Na veertig jaar vriendschap ligt onze veranda in stukken, en ik weet niet meer wat eerlijk is

Ik kan nog steeds niet normaal naar onze achtertuin kijken. Niet omdat alles één grote puinhoop is, hoewel dat eerst wel zo was. De kapotte balken zijn inmiddels opgestapeld onder een zeil en de glasschermen zijn afgevoerd. Maar de lege plek achter het huis is erger. Daar stond iets waar ik bijna zes jaar mee bezig ben geweest.

Ik ben 67, sinds vorig jaar met pensioen bij een installatiebedrijf in Amersfoort. Mijn vrouw Marjan werkt nog twee ochtenden bij de bibliotheek. We hebben geen enorm pensioen, maar we redden ons. Die veranda was mijn grote plan voor later. Niet om indruk te maken op mensen, maar omdat ik eindelijk tijd wilde hebben om iets met mijn handen te maken zonder dat er een opdrachtgever, planning of chef achter zat.

Ik heb hout uitgezocht bij een houthandel in Barneveld, oude tekeningen gemaakt aan de keukentafel, filmpjes gekeken die ik soms beter vond dan de werkelijkheid en soms ook niet. Ik kocht het materiaal steeds in delen. Een maand wat douglashout, later de schuifpanelen, daarna pas de dakbedekking. Ik heb er zelf aan gewerkt met mijn zoon Daan, als hij kon, en met Henk.

Henk en Carla zijn al veertig jaar onze vrienden. We leerden elkaar kennen toen we allebei net in onze eerste koopwoning zaten, in dezelfde straat. Onze kinderen zijn ongeveer tegelijk geboren. We hebben samen gekampeerd in Frankrijk, kerstdiners gehad die uitliepen tot twee uur ’s nachts en elkaar door gedoe met ouders, banen en verbouwingen heen gesleept. Met corona zetten we koffie bij elkaar op de stoep, omdat we toen nog bang waren om binnen te zitten.

Henk heeft zelfs geholpen met het eerste grondwerk voor de veranda. Daarom is het misschien nog wel zo ingewikkeld. Hij wist wat het voor mij was.

Begin juni zouden ze een weekend blijven slapen. Het was warm, zo’n plakkerige zaterdag waarop je al om negen uur denkt dat je iets kouds nodig hebt. Henk had via een kennis een elektrische minishovel geregeld om achter in de tuin wat grond te verplaatsen voor de border. Hij was vroeger machinist geweest bij de gemeente en hij had die dingen weleens bestuurd. Niet precies dit model, maar goed, volgens hem was het ‘geen raketwetenschap’.

Ik had nog gezegd dat ik het liever bij de oprit hield. De tuin is smal. Naast de veranda zit maar een doorgang waar je met iets groots eigenlijk niets te zoeken hebt. Maar Henk zei dat het sneller ging als hij via de zijkant een paar kruiwagens grond naar achteren bracht. Ik was binnen bezig met vlees voor de barbecue. Marjan en Carla zaten met koffie onder de veranda.

Ik hoorde geen harde klap meteen. Eerst een raar kraken, alsof iemand met een bezem tegen een schutting bleef duwen. Toen Carla gilde. Niet heel hard, maar zo’n geluid waarbij je lichaam al beweegt voordat je weet waarom.

De shovel was met één wiel weggezakt langs de rand van het terras. Henk had geprobeerd hem terug te draaien. Daarbij was de arm met de volle bak grond tegen de hoekpaal van de veranda gekomen. Die paal was niet doormidden, zoals ik eerst dacht. Hij was verschoven, en daardoor trok hij de draagbalk mee. Het dak zakte aan één kant een paar centimeter. Eén glazen schuifwand sprong uit de geleider en brak in duizenden stukjes op de tegels.

Henk zat nog op de machine. Hij was heel bleek. Hij bleef maar zeggen: ‘Wat een klotezooi, wat een klotezooi.’

Ik weet nog dat ik naar de balk keek en meteen zag dat het niet met een nieuwe paal opgelost was. Alles stond onder spanning. De verbindingen waren met pen-en-gat gemaakt, deels verlijmd, deels geschroefd. Ik had het zelf gedaan. Misschien is dat ook waarom ik zo vastloop: als een aannemer het had gebouwd, was het gewoon een offerte geweest.

Henk belde diezelfde avond zijn aansprakelijkheidsverzekering. Carla pakte de glasscherven op terwijl Marjan haar steeds zei dat ze moest stoppen, omdat ze op slippers liep. We hebben uiteindelijk niet gebarbecued. Er lag vlees in de koelkast en er stonden vier borden klaar, dat weet ik nog. Belachelijk detail misschien, maar ik zie die borden steeds voor me.

De verzekering stuurde na een paar weken een expert. Een aardige man, daar lag het niet aan. Hij keek, maakte foto’s en zei dat er rekening gehouden moest worden met afschrijving en dat eigen arbeid lastig te taxeren was. Uiteindelijk kwam er een bedrag uit van ruim 7.000 euro. Het materiaal dat ik opnieuw nodig heb, plus het laten herstellen door een bedrijf omdat ik dit niet nog eens alleen kan, komt volgens twee offertes op ongeveer 26.000 euro.

Daar zit mijn eigen werk niet eens echt bij. Ik heb niet gevraagd om zes jaar vrije tijd vergoed te krijgen. Dat kan ook niet. Maar als het zo gerepareerd moet worden dat het weer veilig en degelijk is, dan kost het gewoon wat het kost.

Henk en Carla zeiden dat ze die 7.000 euro meteen wilden overmaken. Daarnaast wilden ze er nog 2.000 euro bij doen, ‘uit vriendschap’. Henk zei het met tranen in zijn ogen. Hij zei dat hij zich kapot schaamde, maar dat hij en Carla niet zomaar 26.000 euro hadden. Hun pensioen is geen vetpot. Ze hebben net de badkamer aangepakt omdat Carla steeds slechter ter been wordt. Ze zouden dan moeten lenen of een deel van hun spaargeld opnemen dat eigenlijk voor later is.

Ik hoorde mezelf zeggen: ‘Maar later heb ik ook. Ik ben ook niet rijk.’

Dat was geen goed moment. Misschien had ik het anders moeten zeggen. Maar ik voelde me alsof iedereen al besloten had dat ik de moeilijke man was omdat het om hout en glas ging. Alsof ik huilde om een luxe dingetje in mijn tuin.

Marjan vindt dat ik niet doe alsof Henk dit expres heeft gedaan, en daar heeft ze gelijk in. Ze zegt ook dat ik Henk al maanden bijna niet aankijk als hij belt. Dat is overdreven, vind ik zelf, maar ik neem wel vaak pas later op. Ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen zonder weer bij dat bedrag uit te komen.

Carla belde Marjan vorige week. Ik hoorde maar stukjes, omdat Marjan in de bijkeuken stond. Carla was aan het huilen. Marjan zei vooral: ‘Ja, ik snap het. Nee, hij is niet boos op jou.’ Daarna was Marjan stil toen ze ophing.

Later zei ze dat Carla bang is dat wij de vriendschap opzeggen zodra het geld overgemaakt is. Ik werd daar boos van. Niet omdat het onwaar is, maar omdat ik niet weet of ik haar gerust kon stellen.

We zouden met z’n vieren met kerst naar een huisje in Limburg gaan, zoals we om het jaar doen. De aanbetaling is al gedaan. Henk stuurde vorige week in onze groepsapp een foto van de kerstmarkt in Valkenburg met de tekst: ‘Misschien toch maar annuleren dit jaar?’ Niemand reageerde een hele dag.

Uiteindelijk heeft Carla alleen een duimpje gestuurd. Marjan heeft daarna gevraagd hoeveel annuleren zou kosten. Ik heb niets gestuurd.

De 9.000 euro staat inmiddels op onze rekening. Ik heb het apart gezet, op een spaarrekening die ik ‘veranda’ heb genoemd. De offertes liggen op mijn bureau. Soms denk ik: laat het zitten, bouw iets kleiners en neem het verlies. Soms denk ik dat Henk precies weet wat hij gedaan heeft en dat hij zich er te makkelijk vanaf maakt door steeds over veertig jaar vriendschap te beginnen.

Vanmorgen liep ik naar buiten met mijn koffie. Het zeil over de balken klapperde een beetje in de wind. Op de tuintafel lag nog een oude workmate van Henk. Die had hij die zaterdag meegenomen en blijkbaar vergeten. Ik heb hem onder het afdak gezet, uit de regen. Ik heb hem alleen nog niet teruggebracht.