Na een jaar elke donderdag voor haar te koken, durf ik onze vriendin niet meer uit te nodigen
Ik merk het al op woensdagavond. Dan kijk ik in de koelkast en denk ik niet: wat zullen we morgen lekker eten? Ik denk: hoe kom ik deze avond door zonder dat ik daarna twee dagen nodig heb om bij te komen?
Sinds ruim een jaar eet Marijke elke donderdag bij ons. Eerst was dat helemaal niet zo’n groot ding. Sterker nog, het voelde vanzelfsprekend.
Mijn man Koos en ik kennen Marijke en haar ex, Henk, sinds 1987. We woonden toen allebei in een nieuwbouwwijk in Amersfoort, met jonge kinderen en te weinig geld. De mannen voetbalden op zondag bij dezelfde club. Marijke en ik stonden jarenlang langs de lijn met een thermoskan koffie, ook als het regende en de kinderen zeurden dat ze het koud hadden.
We gingen kamperen in Frankrijk, vierden oud en nieuw bij elkaar, pasten op elkaars kinderen. Niet iedere week, niet van dat overdreven kleffe, maar zij waren wel de mensen die je belt als je moeder in het ziekenhuis ligt of als je zoon voor het eerst op zichzelf gaat wonen.
Toen Henk twee jaar geleden vertelde dat hij verliefd was geworden op een vrouw van zijn werk, dacht ik oprecht dat het een fase was. Ik kende hem als een rustige man, niet als iemand die zijn hele leven opblaast. Maar binnen drie maanden had hij een appartement gehuurd in Utrecht. Marijke bleef achter in hun rijtjeshuis in Vathorst, met de hond, een hoop rekeningen en een blik alsof ze steeds net iets te laat begreep wat er gebeurde.
In het begin belde ik haar veel. Soms nam ze niet op. Soms zat ze midden op de dag nog in haar badjas en zei ze dat douchen te veel gedoe was. Haar dochter woont in Groningen en haar zoon werkt veel in Duitsland. Die kwamen heus wel, maar niet zomaar op een woensdagmiddag.
Op een gegeven moment vroeg ze of ze op donderdag bij ons mocht eten.
‘Ik trek het niet om alleen aan tafel te zitten,’ zei ze. ‘En bij jullie hoef ik tenminste niet te doen alsof alles prima gaat.’
Dat vond ik juist mooi gezegd. Ik zei meteen ja. Koos ook. Hij is zo iemand die nooit lang hoeft na te denken als iemand hulp nodig heeft.
De eerste maanden waren verdrietig, maar ook warm. Marijke kwam om vijf uur, soms met een bos tulpen van de markt of een bakje aardbeien. Ze hielp met de aardappels schillen, al wilde ik dat niet altijd. We praatten over Henk, natuurlijk. Over hoe woedend ze was, hoe ze hem miste, hoe vernederend het voelde dat hij ineens met iemand van 43 samenwoonde terwijl zij 66 is.
Koos luisterde rustig. Hij zei niet veel, maar dat heeft hij altijd gedaan. Na het eten deden we vaak een spelletje Rummikub of keken we naar een programma waar niemand echt aandacht voor had.
Alleen bleef het niet daarbij.
Marijke ging steeds minder de deur uit. De wandelgroep waar ze vroeger op maandagochtend heen ging, vond ze ineens ‘allemaal oppervlakkige vrouwen’. Bij de kerk, waar ze af en toe koffie dronk na de dienst, had iemand volgens haar gezegd dat Henk er al langer ongelukkig uitzag. Dat kon ze niet vergeven. Haar zus in Zwolle belde volgens Marijke alleen maar om advies te geven dat nergens op sloeg.
Alles viel weg, behalve de donderdag.
Als we een keer iets anders hadden, bijvoorbeeld de verjaardag van onze kleindochter of een etentje van Koos zijn oude werk, raakte ze in paniek. Niet altijd openlijk. Soms appte ze alleen: ‘O ja, natuurlijk, ik snap het wel.’ Maar dan belde ze later op de avond en zei ze dat ze die hele dag niets had gegeten.
Een keer zei ze: ‘Donderdagen zijn het enige vaste punt dat ik nog heb.’
Ik wist niet wat ik daarop moest zeggen. Dus zei ik dat ze dan de week erna gewoon extra vroeg moest komen.
Daar ben ik zelf ook in meegegaan. Dat vind ik misschien nog het moeilijkste om toe te geven. Ik heb haar niet vanaf het begin duidelijk gemaakt wat wij wel en niet konden dragen. Ik zei steeds ja omdat nee zo hard voelde. En omdat ik bang was dat mensen zouden denken: nou, nu Henk weg is, laten zij Marijke ook vallen.
Maar ik begon me leeg te voelen. Iedere donderdag draaide om hoe Marijke binnenkwam. Was ze stil? Was ze boos? Had Henk weer iets op Facebook gezet? Had haar zoon afgezegd? Soms begon ze al in de gang te huilen. Dan zette ik mijn tas neer, gaf haar een knuffel en wist ik dat de avond niet meer van ons zou zijn.
Ze vroeg ook steeds vaker of ik Henk had gesproken. Koos en Henk hadden nog contact, heel af en toe. Niet stiekem, maar Koos vond dat je na 35 jaar vriendschap iemand niet compleet uit je leven hoefde te schrappen omdat zijn huwelijk stuk was gelopen. Daar konden Marijke en ik enorme ruzie over krijgen, al noemden we het nooit zo.
‘Jullie kiezen dus eigenlijk zijn kant,’ zei ze eens, terwijl ik de borden afdroogde.
Ik zei dat niemand een kant koos. Dat klonk laf, want ergens koos je natuurlijk altijd iets. Maar ik wilde niet dat onze hele geschiedenis verdeeld werd in twee kampen.
Vorige maand had ik op donderdag migraine. Niet een beetje hoofdpijn, maar echt met licht dat pijn doet en misselijkheid. Ik appte Marijke rond twaalf uur dat het me speet, maar dat het die avond niet ging lukken.
Ze reageerde pas na een uur: ‘Geen probleem. Ik zal jullie verder niet lastigvallen.’
Ik lag in een donkere slaapkamer en toch voelde ik me de slechtste persoon van Nederland.
Koos werd daar boos om. Niet op Marijke, zei hij, maar op de situatie. Hij vond dat ik mij niet schuldig hoefde te voelen omdat ik ziek was. Hij stelde voor om met haar te bespreken dat we niet meer elke week konden. Om de week, misschien. Of af en toe samen lunchen buiten de deur als zij daar weer aan toe was.
Ik wilde dat eerst niet. Koos is ook degene die na een avond met Marijke de vaatwasser uitruimt en vervolgens vrij snel naar bed gaat. Ik lig dan nog wakker. Ik denk aan haar alleen in dat huis. Aan die hond die inmiddels oud is. Aan het feit dat ze soms zo dof kijkt dat ik bang ben dat ze zichzelf iets aandoet, al heeft ze dat nooit letterlijk gezegd.
Ze heeft wel een huisarts en ze heeft gesprekken gehad met een praktijkondersteuner. Volgens haar ‘werkt dat allemaal niet’. Ik heb eens voorgesteld om mee te gaan naar de huisarts, maar toen vond ze dat ik haar behandelde alsof ze gek was.
Afgelopen donderdag hebben we het toch gezegd. Niet netjes voorbereid aan tafel, maar na het eten, met koude koffie en een half aangebroken pak speculaasjes ertussen.
Koos zei: ‘Marijk, we willen graag dat je blijft komen. Maar we merken dat iedere week voor ons te veel wordt.’
Ze keek eerst naar hem, toen naar mij. Heel stil.
Ik zei dat we de donderdag om de week wilden doen en dat we best tussendoor konden bellen. Terwijl ik het zei, hoorde ik hoe mager het klonk. Bellen is niet hetzelfde als ergens welkom zijn.
Marijke knikte een paar keer. Toen zei ze: ‘Dus nu ik niet meer gezellig ben, moet ik minder vaak komen.’
Dat heb ik niet ontkend, en daar schaam ik me nog steeds voor. Ik zei alleen dat het daar niet om ging. Dat we ouder worden, dat we ook onze eigen dingen hebben, dat ik soms gewoon een avond met Koos wil eten zonder te praten over wat Henk wel of niet gedaan heeft.
Toen werd ze heel boos. Niet schreeuwen, maar erger bijna. Ze zei dat wij makkelijk praten hadden, met ons huwelijk, onze kinderen die in de buurt wonen en onze agenda vol afspraken. Dat we geen idee hadden hoe stil haar huis was.
Daar had ze gelijk in.
Ze ging eerder weg dan normaal. Koos liep met haar mee naar de auto. Ik bleef in de keuken staan en zag haar tas nog even op de stoel hangen omdat ze die vergeten was. Dat kleine, slordige tasje met haar medicijnen, een pakje zakdoeken en altijd zo’n gekreukt boodschappenbriefje erin.
Ze kwam terug om het op te halen zonder mij aan te kijken.
Sindsdien hebben we nauwelijks contact. Ze heeft de donderdag erna afgezegd. ‘Ik wil jullie rust niet verstoren,’ schreef ze. Koos vindt dat we haar nu even ruimte moeten geven. Ik heb gisteren toch een app gestuurd, gewoon gevraagd hoe het met haar ging. Ze heeft het gelezen, verder niets.
Morgen is het weer donderdag. Ik heb voor het eerst in lange tijd niets gepland. Koos wil misschien een hapje gaan eten in de stad, als ik daar zin in heb. Ik weet nog niet of ik dat wil. Een deel van mij hoopt dat Marijke belt. Een ander deel hoopt dat de telefoon stil blijft.