Na vijftig jaar vriendschap weet ik niet of ik nog met Kees en Marjan op vakantie kan
Ik heb de reserveringsmail voor die vakantie nu al vier dagen ongeopend in mijn inbox staan. Niet omdat ik niet weet waar hij over gaat. Juist wel.
Kees heeft een optie genomen voor tien dagen Dubai, in november. Vlucht, hotel, ontbijt, alles erbij. Hij had er van die foto’s bij gedaan van een zwembad op een dak en een woestijnexcursie met jeeps. Onder de mail stond: “Lijkt ons heerlijk na al dat natte gedoe hier. Even echt eruit met z’n vieren.”
Vroeger zou ik meteen hebben gebeld. Dan hadden we een beetje lopen mopperen over de prijs, Els had gevraagd of er wel schaduw was en Marjan had gezegd dat zij absoluut geen kamer naast de lift wilde. Uiteindelijk gingen we toch altijd. Bretagne, de Moezel, de Ardennen, een keer zelfs drie weken met de caravan naar Slovenië. Wij kennen elkaar sinds 1976. Kees en ik zaten toen allebei bij dezelfde bouwmarkt in Amersfoort. Niet eens als vrienden begonnen, meer als collega’s die samen rookten achter het magazijn.
We zijn met elkaar getrouwd, hebben elkaars kinderen zien opgroeien, ouders begraven. Toen mijn oudste zoon een tijd geen contact met ons wilde, stond Kees op een zaterdagmorgen voor de deur met een tas broodjes en zei hij dat ik even mee moest wandelen. Hij vroeg niet door. Dat vergeet ik niet.
Dus ik vind het bijna ondankbaar dat ik nu zo naar die mail kijk alsof het een rekening is die ik niet wil betalen.
Het begon niet met Dubai. Het begon drie weken geleden bij ons aan tafel, met een pan hachee die Els al sinds de middag had laten pruttelen. Marjan had zelfgemaakte stoofperen meegenomen. Het was zo’n avond die we al honderd keer hebben gehad. Kees nam twee keer op, omdat zijn dochter belde. Els vroeg of hun kleinzoon al wist welke mbo-opleiding hij wilde doen. Gewoon, vertrouwd.
Na het eten schonk Kees nog eens wijn in en vertelde hij dat ze “de knoop hadden doorgehakt”. Hij zei het bijna opgewekt.
“Wij gaan ons geld wegzetten,” zei hij. “Alles wat we niet nodig hebben. En in ons testament gaat de rest ook die kant op.”
Ik dacht eerst dat hij een fonds voor hun kleinkinderen bedoelde. Ze hebben twee kleinkinderen, maar Kees zegt al jaren dat die van alles vanzelfsprekend vinden. Toen noemde hij de naam van die actiegroep: Nederland Zonder Dwang.
Ik kende ze helaas wel. Ze voeren campagne tegen windmolens, tegen rekeningrijden, tegen het beperken van stikstof en eigenlijk tegen alles wat volgens hen ‘klimaatpaniek’ is. Ze hadden laatst nog advertenties online waarin ze zeiden dat natuurorganisaties het land van gewone mensen afpakken. Er zit van alles omheen wat ik vervelend vind: boeren die echt klem zitten, ja, maar ook types die iedere wet meteen dictatuur noemen.
Kees zei dat het om ruim vier ton ging, plus wat er later van het huis zou overblijven.
Ik weet nog dat Els haar vork neerlegde. Niet hard. Gewoon heel netjes, maar ik hoorde het toch.
“Vier ton?” vroeg ze.
Marjan knikte. “We kunnen er zelf niets mee. Onze pensioenen zijn prima. En wij willen niet dat alles straks in belastingen en regeltjes verdwijnt.”
Ik zei dat het hun geld was. Dat meen ik ook wel. Of in elk geval: ik wist niet wat ik anders moest zeggen. Maar Els vroeg waarom juist aan die club.
Kees leunde achterover. “Omdat iemand een tegengeluid moet financieren. Jullie zijn toch ook lid van Natuurmonumenten? Bram loopt iedere maand met zo’n clubje langs de Eem om rommel te prikken. Dit is hetzelfde, alleen dan van onze kant.”
Dat was het moment waarop ik voelde dat mijn gezicht warm werd. Alsof afval rapen langs een fietspad en een organisatie met tonnen helpen om klimaatbeleid tegen te houden twee hobby’s waren die je naast elkaar kon leggen.
Els zei: “Maar jullie geven niet alleen een mening. Jullie maken het mogelijk dat zij groter worden.”
Marjan keek haar aan, echt gekwetst. “Alsof wij ineens slechte mensen zijn.”
“Nee,” zei Els, “maar ik snap niet hoe je kunt zeggen dat het je niets kan schelen wat dat doet.”
Daarna ging het snel en tegelijkertijd ook helemaal niet. Niemand schreeuwde. Dat maakt het achteraf misschien nog erger. Kees zei dat wij ons door angst laten regeren. Ik zei dat hij klimaatverandering telkens afdoet als een verdienmodel, terwijl we de afgelopen zomers zelf hebben gezien hoe droog alles was. Hij zei dat ik vroeger ook niet zo’n wereldverbeteraar was.
Daar had hij gelijk in. Ik heb lang genoeg gedaan alsof ik nergens invloed op had. Ik reed tot mijn pensioen in een oude dieselbus naar mijn werk, vloog zonder nadenken naar Griekenland en vond het allemaal maar overdreven als Els over zonnepanelen begon. Misschien zit daar ook mijn woede. Omdat ik pas laat ben gaan beseffen dat gemak ook een keuze is.
Marjan zei op een gegeven moment: “Na vijftig jaar ga je toch geen vriendschap opblazen vanwege politiek?”
En ik hoorde mezelf antwoorden: “Dit voelt niet als politiek meer.”
Daar werd het stil van.
Kees heeft later zijn jas aangetrokken zonder zijn gebruikelijke grap over dat hij thuis nog de hond moest uitlaten. Bij de voordeur gaf Marjan Els wel een kus, maar het was zo’n kus die eigenlijk alleen een aanraking is. Daarna stond Els in de gang met vier vuile wijnglazen op het dienblad, alsof ze niet wist waar ze die moest laten.
De volgende ochtend zei ze dat ze niet naar Dubai wilde. Niet met hen, en eerlijk gezegd ook überhaupt niet. Ik zei dat ik dat begreep, maar ik vroeg ook of we nu echt alles wilden weggooien. Ze keek me toen aan en zei: “Bram, ik wil niets weggooien. Ik wil alleen niet doen alsof het normaal is dat onze beste vrienden hun hele vermogen inzetten tegen iets waar wij ons elke dag zorgen om maken.”
Sindsdien hebben Kees en ik nog twee keer gebeld. Het bleef beleefd. Veel te beleefd voor ons. Hij vertelde over de reis alsof die avond bij ons niet gebeurd was. Ik zei dat ik de data zou bekijken. Dat was laf, want ik wist al dat Els niet wilde en ik zelf bij het idee van die vakantie een knoop in mijn maag kreeg.
Tegelijk denk ik aan Kees met zijn tas broodjes, aan Marjan die maandenlang iedere woensdag bij mijn moeder langsging toen zij niet meer alleen naar buiten durfde. Mensen zijn niet alleen hun domste of hardste standpunt. Dat weet ik best.
Maar ik zie ook die vier ton voor me. Niet als abstract geld, maar als advertenties, procedures, lawaai. Als iets waar zij bewust voor gekozen hebben en waar ze trots op zijn.
Vanmiddag moet ik de optie laten verlopen of bevestigen. Els is boven bezig de logeerkamer op te ruimen voor onze kleindochter, die zaterdag komt slapen. Ik zit aan de keukentafel met mijn telefoon naast mijn koffie.
Ik heb Kees nog niets gestuurd. Alleen die reserveringsmail staat daar, met onderaan een grote blauwe knop: bevestigen.