De Prijs van Vrijheid: Het Verhaal van Marijke en Haar Dochters
‘Hoe kun je dit ons aandoen, mam?’ De stem van mijn oudste dochter, Sanne, trilt van woede en ongeloof. Haar blauwe ogen – dezelfde als die van mij – priemen in de mijne. Naast haar staat Lisa, haar zusje, met gebalde vuisten en een gezicht dat op onweer staat.
Ik sta in de keuken van ons rijtjeshuis in Amersfoort, mijn handen trillend om de rand van het aanrecht. De geur van vers gezette koffie hangt zwaar in de lucht, maar niemand drinkt. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Ik weet dat ik dit gesprek niet langer kan ontwijken.
‘Ik doe dit niet om jullie pijn te doen,’ zeg ik zacht. Mijn stem klinkt vreemder dan ik had verwacht, alsof ik iemand anders ben geworden sinds ik vanochtend besloot het eindelijk te zeggen. ‘Ik moet aan mezelf denken. Voor het eerst in dertig jaar.’
Sanne’s lip beeft. ‘Dus je kiest voor jezelf? En wij dan? Je hebt altijd gezegd dat wij alles voor je zijn!’
Lisa schudt haar hoofd. ‘Papa is kapot, mam. Je weet niet wat je aanricht.’
Ik sluit mijn ogen even. De beelden van afgelopen nacht flitsen voorbij: het lange gesprek met Henk, mijn man, die me met lege ogen aankeek toen ik zei dat ik niet meer verder kon. Zijn stilte was ondraaglijker dan elk verwijt.
‘Jullie vader en ik… we zijn al jaren vreemden voor elkaar,’ fluister ik. ‘Ik heb geprobeerd het vol te houden voor jullie. Maar ik voel me leeg. Ik wil weer leven, meisjes.’
De stilte die volgt is snijdend. Buiten hoor ik een merel zingen, alsof de wereld gewoon doorgaat terwijl de onze instort.
Het begon allemaal zo anders. Ik was negentien toen ik Henk ontmoette op een feestje in Utrecht. Hij was charmant, grappig, en had grote plannen: een huisje, boompje, beestje. Binnen twee jaar waren we getrouwd en kochten we samen dit huis. Sanne werd geboren, daarna Lisa. Mijn leven vulde zich met luiers, schoolpleinmoeders en zwemles op zaterdagochtend.
Maar ergens onderweg raakte ik mezelf kwijt. Henk werkte steeds meer, kwam laat thuis, en als hij er was, zat hij zwijgend achter zijn laptop of keek voetbal op tv. Mijn dagen werden gevuld met zorgen voor de meisjes, vrijwilligerswerk op school en het huishouden. Soms keek ik in de spiegel en herkende ik mezelf niet meer.
‘Mam, je kunt niet zomaar alles opgeven,’ zegt Lisa ineens fel. ‘Je hebt altijd gezegd dat familie het belangrijkste is!’
‘En dat is ook zo,’ antwoord ik, terwijl tranen over mijn wangen stromen. ‘Maar ik ben ook iemand. Ik wil niet wakker worden als ik zestig ben en spijt hebben dat ik nooit voor mezelf heb gekozen.’
Sanne draait zich abrupt om en stormt de trap op. De deur van haar kamer slaat dicht met een klap die door merg en been gaat.
Lisa blijft staan, haar schouders trillend. ‘Ik snap het niet, mam. Waarom nu? Waarom alles kapotmaken?’
Ik weet het antwoord niet eens goed zelf. Misschien omdat de stilte tussen Henk en mij ondraaglijk werd. Misschien omdat ik vorig jaar op een cursus schilderen eindelijk weer iets voelde wat op geluk leek.
Die cursus veranderde alles. Voor het eerst in jaren voelde ik me gezien door mensen die niets van me verwachtten behalve mezelf zijn. Ik schilderde landschappen vol kleur – iets wat Henk altijd maar onzin vond (‘Wie koopt er nou schilderijen?’). Maar daar, tussen de geur van verf en het zachte gelach van andere vrouwen, vond ik een stukje Marijke terug dat ik kwijt was geraakt.
Toen kwam Erik – een leraar met grijze krullen en warme ogen – die me vroeg waarom ik altijd zo verdrietig keek als ik schilderde. We praatten uren na de les over kunst, boeken en dromen die we hadden laten varen. Hij gaf me geen hoop op een nieuw leven; hij herinnerde me eraan dat ik er nog was.
‘Is er iemand anders?’ vroeg Henk vannacht met gebroken stem.
‘Nee,’ loog ik half. Want Erik was geen minnaar, maar wel iemand die me liet zien dat er meer was dan dit lege huwelijk.
Nu sta ik hier, met een gebroken gezin en twee dochters die me haten.
De dagen daarna zijn koud en stil. Sanne weigert met me te praten; Lisa komt alleen beneden om te eten en verdwijnt dan weer naar haar kamer. Henk slaapt op de bank en zegt niets meer dan strikt noodzakelijk.
Op een avond zit ik alleen aan de keukentafel met een kop thee als mijn moeder belt.
‘Marijke, wat doe je nou toch?’ Haar stem klinkt bezorgd maar ook verwijtend. ‘Je hebt alles – een man die voor je zorgt, lieve kinderen…’
‘Mam, ik ben ongelukkig,’ zeg ik zacht.
‘Ongelukkig? Dat hoort erbij! Je denkt toch niet dat geluk vanzelf komt? Je vader en ik…’
‘Jullie waren nooit gelukkig!’ barst ik uit. ‘Jullie vochten altijd!’
Er valt een pijnlijke stilte aan de andere kant van de lijn.
‘Je moet vechten voor je gezin,’ zegt ze uiteindelijk kil.
Als ik ophang voel ik me nog eenzamer dan daarvoor.
De weken slepen zich voort. Ik probeer met Sanne te praten maar ze ontwijkt me steeds. Op een dag vind ik haar huilend op haar bed.
‘Sanne… mag ik bij je komen zitten?’
Ze knikt schoorvoetend.
‘Ik snap het gewoon niet,’ snikt ze. ‘Waarom ben je niet gelukkig met ons?’
‘Jullie maken me gelukkig,’ fluister ik terwijl ik haar vasthoud. ‘Maar soms is liefde niet genoeg om jezelf te redden.’
Ze kijkt me aan met natte wangen. ‘Ben je bang dat wij ook zo worden?’
Die vraag snijdt door mijn ziel.
‘Ik hoop dat jullie altijd kiezen voor wat jullie gelukkig maakt,’ zeg ik uiteindelijk. ‘Ook als dat moeilijk is.’
Langzaam begint het ijs te breken tussen ons drieën, maar Henk blijft afstandelijk. Op een avond zitten we samen aan tafel – voor het eerst in weken – als hij plotseling zegt:
‘Misschien moeten we het huis verkopen.’
Lisa barst in tranen uit; Sanne kijkt boos weg.
‘We komen hier samen uit,’ probeer ik geruststellend te zeggen, maar niemand gelooft het echt.
De maanden verstrijken. We verkopen het huis; Henk vindt een appartement aan de rand van de stad, de meisjes gaan om het weekend naar hem toe. Ik huur een klein huisje vlakbij het bos waar ik eindelijk weer kan schilderen zonder schuldgevoel.
Soms voel ik me schuldig als ik zie hoe moeilijk Sanne en Lisa het hebben met de nieuwe situatie – hun boze blikken als ze hun spullen pakken voor weer een weekend bij hun vader, hun stilzwijgen aan tafel als ze terugkomen.
Maar soms voel ik ook iets anders: opluchting. Vrijheid.
Op een dag komt Lisa binnen terwijl ik schilder.
‘Mag ik meehelpen?’ vraagt ze zachtjes.
Samen schilderen we zwijgend aan hetzelfde doek – zij in felle kleuren, ik in zachte tinten – tot onze handen elkaar raken en we allebei moeten lachen door onze tranen heen.
Het leven is niet geworden zoals ik had gehoopt toen Henk en ik elkaar beloofden samen oud te worden. Maar misschien is dat oké.
Soms vraag ik me af: hoeveel mag je opofferen voor liefde? En wanneer mag je eindelijk kiezen voor jezelf?
Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen jezelf verliezen of je gezin verliezen?