In de schaduw van zijn moeder: Hoe misverstanden ons huwelijk verscheuren

‘Waarom kom je niet gewoon naar huis, Bas?’ Mijn stem trilt, zelfs al probeer ik kalm te klinken. Aan de andere kant van de lijn hoor ik het bekende zuchten. ‘Mam heeft me nodig, Sanne. Je weet hoe slecht het met haar gaat sinds die val.’

Ik knijp mijn ogen dicht. De stilte in ons huis is oorverdovend sinds Bas een half jaar geleden zijn koffers pakte en naar zijn moeder in Amersfoort vertrok. Elke avond eet ik alleen aan de keukentafel, kijkend naar zijn lege stoel. ‘Ze overdrijft, Bas. Ze gebruikt je. Je ziet het gewoon niet!’ Mijn woorden zijn scherper dan ik bedoel, maar ik kan het niet meer tegenhouden.

‘Sanne, hou op. Je weet niet waar je het over hebt.’ Zijn stem klinkt moe, afstandelijk. ‘Ik bel je morgen weer.’

De verbinding wordt verbroken. Ik staar naar mijn telefoon, mijn hart bonkt in mijn borst. Hoe is het zover gekomen? We waren altijd zo’n goed team, Bas en ik. We lachten samen, maakten plannen voor de toekomst, droomden over een huisje aan de rand van Utrecht met een tuin vol bloemen. Maar sinds zijn moeder haar heup brak en hij bij haar introk, lijkt alles wat we hadden langzaam te verdampen.

De eerste weken begreep ik het nog. Natuurlijk moest hij haar helpen: boodschappen doen, koken, haar naar de fysio brengen. Maar nu? Ze loopt alweer zonder stok en toch blijft hij daar slapen. ‘Ze heeft me nodig,’ zegt hij steeds weer. Maar wie heeft mij nodig?

Mijn schoonmoeder, Trudy, is altijd een dominante vrouw geweest. Al op onze bruiloft fluisterde ze in mijn oor: ‘Nu ben je officieel familie, maar Bas blijft altijd mijn jongen.’ Ik lachte toen nog, dacht dat het een grapje was. Maar nu klinkt het als een dreigement dat langzaam werkelijkheid wordt.

Op een regenachtige woensdagavond besluit ik haar te bellen. Mijn handen trillen als ik haar nummer intoets. ‘Trudy? Met Sanne.’

‘Ach meisje, wat fijn dat je belt! Bas is net even naar de supermarkt voor mij. Wat kan ik voor je doen?’ Haar stem klinkt zoet, maar ik hoor de ondertoon.

‘Ik wilde even vragen hoe het met u gaat… en wanneer Bas weer naar huis komt.’

Ze lacht kort. ‘Och, Sanne toch. Je weet hoe lastig het allemaal is voor mij. Bas is zo’n steun voor me. Zonder hem zou ik het niet redden.’

‘Maar u bent toch alweer aardig opgeknapt?’ probeer ik voorzichtig.

‘Dat lijkt misschien zo, maar je weet niet wat er allemaal speelt. De nachten zijn het ergst…’ Haar stem breekt zogenaamd.

Ik voel woede opborrelen. ‘Misschien kunnen we samen een oplossing zoeken? Zodat Bas ook weer thuis kan zijn?’

‘Sanne,’ zegt ze plots streng, ‘ik weet dat dit moeilijk voor je is, maar Bas is volwassen en maakt zijn eigen keuzes. Misschien moet jij leren hem wat meer los te laten.’

Ik slik mijn tranen weg en hang op zonder gedag te zeggen.

De dagen erna voel ik me leeg en machteloos. Op mijn werk bij de bibliotheek kan ik me nauwelijks concentreren. Mijn collega Marieke merkt het meteen.

‘Gaat het wel goed met je?’ vraagt ze tijdens de lunchpauze.

Ik schud mijn hoofd en vertel haar alles. Over Bas, over Trudy, over de stilte thuis.

‘Je moet hem laten kiezen,’ zegt Marieke zacht. ‘Of hij komt terug naar jou, of hij blijft bij haar.’

Maar hoe doe je dat als je van iemand houdt? Als je bang bent dat een ultimatum hem alleen maar verder wegduwt?

’s Avonds staar ik naar onze trouwfoto aan de muur. We lachen allebei breeduit, jong en vol hoop. Ik pak mijn telefoon en stuur Bas een bericht: ‘Kunnen we praten? Echt praten?’

Hij reageert pas laat: ‘Morgenavond om acht uur bij jou thuis.’

De volgende dag ruim ik het huis op alsof hij elk moment terug kan komen wonen. Ik zet zijn favoriete bier koud en maak stamppot andijvie – zijn lievelingseten.

Om acht uur precies hoor ik de sleutel in het slot. Daar staat hij: vermoeid, ouder geworden in zes maanden tijd.

We eten zwijgend. Pas als de borden leeg zijn, kijkt hij me aan.

‘Sanne… Ik weet dat dit niet eerlijk is tegenover jou.’

‘Waarom doe je dit dan?’ Mijn stem breekt.

Hij zucht diep. ‘Ze is mijn moeder. Ze heeft niemand anders.’

‘En ik dan? Ben ik niemand?’

Hij kijkt weg. ‘Jij bent sterk genoeg om alleen te zijn.’

Die woorden snijden dieper dan ik had verwacht.

‘Dus omdat ik sterk ben, mag jij mij verlaten?’

Hij zwijgt.

‘Bas… Ik hou van je. Maar zo kan ik niet verder.’

Hij knikt langzaam. ‘Ik weet het niet meer, Sanne.’

De dagen daarna hoor ik niets van hem. Ik slaap slecht, eet nauwelijks en voel me verloren in mijn eigen huis.

Op een avond staat Trudy ineens voor mijn deur.

‘Mag ik binnenkomen?’ vraagt ze met een zachte stem die ik niet van haar ken.

Ik knik verbaasd.

Ze gaat aan tafel zitten en kijkt me lang aan.

‘Sanne… Ik heb misschien te veel van Bas gevraagd. Maar weet je… Ik ben gewoon bang om alleen oud te worden.’

Voor het eerst zie ik haar kwetsbaarheid.

‘Maar u heeft hem nu al zes maanden bij u gehouden,’ zeg ik zacht.

Ze knikt schuldig. ‘Misschien moet ik hem loslaten… voor jullie allebei.’

Die avond belt Bas me op.

‘Mam heeft met me gepraat,’ zegt hij zacht. ‘Mag ik morgen thuiskomen?’

Mijn hart maakt een sprongetje van hoop én angst tegelijk.

De volgende dag staat hij weer in onze woonkamer. We praten urenlang – over angst, over liefde, over grenzen stellen aan familie.

Het zal tijd kosten om elkaar weer te vertrouwen. Maar voor het eerst in maanden voel ik dat we samen willen vechten voor ons huwelijk.

Toch blijft er twijfel knagen: Wat als het weer gebeurt? Wat als liefde niet genoeg blijkt te zijn?

Hebben jullie ooit moeten kiezen tussen familie en liefde? En hoe weet je wanneer het tijd is om los te laten?