Gevangen in Liefde: Mijn Weg naar Vrijheid van Paul

‘Waarom ben je zo laat, Marloes?’ Pauls stem snijdt door de stilte van onze kleine flat in Utrecht. Mijn handen trillen als ik mijn fietshelm op de kapstok hang. ‘Er was file bij de brug, en…’ begin ik, maar hij onderbreekt me met een zucht die alles zegt. ‘Altijd excuses. Je weet dat ik op je wacht.’

Ik slik. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Het is alsof elke seconde die ik te laat ben, een zonde is waarvoor ik moet boeten. Ik loop naar de keuken, waar Paul aan de tafel zit met zijn laptop open. Zijn blik is koud, zijn vingers trommelen ongeduldig op het hout. ‘Heb je je salaris gekregen?’ vraagt hij zonder op te kijken.

‘Ja,’ fluister ik. Ik weet wat er nu komt. Zoals elke maand open ik mijn bankapp en maak het volledige bedrag over naar zijn rekening. Hij zegt altijd dat het beter is zo, dat hij beter met geld om kan gaan dan ik. ‘Je weet dat ik dit voor ons doe,’ zegt hij dan, terwijl hij me vluchtig aankijkt. ‘We willen toch samen een toekomst?’

Maar diep vanbinnen weet ik dat het niet klopt. Mijn collega’s bij de bibliotheek vragen soms waarom ik nooit mee ga lunchen, waarom ik altijd zo moe ben. Ik lach het weg, zeg dat ik moet sparen voor een huis. Maar de waarheid is dat ik niet eens weet hoeveel geld er nog op mijn rekening staat na de maandelijkse overboeking.

Op een avond zit ik op bed, staar naar het plafond terwijl Paul in de woonkamer voetbal kijkt. Mijn telefoon trilt: een appje van mijn zusje, Sanne. ‘Kom je zondag bij mama eten? Ze mist je.’ Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. Ik heb Sanne al maanden niet gezien. Paul vindt haar te negatief, zegt dat ze zich overal mee bemoeit.

‘Wie is dat?’ Paul staat ineens in de deuropening. Zijn schaduw valt over me heen. ‘Sanne,’ zeg ik zachtjes. ‘Ze vraagt of ik zondag bij mama kom eten.’

Hij lacht schamper. ‘Alsof jij tijd hebt voor die onzin. Je weet dat we zondag boodschappen moeten doen.’

Ik knik gehoorzaam, maar iets in mij breekt. Die nacht kan ik niet slapen. Ik denk aan vroeger, aan hoe Sanne en ik samen fietsten door de regen naar school, hoe we lachten om de stomste dingen. Waar ben ik gebleven? Wie ben ik geworden?

De weken gaan voorbij in een waas van werken, koken, schoonmaken en Paul tevreden houden. Elke dag lijkt op de vorige, tot op een dag mijn baas me apart neemt na werktijd. ‘Marloes, gaat het wel goed met je?’ vraagt ze bezorgd. ‘Je lijkt zo afwezig de laatste tijd.’

Ik wil zeggen dat alles goed gaat, maar ineens stromen de tranen over mijn wangen. Mijn baas legt haar hand op mijn schouder en zegt: ‘Je hoeft het niet alleen te doen.’

Die avond durf ik Paul niets te vertellen over het gesprek op werk. In plaats daarvan zoek ik troost in oude fotoalbums die ik onder het bed heb verstopt. Op een foto zie ik mezelf als kind, stralend naast Sanne en onze ouders op het strand van Scheveningen. Mijn moeder hield altijd mijn hand vast als ik bang was voor de golven.

‘Wat doe je daar?’ Pauls stem klinkt achter me. Ik schrik en klap het album dicht.

‘Niets… gewoon wat opruimen.’

Hij kijkt me doordringend aan en zegt: ‘Je verspilt je tijd aan herinneringen. Focus liever op wat belangrijk is.’

Die nacht droom ik dat ik verdrink in zee, terwijl niemand me hoort roepen.

Op een zaterdagmiddag sta ik in de supermarkt met Paul. Hij rekent af met mijn pinpas en moppert over de prijzen van kaas en brood. Bij de uitgang zie ik Sanne staan met haar vriend Jasper. Ze zwaait enthousiast naar me.

‘Marloes! Wat leuk je te zien!’

Paul trekt me snel mee naar buiten, maar Sanne rent achter ons aan.

‘Waarom reageer je nooit meer op mijn berichten?’ vraagt ze bezorgd.

Paul antwoordt voor mij: ‘We hebben het druk, Sanne.’

Sanne kijkt me recht aan. ‘Marloes, als er iets is… je kunt altijd bij mij terecht.’

Ik voel haar hand even op mijn arm voordat Paul me voorttrekt naar onze fietsen.

Thuis barst de bom.

‘Waarom moet zij zich overal mee bemoeien?’ schreeuwt Paul terwijl hij zijn jas uittrekt.

‘Ze maakt zich gewoon zorgen,’ fluister ik.

‘Jij luistert altijd naar anderen! Misschien moet je eens leren wie er écht om je geeft!’

Ik slik mijn woorden in en ga zwijgend naar de slaapkamer.

Die avond lig ik wakker en luister naar Pauls gesnurk naast me. Mijn gedachten razen door mijn hoofd: Hoe lang kan dit nog zo doorgaan? Ben ik echt zo afhankelijk van hem? Of ben ik gewoon bang om alleen te zijn?

De volgende ochtend besluit ik Sanne te bellen terwijl Paul boodschappen doet.

‘Marloes! Eindelijk!’ zegt ze opgelucht.

Ik breek. Alles komt eruit: het geld, de controle, de angst.

‘Kom alsjeblieft naar mij toe,’ zegt Sanne zachtjes.

Met trillende handen pak ik een tas en stop er wat kleren in. Mijn hart bonkt als een bezetene als ik de deur achter me dicht trek.

Bij Sanne thuis voel ik me voor het eerst in jaren veilig. Ze zet thee en luistert zonder oordeel.

‘Je hoeft niet terug,’ zegt ze beslist.

Maar zo makkelijk is het niet. Paul belt, appt, stuurt boze berichten: ‘Waar ben je? Je laat me stikken!’

Sanne neemt mijn telefoon af en blokkeert zijn nummer.

De dagen bij Sanne zijn zwaar maar bevrijdend. Ik slaap slecht, droom vaak dat Paul ineens voor de deur staat. Maar langzaam begin ik weer te ademen.

Op een dag belt mama: ‘Lieve schat, wat ben ik blij dat je bij Sanne bent. We maken samen stamppot vanavond, kom je ook?’

Voor het eerst in jaren voel ik me welkom, geliefd zonder voorwaarden.

Paul blijft proberen contact te zoeken via vrienden en social media, maar Sanne beschermt me als een leeuwin.

Langzaam begin ik weer te werken aan mezelf: therapie, gesprekken met mama en Sanne, kleine stapjes naar zelfstandigheid. Het is moeilijk om te geloven dat liefde niet hoort te verstikken, maar te laten groeien.

Soms kijk ik terug en vraag ik me af hoe het zover heeft kunnen komen. Was het liefde? Of was het angst om alleen te zijn?

Nu sta ik sterker dan ooit tevoren – maar soms hoor ik nog steeds Pauls stem in mijn hoofd als ik iets nieuws probeer of geld uitgeef aan mezelf.

Misschien duurt het nog jaren voordat die stem verdwijnt.

Maar vandaag kies ik voor mezelf.

Hebben jullie ooit zo’n keuze moeten maken? Wanneer weet je zeker dat je voor jezelf mag kiezen?