Mijn dochter wil een kind zonder partner – Kan ik haar steunen als moeder?
‘Mam, ik wil een kind. Ook al heb ik geen partner.’
De woorden van Marieke galmen nog na in mijn hoofd. Het was een regenachtige dinsdagavond in onze kleine keuken in Utrecht. De geur van verse stamppot hing nog in de lucht, maar mijn eetlust was verdwenen. Ik keek haar aan, mijn dochter van 38, met die vastberaden blik die ik zo goed kende van vroeger. ‘Weet je het zeker?’ vroeg ik zacht, terwijl ik mijn handen om mijn mok thee vouwde.
Ze knikte. ‘Ik voel het al jaren, mam. Maar nu… nu kan ik niet langer wachten. Mijn biologische klok tikt. Ik wil niet spijt krijgen.’
Ik slikte. Natuurlijk wist ik dat ze altijd kinderen had gewild. Maar na haar pijnlijke breuk met Jeroen, vijf jaar geleden, leek ze zich erbij neer te leggen dat het misschien niet zou gebeuren. Toch had ik haar de laatste tijd vaker betrapt op dromerige blikken naar spelende kinderen in het park, of een zachte zucht als ze babykleertjes zag in de etalage bij HEMA.
‘En hoe wil je dat dan doen?’ probeerde ik voorzichtig.
Ze haalde haar schouders op. ‘Er zijn opties. Kunstmatige inseminatie. Of misschien co-ouderschap met een vriend. Maar ik wil het niet langer uitstellen.’
Ik voelde een mengeling van trots en angst. Trots omdat ze zo moedig was om haar wens uit te spreken, angst omdat ik wist hoe zwaar het zou zijn. Niet alleen voor haar, maar ook voor mij – als moeder én misschien als oma.
Die nacht lag ik wakker. Mijn man, Jan, draaide zich om en mompelde slaperig: ‘Waar denk je aan?’
‘Marieke,’ fluisterde ik. ‘Ze wil een kind. Alleen.’
Hij zuchtte diep. ‘Dat wordt een hoop gedoe in de familie.’
En hij had gelijk. Mijn zus Els was altijd uitgesproken traditioneel geweest. ‘Een kind hoort twee ouders te hebben,’ zei ze vaak op verjaardagen, terwijl ze haar glas wijn vasthield alsof het een schild was tegen alles wat anders was dan zij gewend was.
De volgende dag belde Marieke me op mijn werk. ‘Mam, wil je met me mee naar de huisarts? Voor informatie?’
Ik voelde mijn hart sneller kloppen. ‘Natuurlijk,’ zei ik meteen.
In de wachtkamer zat ze naast me, haar handen trillend in haar schoot. ‘Ben je boos op me?’ vroeg ze plotseling.
‘Nee lieverd,’ zei ik, en ik pakte haar hand vast. ‘Ik ben gewoon bang dat je gekwetst wordt.’
Ze glimlachte flauwtjes. ‘Dat ben ik al zo vaak geweest, mam. Maar dit… dit is iets wat ík kan kiezen.’
De huisarts was vriendelijk en begripvol. Ze legde uit wat de mogelijkheden waren: donorinseminatie via de kliniek, de wachtlijsten, de kosten, de medische risico’s. Marieke luisterde aandachtig en stelde gerichte vragen. Ik voelde me trots op haar volwassenheid, maar ook verdrietig om alles wat ze moest missen – een partner om dit mee te delen, iemand die haar hand vasthield tijdens echo’s.
Thuis barstte de bom toen Jan thuiskwam van zijn werk.
‘Ik vind het egoïstisch,’ zei hij fel aan tafel. ‘Een kind verdient een vader.’
Marieke keek hem recht aan. ‘En wat als die vader er niet is? Moet ik dan maar nooit moeder worden?’
Jan zweeg, maar zijn blik was hard.
Die avond zaten we samen op de bank. Marieke huilde zachtjes tegen mijn schouder aan.
‘Misschien moet ik gewoon accepteren dat het niet voor mij is weggelegd,’ snikte ze.
‘Nee,’ zei ik vastberaden. ‘Jij mag dit verlangen hebben. En ik zal je steunen, wat er ook gebeurt.’
De weken daarna waren zwaar. De familie hoorde het nieuws via Els – natuurlijk kon zij haar mond niet houden.
Op oma’s verjaardag werd er gefluisterd aan de koffietafel.
‘Heb je het gehoord? Marieke wil een kind zonder man! Schande!’
Ik voelde me verscheurd tussen loyaliteit aan mijn dochter en de druk van de familie.
Marieke bleef dapper doorgaan met haar plannen. Ze schreef zich in bij een fertiliteitskliniek in Amsterdam en begon gesprekken met een counselor.
Op een avond zat ze bij mij aan tafel met een dikke map vol informatie.
‘Mam, wil jij straks bij de bevalling zijn? Als het zover komt?’ vroeg ze zacht.
Mijn hart brak en smolt tegelijk.
‘Natuurlijk lieverd,’ fluisterde ik.
Toch bleef Jan zich verzetten.
‘Ik wil geen opa worden van een kind zonder vader,’ zei hij koppig.
‘Maar het is jouw kleinkind!’ riep ik uit.
Hij sloeg met zijn vuist op tafel. ‘Het is niet normaal! Wat moeten de buren wel niet denken?’
De spanning in huis werd ondraaglijk. Soms sliep Jan op de logeerkamer; soms bleef Marieke weg om mij niet in het midden te zetten.
Op een dag kwam Marieke thuis met goed nieuws: ze mocht beginnen met behandelingen.
‘Mam, ik ben zo blij… maar ook zo bang,’ zei ze terwijl ze me omhelsde.
‘Ik ook,’ fluisterde ik terug.
De eerste poging mislukte. En de tweede ook.
Marieke raakte steeds stiller; haar hoop brokkelde af bij elke negatieve test.
Op een avond zat ze huilend op bed.
‘Misschien ben ik gewoon niet bedoeld om moeder te zijn,’ snikte ze.
Ik hield haar vast zoals toen ze klein was en nachtmerries had.
‘Je bent sterk, Marieke. Wat er ook gebeurt: jij bent genoeg.’
Na maanden proberen kwam er eindelijk goed nieuws: zwanger!
We huilden samen van blijdschap – zelfs Jan kon zijn tranen niet bedwingen toen hij het hoorde.
Langzaam draaide hij bij; hij begon over babykleertjes en wiegjes te praten alsof hij zich eindelijk kon voorstellen dat liefde niet altijd volgens het boekje hoeft te gaan.
De familie bleef verdeeld: sommigen feliciteerden ons uitbundig, anderen bleven afstandelijk of maakten nare opmerkingen over “moderne toestanden”.
Maar Marieke straalde als nooit tevoren tijdens haar zwangerschap – sterker dan ooit, ondanks alles wat er op haar pad was gekomen.
Toen haar dochtertje Lotte werd geboren, hield ik haar voor het eerst vast en voelde ik alleen maar liefde – geen schaamte of twijfel meer.
Nu zit ik hier met Lotte op schoot en kijk ik naar Marieke die lacht terwijl ze haar dochter voedt.
Was het makkelijk? Nee. Hebben we fouten gemaakt? Vast wel. Maar wie bepaalt wat normaal is?
Zou jij je dochter steunen als ze deze keuze maakte? Of vind je dat een kind altijd twee ouders nodig heeft? Ik ben benieuwd naar jullie verhalen…