‘Of je zegt je plannen af, of je bent geen goede oma’ – Mijn leven tussen liefde en verwachtingen
‘Mam, je moet je plannen afzeggen. Anders…’ Daan kijkt me aan met die blik die ik zo goed ken van vroeger, toen hij als kind iets van me wilde. Maar nu is hij volwassen, getrouwd zelfs, en zijn stem klinkt anders – harder, afstandelijker. ‘Anders wat?’ hoor ik mezelf zeggen, mijn stem trilt. ‘Anders ben je geen goede oma,’ zegt Marije, zijn vrouw, zonder me aan te kijken. Ze staat in de kleine keuken van hun flat in Amersfoort, haar handen trillend om een kop thee.
Ik voel hoe mijn hart samenknijpt. Het is zaterdagmiddag, regen tikt tegen het raam, en ik ben hier omdat ze me vroegen op te passen op kleine Lotte. Maar ik had al weken geleden afgesproken met mijn vriendin Anja om naar het theater te gaan. ‘Ik heb het al beloofd aan Anja,’ probeer ik zachtjes. ‘We zien elkaar bijna nooit meer sinds haar man ziek is.’
Marije zucht diep. ‘Jij hebt altijd iets belangrijkers te doen dan je kleindochter,’ zegt ze. Daan kijkt ongemakkelijk weg. Ik voel me schuldig, maar ook boos. Waarom moet ik altijd degene zijn die zich aanpast? Waarom voelt het alsof mijn leven niet meer van mij is sinds Daan met Marije is getrouwd?
Toen Daan en Marije elkaar leerden kennen op de universiteit in Utrecht, was ik blij voor hem. Eindelijk iemand die hem begreep, dacht ik. Maar alles veranderde toen ze besloten bij haar ouders in te trekken – een klein appartement boven een bloemenwinkel in de binnenstad. Plotseling was er geen plek meer voor mij. Mijn bezoekjes werden korter, de gesprekken oppervlakkiger.
De eerste keer dat ik Lotte vasthield, voelde ik pure liefde. Maar nu lijkt het alsof ik alleen nog welkom ben als oppas. Marije’s moeder, Els, is altijd in de buurt – ze woont immers beneden – en lijkt alles beter te weten. ‘Zo doen wij dat hier,’ zegt ze vaak als ik iets anders aanpak met Lotte. Ik voel me een buitenstaander in het leven van mijn eigen zoon.
Op een dag, een paar weken geleden, kwam het tot een uitbarsting. Ik had Lotte meegenomen naar het park zonder het eerst te overleggen met Marije. Toen we terugkwamen, stond Marije me op te wachten bij de deur. ‘Je kunt niet zomaar dingen doen zonder het te vragen!’ riep ze uit. Daan stond er zwijgend naast, zijn ogen op de grond gericht.
‘Ik ben haar oma,’ zei ik zachtjes. ‘Ik wil gewoon tijd met haar doorbrengen.’
‘Maar wij zijn haar ouders,’ antwoordde Marije fel. ‘Jij moet onze regels volgen.’
Sindsdien is er een afstand tussen ons die ik niet kan overbruggen. Ik probeer het goed te doen, maar het lijkt nooit genoeg.
Mijn eigen moeder zei altijd: ‘Een goede oma geeft zichzelf weg voor haar kleinkinderen.’ Maar is dat echt zo? Moet ik mezelf helemaal opofferen? Mijn leven bestaat niet alleen uit oppassen en klaarstaan voor anderen. Ik heb ook dromen, verlangens, vrienden.
Toch voel ik me schuldig als ik nee zeg tegen Daan of Marije. Zoals vandaag – Anja heeft me nodig, maar Lotte ook. En blijkbaar ben ik alleen een goede oma als ik altijd beschikbaar ben.
De spanning groeit elke keer dat ik hun flat binnenstap. De muren lijken dichterbij te komen, de lucht zwaar van onuitgesproken woorden. Els kijkt me soms aan met een blik die zegt: ‘Jij hoort hier niet.’
Op een avond belde Daan me op. Zijn stem klonk moe. ‘Mam, kun je morgen komen? Marije heeft migraine en Els moet werken.’
‘Het spijt me lieverd,’ zei ik zachtjes. ‘Ik heb morgen een afspraak bij de huisarts.’
Er viel een stilte aan de andere kant van de lijn.
‘Je bent veranderd sinds papa er niet meer is,’ zei hij uiteindelijk.
Die woorden sneden dieper dan hij ooit zal weten. Sinds mijn man Peter drie jaar geleden overleed aan kanker, voel ik me soms verloren. Maar ik probeer door te gaan – voor mezelf én voor mijn familie.
Soms vraag ik me af of Daan begrijpt hoe moeilijk het voor mij is om alleen verder te gaan. Of Marije ooit zal zien dat ik ook maar een mens ben, met gevoelens en grenzen.
Op Lotte’s tweede verjaardag zat ik aan tafel tussen Els en Marije’s vader Kees in. Iedereen lachte om Lotte’s eerste pogingen om kaarsjes uit te blazen, maar ik voelde me onzichtbaar. Toen Lotte naar mij toe kwam en haar armpjes om mijn nek sloeg, voelde ik tranen prikken achter mijn ogen.
‘Oma?’ fluisterde ze.
‘Ja lieverd?’
‘Blijf je altijd bij mij?’
Wat moest ik zeggen? Dat ik er altijd voor haar wil zijn? Of dat zelfs oma’s soms hun eigen weg moeten gaan?
Na het feestje liep ik naar buiten, de frisse lucht in. Mijn hart bonkte in mijn borstkas – van verdriet, van liefde, van twijfel.
Thuis belde Anja me op. ‘Hoe was het?’ vroeg ze.
‘Moeilijk,’ zei ik eerlijk. ‘Ik weet niet meer wie ik ben in hun leven.’
Anja zweeg even. ‘Je bent hun moeder en hun oma,’ zei ze toen zachtjes. ‘Maar je bent ook jezelf.’
Die nacht lag ik wakker in bed, luisterend naar de regen tegen het raam. Ik dacht aan Peter – wat zou hij gedaan hebben? Zou hij zich hebben weggecijferd? Of zou hij voor zichzelf gekozen hebben?
De volgende ochtend stuurde Marije me een bericht: ‘Kun je volgende week donderdag oppassen? Anders moeten we iemand inhuren.’
Ik keek naar het scherm en voelde de druk weer op mijn borst. Moet liefde altijd betekenen dat je jezelf vergeet? Of mag je ook grenzen stellen?
Ik besloot terug te schrijven: ‘Ik wil graag oppassen, maar donderdag kan ik niet. Kunnen we samen naar een andere oplossing zoeken?’
Het bleef lang stil voordat ze antwoordde: ‘Prima.’ Geen groet, geen dankjewel.
Toch voelde het als een kleine overwinning – voor het eerst had ik mijn eigen grens aangegeven zonder me schuldig te voelen.
Maar de twijfel blijft knagen: Ben ik nu een slechte oma? Of juist een mens die probeert zichzelf niet kwijt te raken?
Misschien is dat wel de grootste uitdaging van het oma-zijn: balanceren tussen geven en jezelf blijven.
Wat denken jullie? Moet je als oma altijd alles opgeven voor je familie? Of mag je ook kiezen voor jezelf?