Mijn man vergelijkt mij steeds met de vrouw van zijn beste vriend – ziet hij echt niet hoe verschillend onze levens zijn?

‘Waarom maak je nooit eens iets speciaals, zoals Marieke dat doet?’ De woorden van Michiel snijden door me heen terwijl ik de aardappels schil. Zijn stem klinkt niet boos, eerder teleurgesteld, maar dat maakt het alleen maar erger. Ik voel mijn wangen gloeien van schaamte en frustratie. ‘Misschien omdat ik geen tijd heb om uren in de keuken te staan?’ probeer ik zachtjes, maar hij hoort me niet eens. Hij pakt zijn jas en vertrekt naar zijn werk, zonder nog iets te zeggen.

De stilte die achterblijft in onze kleine keuken voelt zwaarder dan ooit. Ik kijk naar de klok: 07:23. Over een half uur moet ik de kinderen wakker maken, hun broodtrommels vullen, gymspullen controleren, en zorgen dat ze op tijd op school zijn. Daarna snel door naar mijn werk in het buurthuis, waar ik tot vier uur bezig ben met ouderen die hun dag willen vullen met een beetje gezelschap en een kop koffie. Marieke – de vrouw van Michiels beste vriend Jeroen – werkt niet. Ze heeft geen kinderen. Ze heeft tijd om driegangenmenu’s te koken, taarten te bakken en haar huis te decoreren alsof het een showroom is.

Toch lijkt Michiel dat niet te zien. Of misschien wil hij het niet zien. Elke keer als we bij Jeroen en Marieke op bezoek gaan, voel ik de spanning in mijn schouders toenemen. Marieke lacht altijd vriendelijk, haar tafel is prachtig gedekt, en er staat altijd iets bijzonders op het menu. ‘Wat gezellig dat jullie er zijn!’ roept ze dan, terwijl ze een schaal met zelfgemaakte bruschetta op tafel zet. Michiel kijkt me dan aan met die blik die zegt: zie je wel?

‘Mam, waar is mijn gymtas?’ roept Lotte vanaf boven. Ik schrik op uit mijn gedachten. ‘In de gang, naast de kapstok!’ roep ik terug. Lotte is negen en zit vol energie – soms te veel energie voor mij alleen. Bram, onze jongste van zes, komt slaperig de trap af en kruipt tegen me aan. ‘Ik wil niet naar school,’ mompelt hij. Ik aai hem over zijn haar en probeer mijn tranen weg te slikken.

Aan de ontbijttafel is het druk en chaotisch zoals altijd. Lotte morst melk over haar brood, Bram wil alleen maar hagelslag, en ik probeer ondertussen een boterham naar binnen te werken terwijl ik hun tassen inpak. Mijn telefoon trilt: een appje van Michiel. ‘Vergeet je niet melk te halen? En misschien kun je vanavond iets anders maken dan stamppot?’

Ik zucht diep. Soms vraag ik me af of hij zich ooit afvraagt hoe mijn dagen eruitzien. Of hij beseft dat ik ’s avonds uitgeput ben, dat ik soms nauwelijks tijd heb om even te zitten voordat het alweer tijd is om te koken, huiswerk te controleren en ruzies te sussen.

Op mijn werk probeer ik me te concentreren op de ouderen die hun verhalen vertellen over vroeger. Mevrouw De Vries vertelt hoe ze als kind in de oorlog haar moeder hielp met koken op een petroleumstelletje. ‘Het was zwaar, maar we deden het samen,’ zegt ze met een glimlach. Ik voel een steek van jaloezie – niet om het petroleumstelletje, maar om het gevoel van samen.

’s Middags haal ik de kinderen op van school. Lotte is boos omdat haar beste vriendin met iemand anders speelde tijdens de pauze. Bram huilt omdat hij zijn knuffel kwijt is geraakt in de klas. Thuis probeer ik iedereen te troosten, terwijl ik ondertussen nadenk over wat ik vanavond zal koken. Iets speciaals? Maar wat dan? Ik heb geen tijd om boodschappen te doen voor ingewikkelde recepten.

Als Michiel thuiskomt, ruikt hij meteen aan de lucht in de keuken. ‘Weer stamppot?’ vraagt hij met opgetrokken wenkbrauw. Ik voel hoe mijn handen beginnen te trillen terwijl ik de pan op tafel zet.

‘Sorry dat ik geen tijd had voor iets anders,’ zeg ik zachtjes.

‘Bij Marieke eten ze nooit twee keer hetzelfde in een week,’ zegt hij zonder op te kijken van zijn telefoon.

De kinderen merken de spanning meteen. Lotte kijkt me aan met grote ogen. ‘Mama, is papa boos?’ vraagt ze fluisterend.

‘Nee hoor lieverd,’ lieg ik, terwijl ik haar over haar rug wrijf.

’s Avonds als de kinderen in bed liggen, zit ik alleen aan tafel met een kop thee. Michiel kijkt televisie in de woonkamer. Ik hoor hem lachen om iets op tv – een geluid dat me vroeger gelukkig maakte, maar nu alleen maar pijn doet.

Ik besluit het gesprek aan te gaan. Ik loop naar hem toe en ga naast hem zitten op de bank.

‘Michiel…’ begin ik aarzelend.

Hij kijkt me aan, zichtbaar geïrriteerd dat ik hem stoor tijdens zijn programma.

‘Kunnen we even praten?’ vraag ik zachtjes.

Hij zucht en zet de tv zachter.

‘Wat is er nou weer?’

Ik voel tranen prikken achter mijn ogen, maar ik dwing mezelf om rustig te blijven.

‘Het doet me pijn als je me steeds vergelijkt met Marieke,’ zeg ik. ‘Onze levens zijn zo anders. Zij heeft geen kinderen, geen baan… Zij heeft tijd voor al die dingen waar jij zo van houdt.’

Hij haalt zijn schouders op.

‘Misschien moet je gewoon wat beter je best doen,’ zegt hij kil.

Die woorden breken iets in mij. Ik sta op en loop terug naar de keuken, waar ik mezelf toesta eindelijk te huilen. Mijn tranen vallen op het aanrecht terwijl ik afwas wat er nog over is van het avondeten.

De dagen daarna probeer ik nog harder mijn best te doen. Ik zoek recepten op internet, probeer nieuwe dingen uit – maar alles mislukt of wordt lauw gegeten omdat iemand weer ruzie maakt of omdat Bram zijn eten niet lust. Michiel blijft ontevreden.

Op een avond barst het eindelijk los tijdens het eten.

‘Waarom doe je zo je best voor iemand die het toch nooit goed genoeg vindt?’ snauwt Lotte opeens naar haar vader.

Michiel kijkt haar verbaasd aan.

‘Je bent altijd boos op mama,’ zegt ze met trillende stem. ‘Dat is niet eerlijk.’

Ik kijk haar dankbaar aan, maar voel me ook schuldig dat zij dit moet zeggen in plaats van ikzelf.

Michiel zwijgt even en schuift zijn bord weg.

‘Misschien moeten we gewoon allemaal wat beter ons best doen,’ mompelt hij uiteindelijk voordat hij opstaat en naar boven loopt.

Die nacht lig ik wakker naast hem in bed. Zijn rug naar mij toe gekeerd, zijn ademhaling zwaar van de slaap of misschien van frustratie – ik weet het niet meer.

Ik denk aan Marieke, aan haar perfecte huis en haar perfecte diners – maar ook aan haar lege kamers zonder kinderstemmen, zonder chaos en zonder liefde die zich uit in kleine gebaren tussen alle drukte door.

De volgende ochtend besluit ik dat het zo niet langer kan. Tijdens het ontbijt vertel ik Michiel dat ik niet meer wil leven onder constante vergelijking met iemand anders.

‘Ik ben wie ik ben,’ zeg ik vastberaden. ‘En als dat niet genoeg voor je is… dan weet ik niet of dit nog werkt.’

Hij kijkt me aan – echt aan – voor het eerst in weken lijkt het wel.

‘Ik…’ begint hij, maar weet niets te zeggen.

De kinderen kijken gespannen toe.

‘Misschien moeten we hulp zoeken,’ zegt hij uiteindelijk zachtjes.

Het is geen oplossing, maar misschien wel een begin.

’s Avonds zit ik opnieuw alleen aan tafel met een kop thee. Maar deze keer voel ik me iets lichter – alsof er eindelijk ruimte is gekomen voor mijn eigen stem tussen alle verwachtingen en vergelijkingen door.

Hebben jullie ooit gevoeld dat je jezelf kwijtraakt door steeds vergeleken te worden met iemand anders? Hoe vinden jullie weer je eigen waarde terug als niemand die lijkt te zien?