Mijn stiefdochter sluit me buiten van haar bruiloft – en mijn man is woedend
‘Hoe kun je dit doen, Anne?’ Mijn stem trilt terwijl ik de uitnodiging nog eens bekijk. Mijn naam staat er niet op. Mijn man, Pieter, zit tegenover me aan de keukentafel, zijn handen tot vuisten gebald. ‘Ze heeft me net gebeld,’ zegt hij zacht. ‘Ze wil niet dat jij komt. Alleen ik en haar moeder.’
Ik voel hoe mijn keel dichtknijpt. Jarenlang heb ik geprobeerd Anne te laten voelen dat ze welkom is, dat ik haar niet wilde vervangen, maar aanvullen. Ik herinner me de eerste keer dat ik haar ontmoette, een verlegen meisje van twaalf, haar haar in een slordige vlecht, haar ogen vol wantrouwen. ‘Je bent niet mijn moeder,’ had ze toen gezegd. ‘Dat weet ik, lieverd,’ had ik geantwoord. ‘Maar ik hoop dat we vrienden kunnen worden.’
Nu, twaalf jaar later, lijkt het alsof al die moeite voor niets is geweest. ‘Waarom?’ fluister ik. Pieter haalt zijn schouders op, maar ik zie de woede in zijn ogen. ‘Ze zegt dat het haar dag is. Dat ze geen drama wil.’
‘Drama?’ Ik kan het niet laten om te lachen, maar het klinkt bitter. ‘Ik heb alles gedaan om haar gelukkig te maken. Ik heb haar naar hockey gebracht, haar geholpen met haar profielwerkstuk, haar getroost toen haar eerste vriendje het uitmaakte. En nu ben ik drama?’
Pieter schuift zijn stoel naar achteren en loopt naar het raam. Buiten regent het zachtjes, de druppels glijden traag langs het glas. ‘Ik snap het niet, Marieke. Ik snap het echt niet. Misschien moet ik haar moeder bellen. Dit kan toch niet?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, Pieter. Laat het. Als ze me niet wil, dan wil ze me niet.’ Maar diep vanbinnen knaagt het. Wat heb ik verkeerd gedaan? Had ik meer afstand moeten houden? Of juist meer mijn best moeten doen?
De dagen daarna voel ik me als een schim in mijn eigen huis. Anne’s moeder, Saskia, belt Pieter om de details van de bruiloft te bespreken. Ik hoor haar stem door de muur, opgewekt, alsof er niets aan de hand is. Soms hoor ik Pieter fluisteren: ‘Maar Marieke dan?’ en dan een korte, scherpe reactie van Saskia. ‘Het is Anne’s keuze. Bemoei je er niet mee.’
Op een avond, als Pieter en ik samen op de bank zitten, barst hij los. ‘Dit is niet eerlijk, Marieke. Jij hebt Anne opgevoed toen Saskia haar eigen leven wilde leiden. Jij was er altijd. En nu word je behandeld als een buitenstaander. Ik kan dit niet accepteren.’
Ik leg mijn hand op zijn arm. ‘Het is haar dag, Pieter. Misschien wil ze gewoon rust. Misschien ben ik te aanwezig geweest.’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee. Dit is niet jouw schuld. Ik ga Saskia bellen. Dit kan niet.’
Ik hoor hem in de keuken praten, zijn stem steeds luider. ‘Saskia, luister nou eens! Marieke hoort erbij. Ze heeft Anne opgevoed! Hoe kun je haar zo buitensluiten?’
Ik hoor Saskia’s stem, scherp en koud. ‘Het is niet mijn beslissing, Pieter. Anne wil het zo. Misschien moet je je eens afvragen waarom.’
Die nacht lig ik wakker. Mijn gedachten razen. Ik denk aan alle momenten dat Anne en ik samen waren. De keren dat ze me ‘mam’ noemde, per ongeluk, en dan snel haar mond hield. De keren dat ze me negeerde, of me aankeek met die blik van ‘jij hoort hier niet’.
De volgende dag besluit ik Anne te bellen. Mijn handen trillen als ik haar nummer intoets. Ze neemt op na drie keer overgaan. ‘Hoi Marieke.’ Haar stem klinkt afstandelijk.
‘Anne, ik wil je niet lastigvallen, maar ik wil gewoon weten waarom. Waarom mag ik niet komen?’
Er valt een lange stilte. Dan zegt ze: ‘Het is gewoon… ingewikkeld. Mam vindt het moeilijk. En ik wil geen gedoe op mijn bruiloft. Ik wil gewoon dat het gezellig is.’
‘Dus ik ben niet gezellig?’ Mijn stem breekt.
‘Dat bedoel ik niet…’ zucht ze. ‘Maar het is gewoon makkelijker zo. Je begrijpt het vast wel.’
‘Nee, Anne. Ik begrijp het niet. Maar ik zal het accepteren. Ik wens je een mooie dag.’
Ik hang op voordat ze iets kan zeggen. De tranen stromen over mijn wangen. Pieter vindt me later in de keuken, mijn hoofd in mijn handen. ‘Ze wil niet dat ik kom. Omdat haar moeder het moeilijk vindt.’
Hij vloekt zachtjes. ‘Dit is belachelijk. Ik ga niet zonder jou.’
‘Je moet gaan, Pieter. Het is je dochter.’
‘Niet als ze jou zo behandelt. Dan ben ik er liever niet bij.’
De dagen tot de bruiloft zijn zwaar. Pieter praat nauwelijks, hij is boos en verdrietig tegelijk. Ik voel me leeg. Op de dag zelf zit ik alleen thuis, de gordijnen dicht. Ik probeer niet te denken aan Anne in haar jurk, aan de foto’s die straks overal op Facebook zullen staan. Pieter is ook thuisgebleven. Hij zit zwijgend in de tuin, een biertje in zijn hand.
’s Avonds krijg ik een appje van Anne. ‘Het spijt me. Ik hoop dat je het ooit begrijpt.’
Ik staar naar het scherm. Wat moet ik antwoorden? Moet ik haar vergeven? Moet ik haar laten gaan? Of moet ik vechten voor mijn plek in haar leven?
Soms vraag ik me af: wie bepaalt eigenlijk wie er bij een familie hoort? Is het bloed, of is het liefde? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?