Na veertig jaar vriendschap vroeg ik Marijke om hulp, maar zij koos voor haar natuurfonds

Ik heb Marijke vorige week uit mijn favorieten in WhatsApp gehaald. Niet geblokkeerd, dat kreeg ik niet over mijn hart. Maar haar naam stond bovenaan, naast die van mijn dochter en de huisartspraktijk, en elke keer als ik hem zag, voelde ik die rare druk achter mijn borstbeen.

Veertig jaar. Zo lang kennen we elkaar bijna.

Onze mannen werkten vroeger allebei bij de gemeente, niet eens op dezelfde afdeling, maar ze raakten aan de praat bij een cursus in Utrecht. Daarna kwamen de etentjes. Eerst in kleine huurwoningen, met een pan chili die altijd te zout was en goedkope rode wijn. Later met kinderen erbij, campings in Frankrijk, verjaardagen, alle vaste dingen. Wij vierden oud en nieuw bijna altijd samen. Als er iets met een van de kinderen was, wist de ander het vaak eerder dan de rest van de familie.

Marijke en Kees hadden het beter voor elkaar dan wij. Dat is gewoon zo. Kees was uiteindelijk manager geworden, Marijke had een goedlopende praktijk als logopedist. Wij hebben nooit zielig gedaan. Henk en ik hadden ons rijtjeshuis, een caravan op de Veluwe, af en toe een weekje Schiermonnikoog als het lukte. We leefden niet verkeerd.

Maar je merkt pas hoe smal alles is als je ouder wordt en er iets misgaat.

Bij mij begon het met kleine dingen. Ik zette melk in de voorraadkast. Ik reed naar de supermarkt en wist op het parkeerterrein niet meer waarom ik daar was. Henk zei eerst dat iedereen wel eens wat vergeet. Hij is niet hard, hij wilde het gewoon niet zien. Ik zelf ook niet.

Na onderzoeken bij de geheugenpoli zei de geriater dat er sprake was van lichte cognitieve stoornissen, mogelijk een beginnende vorm van Alzheimer. Nog geen definitief etiket, nog afwachten. Alsof afwachten minder eng is als je niet meer vertrouwt op je eigen hoofd.

De casemanager dementie kwam thuis kijken. Een aardige vrouw, jonger dan onze dochter, die door onze woonkamer liep alsof ze probeerde te zien waar ik kon vallen. Ze zei dat het verstandig was om de badkamer aan te passen voordat het echt nodig was: inloopdouche, beugels, antislipvloer. Misschien beneden slapen op termijn. Onze trap is steil en Henk zijn knieën zijn ook niet meer wat ze geweest zijn.

We vroegen offertes aan. Alleen die badkamer zou al ruim twaalfduizend euro kosten. Met wat aanpassingen in de slaapkamer en een traplift kwamen we op een bedrag waar ik stil van werd.

We hebben AOW, Henk een bescheiden pensioen uit de technische groothandel waar hij na de gemeente nog jaren heeft gewerkt. Ik heb weinig opgebouwd omdat ik lang parttime in een bloemenwinkel werkte en later voor mijn moeder zorgde. We hebben wat spaargeld, maar niet genoeg om alles te betalen zonder straks bij ieder kapotte apparaat in paniek te raken. Voor sommige dingen kun je misschien via de Wmo bij de gemeente terecht, maar een traplift wordt niet zomaar volledig vergoed en je moet ook maar afwachten wat er uiteindelijk uitkomt.

Ik schaamde me verschrikkelijk dat ik Marijke belde.

Niet omdat ik dacht dat zij een pinautomaat was. Zo heb ik het nooit gezien. Maar zij had de afgelopen jaren vaak gezegd dat ze ‘meer dan genoeg’ hadden. Dat hun huis in Bilthoven allang was afbetaald. Dat Bram, hun enige zoon, zelf prima verdiende in Amsterdam en niets nodig had. We hadden daar aan tafel weleens luchtig over gepraat. Marijke zei dan: ‘Je kunt het toch niet meenemen.’

Begin dit jaar vertelde ze dat zij en Kees hun huis en vrijwel hun hele vermogen wilden nalaten aan een stichting die grond opkoopt en teruggeeft aan de natuur. Ze waren al bij de notaris geweest. Bram kreeg volgens haar ‘genoeg om niet te zeuren’, maar het grootste deel ging naar dat fonds.

Ik vond het eerlijk gezegd vreemd. Bram is geen makkelijk mens, maar hij is wel hun zoon. Tegelijk dacht ik: hun geld, hun beslissing. Wij hebben er niets mee te maken.

Tot ik aan die keukentafel zat, met een map vol offertes voor me, en ik Marijke vroeg of ze ons misschien wilden helpen. Ik had het bedrag niet eens helemaal paraat in mijn hoofd. Ik zei dat we bijvoorbeeld een lening konden vastleggen, of dat we het huis later zouden kunnen verrekenen. Ik praatte te snel. Dat doe ik sinds die onderzoeken vaker als ik bang ben dat ik een woord kwijt raak.

Marijke keek naar haar handen.

‘Anja,’ zei ze, ‘ik vind dit vreselijk voor jullie. Echt. Maar ik wil daar niet aan beginnen.’

Ik weet nog dat de waterkoker afsloeg. Zo’n dom detail, maar dat is wat is blijven hangen.

Ik vroeg waarom niet.

Ze zei dat geld tussen vrienden dingen kapotmaakt. Dat zij en Kees bewust hadden gekozen om hun vermogen structureel in te zetten voor natuurbehoud, en niet voor losse particuliere situaties, hoe dichtbij ook. Ze noemde het geen ‘losse particuliere situatie’ op een kille manier, geloof ik. Maar zo kwam het wel binnen.

Ik zei: ‘Dus een stuk heide is belangrijker dan dat ik veilig kan douchen?’

Daar schrok ze van. Ik ook, meteen nadat ik het zei.

Marijke werd rood. ‘Dat is niet eerlijk. Je weet hoe ik hierover denk.’

‘Nee,’ zei ik. ‘Blijkbaar weet ik dat niet.’

Ze zei dat ze ons best wilde helpen met formulieren, met uitzoeken wat de gemeente kon doen, en dat Kees iemand kende die misschien een goedkopere aannemer wist. Ik hoorde mezelf lachen, heel naar. Niet omdat zij iets grappigs zei. Omdat ik dacht: na veertig jaar kom je met een aannemer.

Henk was woedend toen ik thuiskwam. Niet op een schreeuwende manier. Hij werd juist stil en ging de schuur in om iets op te ruimen wat daar al jaren lag. Die avond zei hij dat hij Marijke en Kees nooit meer wilde zien.

Dat vond ik eerst overdreven. Zij mogen toch zelf bepalen wat ze met hun geld doen? Ik weet dat ook wel. Bovendien: hadden wij beter moeten sparen? Misschien. We hadden die caravan eerder moeten verkopen. Minder vaak de kinderen moeten helpen toen ze net op zichzelf woonden. Henk had misschien langer moeten doorwerken. Het zijn allemaal zinnen waar je niets aan hebt als je al met de offertes op tafel zit.

Maar het gaat me inmiddels niet alleen om dat geld. Ik had haar niet om luxe gevraagd. Niet om een cruise of een nieuwe keuken. Ik vroeg haar omdat ik bang ben. En omdat ik dacht dat zij die angst zou begrijpen zonder dat ik alles hoefde uit te leggen.

Kees belde Henk twee dagen later. Henk nam niet op. Daarna kwam er een lang bericht dat Kees het jammer vond dat dit zo liep en dat ze nooit hadden gedacht dat hun keuzes ons persoonlijk zouden raken. Dat vind ik bijna het pijnlijkste: dat ze dat blijkbaar echt niet hadden gedacht.

Marijke stuurde mij gisteren een foto van een roodborstje in hun tuin. Geen tekst erbij. Vroeger stuurden we elkaar dat soort dingen voortdurend. Bloeiende seringen, kleinkinderen met ijs om hun mond, een gekke aanbieding bij de Lidl.

Ik heb de foto wel gezien. Ik heb zelfs ingezoomd, alsof ik daardoor kon begrijpen wat ze bedoelde.

Maandag komt er iemand van de Wmo opnieuw langs. Henk heeft een tweedehands douchestoel geregeld via Marktplaats, voor voorlopig. Hij staat nu nog in de gang, met een groen gebloemd douchegordijn dat de verkoper erbij had gedaan.

Marijke en ik hebben sinds dat gesprek niet meer gebeld.