Sindsdien zie ik mijn kleinzoon alleen nog op foto’s – waarom mag ik hem niet vasthouden?
‘Mam, het is beter als je voorlopig niet langskomt.’
Die woorden van mijn zoon Martijn galmen nog steeds na in mijn hoofd. Het was een regenachtige woensdagmiddag in Utrecht, de lucht grijs en zwaar, en ik stond met de telefoon trillend in mijn hand voor het raam. Buiten fietsten kinderen door de plassen, hun gelach klonk als een echo uit een ander leven. Mijn leven, voordat alles zo ingewikkeld werd.
‘Maar Martijn, ik wil alleen maar even kijken hoe het met jullie gaat. En met kleine Daan… Ik heb hem nog niet eens vastgehouden!’ Mijn stem brak, maar Martijn bleef stil aan de andere kant van de lijn. Ik hoorde zijn ademhaling, zwaar en aarzelend.
‘Mam, het is gewoon… lastig nu. Sanne heeft rust nodig. Ze vindt het allemaal te veel.’
Sanne. Mijn schoondochter. Sinds zij in ons leven kwam, is alles veranderd. Eerst was ik blij voor Martijn – eindelijk iemand die hem gelukkig maakte na die moeilijke jaren op de universiteit. Maar Sanne was anders dan ik gewend was. Stil, afstandelijk, altijd bezig met haar eigen familie en haar eigen regels.
De eerste keer dat ik haar ontmoette, was op een verjaardag bij mij thuis. Ze zat aan tafel, haar handen gevouwen in haar schoot, en keek nauwelijks op toen ik haar vroeg of ze koffie wilde. ‘Nee dank u,’ zei ze zacht. ‘Ik drink geen koffie.’
Ik probeerde het goed te maken. Kocht bloemen voor haar verjaardag, stuurde kaartjes als ze ziek was, bood aan om te helpen tijdens haar zwangerschap. Maar steeds vaker kreeg ik het gevoel dat ik in de weg liep. Dat mijn aanwezigheid niet gewenst was.
Toen Daan werd geboren, stond ik klaar met een zelfgebreid dekentje en een mand vol verse soep. Maar Sanne stuurde een berichtje: ‘We willen het rustig aan doen met bezoek. We laten het weten als het uitkomt.’
Weken gingen voorbij. Ik zag foto’s op Facebook van Sanne’s moeder met Daan op schoot, lachend in hun tuin in Amersfoort. Mijn hart kneep samen van jaloezie en verdriet. Waarom mocht zij wel komen en ik niet?
Op een dag besloot ik het gesprek aan te gaan. Ik belde Martijn op.
‘Martijn, ik voel me buitengesloten. Wat heb ik verkeerd gedaan?’
Hij zuchtte diep. ‘Mam, het is niet persoonlijk…’
‘Niet persoonlijk? Hoe kan het niet persoonlijk zijn als ik mijn eigen kleinzoon niet mag zien?’
‘Sanne voelt zich gewoon niet op haar gemak bij jou. Ze vindt dat je soms te aanwezig bent, dat je haar ruimte niet respecteert.’
Die woorden sneden als messen door mijn ziel. Te aanwezig? Ik wilde alleen maar helpen! Ik dacht aan al die keren dat ik boodschappen had gedaan toen Sanne ziek was, of dat ik Martijn’s favoriete stamppot had gekookt omdat hij zo moe was van zijn werk.
Ik probeerde mezelf te verdedigen, maar Martijn kapte het gesprek af. ‘Mam, laten we het hier even bij laten. We nemen contact op als het beter uitkomt.’
Sindsdien zie ik Daan alleen nog op foto’s. Zijn eerste lachje, zijn kleine handjes om de vinger van Sanne’s moeder geklemd, zijn eerste stapjes in hun woonkamer – allemaal momenten waar ik geen deel van uitmaak.
Mijn vriendinnen begrijpen het niet. ‘Waarom laat je het erbij zitten?’ vraagt Marijke als we samen koffie drinken bij de HEMA.
‘Wat moet ik dan?’ antwoord ik wanhopig. ‘Ik kan toch niet zomaar voor hun deur gaan staan?’
Marijke schudt haar hoofd. ‘Je moet voor jezelf opkomen! Je bent zijn oma!’
Maar wat als dat alles alleen maar erger maakt? Wat als Martijn en Sanne me dan helemaal buitensluiten?
’s Nachts lig ik wakker en denk aan vroeger. Aan hoe mijn eigen moeder altijd welkom was bij ons thuis, hoe ze met liefde op Martijn paste toen hij klein was. Waarom lukt het mij dan niet om diezelfde band met mijn kleinkind te krijgen?
Op een dag besluit ik een brief te schrijven aan Sanne.
‘Lieve Sanne,
Ik weet dat onze relatie niet altijd makkelijk is geweest. Misschien heb ik fouten gemaakt zonder het te beseffen. Maar geloof me als ik zeg dat ik alleen maar het beste wil voor jou, Martijn en Daan. Het doet me pijn dat ik Daan niet mag zien, maar ik respecteer jullie keuzes. Toch hoop ik dat er ooit ruimte komt voor mij in zijn leven.
Met vriendelijke groet,
Anja’
Ik stop de brief in een envelop en loop naar de brievenbus om de hoek. Mijn handen trillen als ik hem erin laat vallen.
Dagen gaan voorbij zonder reactie. Dan krijg ik een appje van Martijn: ‘Dankjewel voor je brief, mam. We denken erover na.’
Meer niet.
De weken slepen zich voort. Ik probeer mezelf af te leiden met vrijwilligerswerk in het buurthuis, maar telkens als er een baby binnenkomt met zijn oma voel ik tranen prikken achter mijn ogen.
Op een zondagmiddag belt mijn zus Els.
‘Anja, je moet jezelf niet zo kwellen,’ zegt ze zachtjes. ‘Misschien heeft Sanne gewoon tijd nodig.’
‘Maar hoe lang dan nog?’ snik ik.
Els zwijgt even. ‘Misschien moet je accepteren dat dingen anders lopen dan je had gehoopt.’
Accepteren… Dat woord voelt als opgeven.
Op Daan’s eerste verjaardag krijg ik een foto via WhatsApp: Daan met een taartje voor zich, zijn gezichtje onder de slagroom. Geen uitnodiging, geen telefoontje – alleen die foto.
Ik staar ernaar tot mijn ogen prikken van de tranen.
Waarom mag ik hem niet vasthouden? Wat heb ik verkeerd gedaan? Of is dit gewoon hoe families soms uit elkaar groeien in stilte?
Misschien zijn er anderen die dit herkennen… Wat zouden jullie doen als je zo buitengesloten werd door je eigen familie?