Mijn man, de vrek: Kun je houden van iemand die elke cent telt?
‘Moet dat nou echt, Marieke? We hebben nog genoeg kaas in de koelkast. Waarom zou je een nieuwe kopen?’
Ik sta in de keuken, mijn hand nog op het boodschappenlijstje. Bart’s stem klinkt scherp, bijna snijdend. Ik voel hoe mijn schouders zich automatisch spannen. ‘Die kaas is beschimmeld, Bart. De kinderen lusten dat niet meer.’
‘Je kunt het schimmellaagje er gewoon afsnijden. Dat deden we vroeger thuis ook altijd,’ zegt hij, zonder op te kijken van zijn telefoon.
Ik slik. Vroeger thuis… Dat was een ander leven. Mijn moeder had altijd verse spullen in huis, zelfs als het geld krap was. Maar Bart… Bart telt elke euro. Soms lijkt het alsof hij meer van zijn spaarrekening houdt dan van mij.
Het is niet altijd zo geweest. Toen we elkaar leerden kennen, was hij charmant, attent. We fietsten samen door de duinen bij Zandvoort, dronken warme chocolademelk op het strand. Hij lachte veel, maakte grapjes over zijn ‘Hollandse zuinigheid’, maar ik vond het schattig. Ik dacht: hij is gewoon verstandig met geld.
Maar na ons trouwen veranderde er iets. Het begon klein: een opmerking over de dure wijn die ik kocht voor mijn verjaardag, een zucht als ik nieuwe schoenen nodig had voor mijn werk als juf op de basisschool. Maar na de geboorte van onze dochter Lotte en later onze zoon Daan, werd het erger.
‘Waarom moeten ze per se naar zwemles? Je kunt ze toch zelf leren zwemmen?’ vroeg hij op een avond terwijl ik de inschrijfformulieren invulde.
‘Bart, dat kan ik niet! En ze moeten hun diploma halen, dat is verplicht!’
Hij zuchtte diep en liep weg. Die avond sliep hij op de bank.
De jaren gingen voorbij. Ik probeerde te praten, te onderhandelen, te smeken zelfs. Maar Bart bleef vasthouden aan zijn overtuiging: geld moet je sparen voor later. Voor noodgevallen. Voor zekerheid.
Maar wat als het nu al een noodsituatie is? Wat als ik mezelf verlies in deze spaarzaamheid?
Mijn moeder merkte het als eerste op. ‘Je ziet er moe uit, lieverd,’ zei ze toen ik haar opzocht in Haarlem. ‘Gaat het wel goed tussen jou en Bart?’
Ik haalde mijn schouders op en probeerde te glimlachen. ‘Hij is gewoon… zuinig.’
Ze keek me doordringend aan. ‘Zuinig is iets anders dan gierig, Marieke.’
Die woorden bleven hangen.
Op een dag kwam Lotte thuis van school met een uitnodiging voor het verjaardagsfeestje van haar beste vriendin Noor. Ze had haar mooiste jurk al klaargelegd en vroeg of ze een cadeautje mocht kopen.
‘We hebben nog een kleurboek liggen van vorig jaar,’ zei Bart meteen.
Lotte keek me smekend aan. ‘Mama, mag ik alsjeblieft iets nieuws uitzoeken?’
Ik voelde me verscheurd tussen haar verlangens en Bart’s strenge regels. Uiteindelijk kocht ik stiekem een klein knutselpakketje van mijn eigen geld.
Toen Bart het ontdekte, was hij woedend.
‘We hebben afgesproken dat we geen onnodige dingen kopen! Waarom luister je nooit?’
‘Omdat ik niet wil dat onze kinderen zich schamen, Bart! Omdat ik wil dat ze gelukkig zijn!’
Zijn gezicht werd rood, zijn ogen fel. ‘En wat als we straks geen geld meer hebben? Denk je daar wel eens aan?’
‘En wat als we straks geen liefde meer hebben?’ schreeuwde ik terug.
Het bleef stil. Dagenlang spraken we nauwelijks met elkaar.
Op school merkte mijn collega Sanne dat ik afwezig was. Tijdens de pauze trok ze me apart.
‘Marieke, je bent er met je hoofd niet bij. Wil je erover praten?’
Ik barstte in tranen uit. Alles kwam eruit: de ruzies, de schaamte, het gevoel gevangen te zitten in een leven dat niet meer het mijne was.
Sanne luisterde geduldig en gaf me een knuffel. ‘Je verdient beter dan dit,’ fluisterde ze.
Maar wat is beter? Een scheiding? Alleen verder met twee kinderen? Mijn ouders zijn al jaren gescheiden; ik weet hoe pijnlijk dat kan zijn.
Toch begon ik steeds vaker te dromen over vrijheid. Over boodschappen doen zonder angst voor commentaar. Over spontaan een ijsje halen met Lotte en Daan zonder eerst te moeten rekenen of het wel mag.
Op een avond zat ik aan tafel met Bart. De kinderen sliepen al. Ik keek hem aan en voelde hoe mijn hart bonkte in mijn borstkas.
‘Bart, zo kan het niet langer,’ zei ik zachtjes.
Hij keek op van zijn laptop. ‘Wat bedoel je?’
‘Ik voel me ongelukkig. Ik voel me gevangen in jouw regels en angsten om geld uit te geven.’
Hij zweeg even, zijn blik gleed naar het raam.
‘Ik doe dit voor ons,’ zei hij uiteindelijk. ‘Voor onze toekomst.’
‘Maar wat als er straks geen ons meer is?’
Hij keek me aan, voor het eerst echt geraakt door mijn woorden.
‘Wil je scheiden?’ vroeg hij zachtjes.
Tranen prikten achter mijn ogen. ‘Ik weet het niet meer, Bart. Maar zo kan ik niet verder.’
De weken daarna waren zwaar. We spraken met een relatietherapeut – iets waar Bart zich met tegenzin toe liet overhalen (‘Dat kost toch weer geld…’). Tijdens die sessies kwamen oude wonden naar boven: zijn angst om tekort te komen, mijn verlangen naar warmte en spontaniteit.
Soms leek het alsof we dichter bij elkaar kwamen; soms leek de kloof alleen maar groter te worden.
Op een dag kwam Lotte thuis met tranen in haar ogen. ‘Papa zegt dat we niet mee mogen op schoolreisje omdat het te duur is…’
Dat was de druppel.
Ik pakte mijn jas en liep naar buiten, de frisse avondlucht in. Mijn hart bonsde in mijn keel terwijl ik langs de grachten liep, de lantaarns weerspiegelden in het water.
Hoe ben ik hier beland? Waar is het meisje gebleven dat droomde van geluk?
Die nacht sliep ik bij mijn moeder. Ze hield me vast zoals vroeger toen ik klein was en bang voor onweer.
‘Je hoeft niet alles alleen te dragen, Marieke,’ fluisterde ze.
De volgende ochtend besloot ik: dit is niet langer mijn leven. Ik wil niet dat mijn kinderen leren dat liefde betekent dat je jezelf moet wegcijferen voor andermans angsten.
Met lood in mijn schoenen vertelde ik Bart dat ik wilde scheiden. Hij huilde – voor het eerst sinds jaren zag ik echte emoties bij hem.
‘Misschien heb ik alles kapotgemaakt,’ snikte hij.
‘Nee,’ zei ik zachtjes. ‘We hebben elkaar gewoon verloren onderweg.’
Nu woon ik met Lotte en Daan in een klein appartementje aan de rand van Haarlem. Het is krap en soms moeilijk alleen, maar er is ruimte om adem te halen – om weer mezelf te zijn.
Soms vraag ik me af: had ik harder moeten vechten? Of was dit onvermijdelijk? Kun je echt houden van iemand die elke cent belangrijker vindt dan jouw geluk?
Wat denken jullie: is liefde genoeg als angst alles bepaalt?