Na 34 jaar vriendschap wilde mijn beste vriend onze vakantie veranderen, en nu weet ik niet of wij te star zijn of hij

Vorige week haalde ik een oude reisgids uit de la om te kijken of Hotel Le Ventoux in de Ardèche al openstond voor boekingen. Dat doen we al jaren rond deze tijd. Ik wist precies welk kamertje Henk en Marijke meestal namen, aan de kant van de platanen, en dat zij altijd een dag eerder vertrokken omdat Henk geen zin had in de drukte op Zwarte Zaterdag.

Maar toen ik de groepsapp opende, stond daar al een bericht van Henk.

Hij had een link gestuurd naar een ecologisch natuurkampeerterrein in de Auvergne. Composttoiletten, geen zwembad, gezamenlijke moestuin, alleen lokale plantaardige maaltijden en je moest blijkbaar zelf je beddengoed meenemen. “Dit past veel beter bij hoe we nu willen reizen,” had hij erbij gezet. “Misschien goed om dit jaar eens echt anders te doen.”

Ik zat met mijn telefoon in mijn hand aan de keukentafel. De koffie was koud voordat ik iets terugstuurde.

Wij kennen Henk en Marijke al vierendertig jaar. Onze kinderen zaten vroeger bij elkaar in de straat te voetballen. Toen de mijne groter werden en we naar Amersfoort verhuisden, bleven we elkaar gewoon zien. Kerst bij ons, Pasen bij hen, soms oud en nieuw met z’n vieren als de kinderen andere plannen hadden. Toen mijn vrouw Ellen twee jaar geleden die operatie moest ondergaan, waren zij er eerder dan mijn eigen zus. Marijke bracht soep waar veel te veel selderij in zat, maar ze bleef wel tot Ellen uit de uitslaapkamer kwam.

Dat soort vriendschap gooi je niet weg omdat iemand ineens liever met een rieten tas boodschappen doet. Dat dacht ik tenminste.

Henk is sinds vorig jaar met pensioen. Hij werkte bij een verzekeraar, altijd overhemd, altijd agenda, altijd ergens een mening over die hij met veel plezier gaf. In het begin leek zijn nieuwe fase hem goed te doen. Hij ging meer fietsen, las boeken over klimaat en consumptie, en vertelde dat hij eindelijk tijd had om na te denken over wat er werkelijk toe deed.

Prima. Ik ben ook geen voorstander van verspilling. Ellen en ik scheiden afval, hebben zonnepanelen en ik eet echt niet elke dag vlees. Maar bij Henk werd het al snel iets waar je niet omheen kon.

Eerst wilde hij geen cadeaus meer met verjaardagen. Dat vond ik eigenlijk wel prettig. Daarna geen bloemen, want die kwamen vaak uit Kenia en werden ingevlogen. Toen stopte hij met vliegen. Ook zijn goed recht. Alleen ging hij bij alles uitleggen waarom iets niet kon.

Met kerst had Marijke een schaal garnalen gemaakt, omdat Ellen daar dol op is. Henk zei aan tafel dat hij niet snapte dat mensen nog “alsof er niks aan de hand is” dieren uit de zee bleven trekken voor een voorgerecht. Hij zei het rustig. Dat maakte het juist zo irritant. Alsof hij ons de ruimte gaf om zelf tot de juiste conclusie te komen.

Ellen zei toen: “Henk, neem gewoon een stukje stokbrood, joh.”

Daar werd om gelachen, maar het bleef hangen.

Marijke zit er volgens mij nog het meest tussenin. Zij vindt veel van zijn ideeën oprecht goed. Ze koopt tweedehands kleding, heeft hun tuin deels veranderd in groentebakken en ze heeft sinds kort van die herbruikbare doekjes waar ik altijd mijn neus mee zou afvegen als ik niet beter wist. Maar ik zie ook dat ze soms moe wordt van het gedoe. Bij ons thuis kijkt ze eerst naar Henk voordat ze een glaasje wijn neemt, terwijl ze vroeger degene was die om half vijf al vroeg waar de fles bleef.

Die vakantie was altijd ons vaste punt. Twee weken Frankrijk, meestal eind juni. Geen grootse uitstapjes, gewoon ’s ochtends brood halen bij de bakker, een marktje, lezen bij het zwembad, ’s avonds eten op het terras. Henk bestelde steevast rosé die hij te zoet vond en dronk hem vervolgens toch op. Ellen en Marijke speelden Rummikub en maakten ruzie over regels die geen van beiden goed kende.

Het hotel is niet extreem luxe, voor de duidelijkheid. Drie sterren, denk ik. Maar de bedden zijn goed, er is een airco die het soms wel en soms niet doet, en je hoeft niet met een wc-rol over een veldje te lopen als je ’s nachts naar de toilet moet.

Ik stuurde in de app dat wij liever naar de Ardèche gingen zoals altijd. Niet eens fel. Ik schreef: “Voor ons is vakantie ook gemak. We hebben het hele jaar al genoeg projecten.”

Henk reageerde vrijwel meteen. “Dat is precies het punt, Karel. We zijn zo gewend geraakt aan comfort dat we niet meer zien wat het kost.”

Ik voelde mijn gezicht warm worden. Alsof ik een kind was dat betrapt werd op een zak chips.

Ellen zei dat ik mijn telefoon weg moest leggen. Maar die avond heb ik Henk toch gebeld. Ik wilde het uitpraten voordat het zo’n appding werd waar iedereen net iets harder formuleert dan nodig is.

Hij nam op met een opgewekte stem. “Hé Karel, ik dacht al dat je zou bellen.”

Ik zei dat ik het vervelend vond dat hij onze vakantie neerzette als iets waarvoor wij ons zouden moeten schamen.

Hij zuchtte. Niet boos, meer teleurgesteld. “Dat zeg ik niet. Maar vriendschap betekent toch ook dat je elkaar serieus neemt als er iets verandert?”

“Dat doen we toch? We hebben zonder morren drie keer bij jullie linzencurry gegeten.”

Dat was flauw van mij. Ik wist het meteen. Hij werd stil en zei toen: “Je maakt er een grap van, maar ik probeer niet alleen anders te eten. Ik probeer anders te leven.”

Ik vroeg waarom dat dan alleen kon als wij ook anders gingen leven.

Daar had hij niet direct antwoord op. Uiteindelijk zei hij dat hij niet meer naar een hotel wilde rijden waar elke avond het licht brandde in kamers waar niemand zat en waar gasten een handdoek op een ligbed leggen om zeven uur ’s ochtends. Daar kon hij niet meer ontspannen.

Ik zei dat ik niet kon ontspannen op een camping waar ik mijn afvalwater waarschijnlijk ceremonieel in een rietveld moest gieten.

Dat kwam er harder uit dan ik wilde. Hij zei: “Dan zijn we misschien op een punt gekomen waarop we niet meer hetzelfde leuk vinden.”

Sinds dat gesprek is het stil. Marijke stuurde Ellen nog apart dat Henk er erg mee zit. Ellen antwoordde dat ik er ook mee zit, maar dat we niet elke gezamenlijke traditie hoeven in te leveren omdat Henk een nieuw inzicht heeft gekregen.

Gisteren stelde Marijke voor dat zij en Henk naar dat ecokamp gaan en dat Ellen en ik naar de Ardèche gaan. “Dan spreken we in het najaar weer af,” schreef ze.

Dat is redelijk. Misschien is het zelfs de volwassen oplossing. Toch voelt het alsof er iets verschuift wat niet meer terug te draaien is. Niet alleen een vakantie. Alsof we ineens moeten uitzoeken waar onze vriendschap eigenlijk op rustte: op jarenlang bij elkaar horen, of op dezelfde manier een glas wijn willen drinken aan een zwembad.

Ellen heeft vanmiddag de hotelwebsite weer geopend. Ze vroeg of ze gewoon zal boeken, voordat alles vol zit.

Ik heb gezegd dat ze nog maar een paar dagen moet wachten. Niet omdat ik ineens zin heb in composttoiletten. Maar omdat ik, heel eerlijk, nog niet weet of ik vooral bang ben om mijn vakantie kwijt te raken, of Henk en Marijke.