De ex van mijn vriend probeerde ons uit elkaar te drijven: Hoe we samen de storm doorstonden en elkaar opnieuw vonden

‘Daan, waarom laat je haar nog steeds binnen? Ze weet precies wat ze doet!’ Mijn stem trilde terwijl ik de deur dichttrok. Het was de derde keer deze week dat Sanne, zijn ex-verloofde, onaangekondigd voor onze deur stond. Altijd met een reden: hun dochtertje Noor was haar knuffel vergeten, of ze moest ‘even praten’ over de schoolfoto’s. Maar ik wist wel beter.

Daan zuchtte diep en wreef over zijn gezicht. ‘Ze is de moeder van Noor, Lieke. Ik kan haar niet zomaar wegsturen.’

‘Maar ze gebruikt Noor als excuus om hier te zijn! Zie je dat dan niet?’ Mijn woorden waren scherper dan ik bedoelde, maar ik voelde me machteloos. Sinds ik Daan via mijn broer Tim had leren kennen – die hem kende van de voetbalvereniging – was mijn leven veranderd in een achtbaan. Ik was nooit jaloers geweest, maar Sanne wist precies op welke knoppen ze moest drukken.

De eerste maanden met Daan waren magisch. We fietsten samen door de duinen bij Zandvoort, dronken koffie op het strand en lachten om de kleinste dingen. Maar toen Sanne hoorde dat Daan weer gelukkig was, begon het. Eerst subtiel: appjes over Noor, foto’s van vroeger, herinneringen die ze ‘per ongeluk’ liet vallen als ze Noor kwam brengen. Daarna steeds openlijker.

Op een avond zat ik alleen op de bank toen mijn telefoon trilde. Een onbekend nummer. ‘Weet je eigenlijk wel met wie je samen bent?’ stond er in het bericht. Mijn hart sloeg over. Ik wist meteen dat het Sanne was. Ik liet het Daan lezen, maar hij haalde zijn schouders op. ‘Ze is gewoon jaloers, Lieke. Trek het je niet aan.’

Maar het bleef niet bij berichten. Sanne begon verhalen te verspreiden in het dorp. Dat Daan mij alleen maar gebruikte om over haar heen te komen. Dat hij nog steeds gevoelens voor haar had. Mijn moeder hoorde het op de markt en belde me bezorgd op. ‘Lieke, weet je zeker dat dit goed voor je is? Je verdient iemand zonder bagage.’

Ik voelde me verscheurd tussen mijn familie en mijn liefde voor Daan. De spanning thuis liep op. Mijn broer Tim probeerde te bemiddelen, maar zelfs hij raakte gefrustreerd toen Sanne hem begon te bellen met verhalen over Daan’s ‘dubbele agenda’.

Op een regenachtige zaterdagmiddag barstte de bom. Noor was jarig en Sanne stond erop dat het feestje bij ons thuis was – ‘voor Noor’s stabiliteit’. Ik stemde toe, tegen beter weten in. Tijdens het feestje zag ik hoe Sanne Daan aanraakte, net iets te lang bleef hangen bij een knuffel, hem aankeek zoals ik hem nooit had durven aankijken in het begin.

Na afloop trok ik Daan apart in de keuken. ‘Zie je niet wat ze doet? Ze probeert ons uit elkaar te drijven!’

Daan keek me aan met die zachte blik die ik zo goed kende, maar er lag iets vermoeids in zijn ogen. ‘Ik weet het niet meer, Lieke. Ik wil alleen dat Noor gelukkig is.’

Die nacht sliep ik nauwelijks. Ik hoorde Daan beneden bellen – met Sanne, vermoedelijk – en voelde me buitengesloten in mijn eigen huis. De volgende ochtend pakte ik mijn tas en fietste naar mijn ouders.

Mijn moeder sloeg haar armen om me heen toen ik binnenkwam. ‘Je hoeft dit niet te pikken, meisje.’

Maar ik hield van Daan. Ondanks alles.

Een week later stond hij voor mijn deur, doorweekt van de regen. ‘Lieke, ik kan niet zonder jou,’ zei hij zacht. ‘Maar ik weet niet hoe ik dit moet oplossen.’

We praatten urenlang aan de keukentafel. Over grenzen stellen, over eerlijk zijn tegen elkaar, over wat we wilden voor Noor – en voor onszelf.

‘Misschien moeten we Sanne samen vertellen dat dit zo niet langer kan,’ stelde ik voor.

Daan knikte aarzelend.

De confrontatie met Sanne was allesbehalve makkelijk. Ze lachte ons uit toen we zeiden dat we duidelijke afspraken wilden over wanneer ze Noor zou brengen en halen. ‘Jullie denken zeker dat jullie alles beter weten?’ snauwde ze.

Maar we hielden voet bij stuk. We maakten een schema en hielden ons eraan – ook al probeerde Sanne telkens weer speldjes tussen ons te steken.

Langzaam keerde de rust terug. Mijn familie zag dat Daan voor mij koos en accepteerde hem weer aan tafel tijdens het zondagse stamppotdiner.

Toch bleef er iets knagen. Soms vroeg ik me af of Daan echt los kon komen van zijn verleden met Sanne. Op een avond vroeg ik het hem recht op de man af.

‘Daan, ben je echt klaar met haar? Of ben ik gewoon een tussenstation?’

Hij pakte mijn hand vast en keek me recht aan. ‘Jij bent mijn toekomst, Lieke. Maar Noor blijft altijd mijn dochter – en Sanne zal altijd haar moeder zijn. Dat is ingewikkeld, maar ik wil dit met jou doen.’

We leerden samen omgaan met onzekerheid en jaloezie. We leerden praten in plaats van zwijgen of schreeuwen. En langzaam groeide er vertrouwen.

Soms zie ik Sanne nog steeds loeren als ze Noor komt brengen – een blik vol gemiste kansen en spijt misschien, of gewoon pure koppigheid.

Maar ik weet nu wie ik ben naast Daan én naast Noor. Ik heb geleerd dat liefde niet altijd makkelijk is, maar wel de moeite waard.

En soms vraag ik me af: hoeveel mensen geven op voordat ze echt vechten voor wat ze waard zijn? Wat zou jij doen als je liefde zo op de proef werd gesteld?