet!’ riep mijn schoonmoeder tijdens een familiediner. ‘Een kind zonder huwelijk? Wat zullen de buren wel niet zeggen?’
Leontien bleef rustig. ‘We willen gewoon ons eigen pad volgen.’
Er viel een ijzige stilte aan tafel.
Na afloop barstte de bom tussen Henk en zijn moeder: ‘Mam, dit is hun keuze! Laat ze toch!’
Die avond zat ik alleen op de bank, starend naar de foto’s van vroeger: Henk en ik op onze trouwdag, Jeroen als baby in zijn doopjurk, Sanne met haar eerste fietsje.
Alles leek zo overzichtelijk toen.
Maar nu? Alles was anders.
Toen hun dochtertje Lotte werd geboren, voelde ik voor het eerst weer echte vreugde. Ik mocht oppassen terwijl Leontien weer ging werken – iets wat mijn moeder nooit zou hebben gedaan.
Op een dag zat ik met Lotte op schoot toen Leontien thuiskwam van haar werk.
‘Dankjewel dat je er bent,’ zei ze zachtjes.
En ineens begreep ik: misschien hoefde ik niet alles los te laten om toch deel uit te maken van hun leven.
Nu kijk ik terug op die eerste jaren met Leontien en zie ik hoeveel we allemaal zijn veranderd – niet alleen zij, maar ook ikzelf.
Soms vraag ik me af: waarom is het zo moeilijk om oude gewoonten los te laten? En wat levert het op als we durven mee te bewegen met nieuwe tijden?