In de Schaduw van Familie: Hoe Mijn Huwelijk Op de Rand van de Afgrond Raakte

‘Waarom ben ik altijd degene die alles moet regelen?’ Mijn stem trilt terwijl ik de vaatdoek uitwring boven de gootsteen. De geur van oude soep en schoonmaakmiddel hangt zwaar in de keuken. Mijn man, Jeroen, kijkt niet op van zijn telefoon. ‘Omdat jij het toch altijd doet, Lieke. Je weet dat mam niet kan helpen vanuit Spanje.’

Ik bijt op mijn lip. De woorden prikken, maar ik slik ze in. Oma Truus, zijn grootmoeder, zit in de woonkamer en kijkt naar buiten, haar blik wazig. Zes jaar geleden was ze nog scherp, maar nu is ze afhankelijk van mij voor alles: haar medicijnen, haar eten, haar was. En Jeroen? Die werkt lange dagen bij de gemeente en lijkt thuis vooral te willen ontsnappen aan alles wat met zorg te maken heeft.

‘Weet je nog dat we samen naar Italië wilden? Voordat oma ziek werd?’ vraag ik zachtjes. Jeroen zucht. ‘Lieke, nu niet. Ik ben moe.’

Het is altijd hetzelfde liedje. Sinds zijn moeder, mijn schoonmoeder Marijke, zes jaar geleden besloot om als verpleegkundige in Spanje te gaan werken, is de zorg voor oma volledig op mijn schouders terechtgekomen. In het begin voelde het als iets vanzelfsprekends – we zijn familie, toch? Maar naarmate de jaren verstreken, werd het een last die steeds zwaarder drukte.

Marijke belt elke zondag via WhatsApp. Haar stem klinkt opgewekt, bijna te opgewekt. ‘Hoe gaat het met oma? En met jullie? Lieke, je bent een schat dat je dit allemaal doet!’

Maar als ik voorzichtig aangeef dat het zwaar is, wuift ze het weg. ‘Ach joh, je bent jong en sterk! Bovendien is het goed voor je karakter. En Jeroen helpt toch ook?’

Ik voel me gevangen tussen beleefdheid en woede. Jeroen helpt nauwelijks. Mijn eigen moeder zegt vaak: ‘Lieke, je moet voor jezelf kiezen.’ Maar hoe doe je dat als iedereen verwacht dat jij degene bent die alles opvangt?

De dagen worden weken, de weken maanden. Mijn vrienden zie ik nauwelijks meer. Als ik een keer koffie ga drinken met Sanne, voel ik me schuldig tegenover oma én Jeroen. Sanne kijkt me bezorgd aan. ‘Je ziet eruit alsof je elk moment kunt instorten.’

‘Soms wil ik gewoon verdwijnen,’ fluister ik. ‘Alsof ik niet meer besta buiten deze muren.’

Op een dag vind ik een briefje op tafel: “Lieke, kun je vandaag extra vroeg thuis zijn? De thuiszorg komt niet en oma moet naar de dokter.”

Geen groet, geen dankjewel. Gewoon een opdracht.

’s Avonds barst ik uit tegen Jeroen. ‘Ik ben geen dienstmeisje! Dit is niet wat ik wilde van mijn leven!’

Hij kijkt me aan met een blik die ik niet herken – koud en afstandelijk. ‘Misschien had je dat eerder moeten bedenken.’

De volgende ochtend belt Marijke weer. Haar stem klinkt bezorgd als ik zeg dat ik niet meer weet hoe lang ik dit volhoud. ‘Lieke, je moet niet zo dramatisch doen. Iedereen heeft het moeilijk tegenwoordig.’

Ik hang op en voel tranen branden achter mijn ogen.

De weken daarna word ik stiller. Ik doe wat er van me verwacht wordt, maar mijn hart is er niet meer bij. Op een avond zit ik op het balkon met een glas wijn en kijk naar de regen die tegen het raam slaat.

Jeroen komt naast me zitten. ‘Wat is er toch met je?’

‘Ik voel me leeg,’ zeg ik zachtjes. ‘Alsof alles wat mij ooit gelukkig maakte, verdwenen is.’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Misschien moet je gewoon wat meer ontspannen.’

Ik lach bitter. Ontspannen? Wanneer dan?

Op een dag krijg ik een appje van Marijke: “Ik kom volgende maand een weekje naar huis! Kunnen jullie dan even alles voorbereiden?”

Alles voorbereiden… Voor haar vakantie in Nederland.

Als ze aankomt, brengt ze cadeautjes mee uit Spanje: een sjaal voor mij, chocola voor Jeroen, parfum voor oma. Ze kust me op beide wangen en zegt: ‘Wat zie je er moe uit! Je moet beter voor jezelf zorgen.’

’s Avonds hoor ik haar fluisteren met Jeroen in de keuken. Ik vang flarden op: “…Lieke klaagt veel… misschien overspannen… ze moet zich niet zo aanstellen…”

Mijn hart breekt een beetje verder.

De week vliegt voorbij en als Marijke weer vertrekt, laat ze een briefje achter: “Bedankt voor alles! Je bent echt goud waard.”

Maar het voelt als lood.

Op een avond barst de bom. Ik kom thuis na een lange dag werken – want ja, naast de zorg voor oma werk ik ook nog parttime bij de bibliotheek – en vind Jeroen boos in de woonkamer.

‘Mam zegt dat je haar hebt geschoffeerd! Wat heb je gezegd?’

‘Dat ik het zwaar heb! Dat niemand me begrijpt!’ schreeuw ik terug.

‘Misschien moet je dan maar ergens anders gaan wonen,’ zegt hij kil.

De stilte die volgt is oorverdovend.

Die nacht slaap ik op de bank. Ik staar naar het plafond en vraag me af hoe het zover heeft kunnen komen.

De volgende ochtend pak ik mijn tas en ga naar mijn moeder in Haarlem. Ze slaat haar armen om me heen en zegt: ‘Je hoeft niet terug als je dat niet wilt.’

In de weken die volgen probeer ik mezelf terug te vinden. Ik wandel langs het strand van Zandvoort, voel de wind door mijn haren en adem diep in.

Jeroen appt af en toe: “Wanneer kom je terug?” Maar ik weet het niet meer.

Marijke stuurt lange berichten over familieverantwoordelijkheid en hoe belangrijk het is om samen te blijven.

Maar voor het eerst in jaren voel ik ruimte om na te denken over wat ík wil.

Op een dag kijk ik mezelf aan in de spiegel en zie iemand die ik bijna vergeten was: Lieke, met dromen en verlangens die verder reiken dan deze familie.

Misschien is dit het moment om te kiezen voor mezelf.

Hebben jullie ooit het gevoel gehad dat familie meer als een gevangenis voelt dan als een thuis? Wat zou jij doen als je moest kiezen tussen jezelf en de verwachtingen van anderen?