De bruiloft van mijn zus veranderde ons leven: toen oma bij ons introk, voelde alles als een last

‘Waarom moet ik altijd degene zijn die haar thee brengt?’ Mijn stem trilt terwijl ik de deur van mijn kamer dichttrek. In de woonkamer hoor ik mijn moeder zuchten. ‘Omdat je weet dat ze het zelf niet meer kan, Daan. Ze is je oma.’

Ik weet dat ze gelijk heeft, maar het voelt niet eerlijk. Sinds de bruiloft van mijn zus, Marieke, is alles veranderd. Die dag was gevuld met bloemen, gelach en beloftes. Ik herinner me hoe ik haar sluier rechtzette, haar handen koud van de zenuwen. ‘Daan, beloof me dat je goed voor mama en oma zorgt als ik weg ben,’ fluisterde ze. Ik lachte toen nog, niet wetend wat haar woorden zouden betekenen.

Na de bruiloft werd het stil in huis. Marieke verhuisde naar Groningen met haar man, en ineens was ik de enige die overbleef. Twee weken later stond oma voor de deur, haar koffers in haar handen, haar ogen dof van verdriet. ‘Het huis is te groot zonder opa,’ zei ze zacht. Mijn moeder knikte, haar lippen op elkaar geperst. ‘Je blijft bij ons, mam. We zorgen voor je.’

De eerste dagen probeerde ik het. Ik zette thee, haalde haar medicijnen, luisterde naar haar verhalen over vroeger. Maar al snel werd het teveel. Oma vergat steeds vaker waar ze was, raakte in paniek als ze alleen was, en vroeg me keer op keer waar Marieke was. ‘Ze is getrouwd, oma. Ze woont nu in Groningen,’ zei ik geduldig. Maar elke keer voelde het alsof ik haar opnieuw moest teleurstellen.

Op een avond, terwijl ik mijn huiswerk probeerde te maken, hoorde ik oma huilen in haar kamer. Mijn moeder zat naast haar, haar hand op oma’s schouder. ‘Het spijt me, mam. Maar Daan heeft ook zijn eigen leven.’

‘Ik wil geen last zijn,’ snikte oma. ‘Misschien moet ik naar een verzorgingshuis.’

Die woorden bleven hangen. Ik voelde me schuldig, maar ook boos. Waarom moest ik kiezen tussen mijn eigen leven en haar geluk? Mijn vrienden begrepen het niet. ‘Laat haar toch gewoon naar een tehuis gaan,’ zei Bas. Maar zo werkt het niet. In Nederland zorgen we voor onze familie, toch?

De weken werden maanden. Mijn moeder werkte steeds vaker over, en ik werd de verzorger. Ik hielp oma met aankleden, maakte haar ontbijt, en luisterde naar haar eindeloze verhalen over de oorlog, over opa, over hoe alles vroeger beter was. Soms werd ik boos. ‘Oma, ik heb geen tijd! Ik moet leren!’ Dan keek ze me aan met die grote, verdrietige ogen, en voelde ik me de slechtste kleinzoon van Nederland.

Op een dag, vlak voor mijn eindexamens, barstte de bom. Ik kwam thuis en vond oma in de keuken, verward en bang. Ze had geprobeerd thee te zetten en het fornuis aan laten staan. De keuken stond blauw van de rook. Mijn moeder kwam net op tijd binnen. ‘Dit kan zo niet langer, Daan,’ zei ze, haar stem schor van de stress. ‘We moeten hulp zoeken.’

Die avond zaten we met z’n drieën aan tafel. Oma keek naar haar handen, mijn moeder naar haar koffie. ‘Misschien is het beter als ik naar een verzorgingshuis ga,’ zei oma zacht. ‘Jullie hebben je eigen leven.’

Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen. ‘Oma, ik wil niet dat je weggaat. Maar ik weet niet hoe ik dit moet doen. Ik wil een goede kleinzoon zijn, maar ik ben zo moe.’

Mijn moeder legde haar hand op de mijne. ‘Je doet meer dan genoeg, Daan. Maar we moeten ook aan onszelf denken.’

De weken daarna waren gevuld met gesprekken, formulieren, en schuldgevoel. Oma huilde toen ze haar kamer moest inpakken. ‘Ik ben bang, Daan. Wat als ik jullie vergeet?’

‘Dat gebeurt niet, oma. Ik kom elke week langs. Beloofd.’

De eerste keer dat ik haar bezocht in het verzorgingshuis, zat ze in een stoel bij het raam, haar blik op de tuin. Ze glimlachte toen ze me zag, maar haar ogen waren dof. ‘Ben je alleen gekomen?’ vroeg ze. Ik knikte. ‘Marieke is ver weg, hè?’

‘Ja, oma. Maar ik ben er nog.’

Nu, maanden later, voelt het huis leeg. Mijn moeder werkt nog steeds veel, Marieke belt af en toe, en ik probeer mijn leven weer op te pakken. Maar elke keer als ik langs het verzorgingshuis fiets, vraag ik me af: Had ik meer kunnen doen? Ben ik een slechte kleinzoon omdat ik voor mezelf koos?

Soms lig ik ’s nachts wakker en hoor ik oma’s stem in mijn hoofd. ‘Je hebt je best gedaan, jongen.’ Maar waarom voelt het dan alsof ik haar in de steek heb gelaten? Kan je goed voor iemand zorgen zonder jezelf te verliezen? Wat zouden jullie doen als je in mijn schoenen stond?