Mijn beste vriendin van veertig jaar noemde mij verrader omdat ik niet mee wilde in haar nieuwe leven
‘Dus na al die jaren zijn jullie er alleen voor ons als het jullie uitkomt?’
Marijke gooide haar servet op tafel en keek me aan alsof ik haar had bestolen. Mijn man Hans verstijfde naast me. Aan de overkant zat Koos naar zijn glas te staren, zoals hij de laatste maanden wel vaker deed als zijn vrouw op stoom kwam.
Ik voelde mijn wangen warm worden. We zaten gewoon in onze keuken in Amersfoort, de aardappels waren nog niet eens op, en ineens hing er iets kapot in de lucht.
‘Dat is niet eerlijk, Marijke,’ zei ik. ‘Dat weet je zelf ook.’
Maar ze leunde al naar voren.
‘Nee, wat niet eerlijk is, Ria, is dat wij veertig jaar klaarstaan en dat jullie nu afhaken nu het een keer om mij draait.’
Daar begon het dus mee. Of eigenlijk: daar kwam alles eruit wat al maanden tussen de regels door zat.
Wij kennen Marijke en Koos sinds begin jaren tachtig. Twee jonge stellen, net een huis, weinig geld, wel altijd gezelligheid. Kamperen op de Veluwe, kaarten op zondag, later oppassen op elkaars kinderen, en toen de kinderen uit huis waren werden het vaste vrijdagavonden. Soep, een glas wijn, beetje mopperen op de politiek, lachen om vroeger. Het was nooit ingewikkeld. Juist daarom was het zo dierbaar.
Tot Marijke vorig jaar met pensioen ging.
In het begin gunden we haar die vrijheid enorm. Eindelijk geen schoolroosters meer, geen gejaag. Ze zei dat ze ‘iets voor zichzelf’ wilde. Prima toch? Maar dat ‘iets’ werd binnen drie maanden haar hele persoonlijkheid.
Ze raakte volledig in de ban van langeafstandswandelingen. Niet gewoon een ommetje of een weekendje Pieterpad. Nee. Speciale bergschoenen van honderden euro’s, een GPS-horloge, wandelstokken, technische jassen, clubs, schema’s, voedingssupplementen. Haar hele dag draaide erom. Hoeveel kilometer, welk tempo, welke route, welke volgende tocht in het buitenland.
En wij moesten mee.
Eerst subtiel.
‘Jullie moeten ook echt betere schoenen kopen.’
Daarna dwingender.
‘Als je een beetje fit wilt blijven op onze leeftijd, kun je niet elke avond aan de kaasjes blijven zitten, hoor.’
Hans lachte dat in het begin weg. Ik ook. Maar elke uitnodiging werd ineens een opdracht. Vrijdagavond eten? Nee, want zaterdag om half zes vertrek voor een oefentocht in Zuid-Limburg. Zondag koffie? Kon niet, herstelmiddag. Als wij dan voorstelden om gewoon bij ons te eten, zei Marijke dat we haar ‘nieuwe levensfase niet serieus namen’.
Het vervelende was: ze liet ons voelen alsof wij klein en gemakzuchtig waren. Alsof onze manier van leven minder waard was omdat wij nog gewoon genoten van de markt, de tuin, een museum, een rustige zondag.
Koos veranderde ook. Niet hard, niet luid. Eerder stiller. Hij keek vaak moe. Een keer bleef hij expres wat langer staan toen Hans hem uitliet naar de auto.
‘Ik trek het tempo niet meer zo,’ hoorde ik hem zacht zeggen. ‘Maar ja… probeer daar maar eens wat van te zeggen.’
Dat brak iets in me. Want ineens zag ik dat wij niet de enigen waren die meeliepen om de vrede te bewaren.
De echte klap kwam drie weken geleden. Marijke kwam binnen met een map, alsof ze een hypotheek kwam verkopen.
‘Ik heb iets geweldigs geregeld,’ zei ze. ‘Met vroegboekkorting. Zes weken wandelen in Noord-Spanje. Gezamenlijk. Dit moeten we doen nu we nog kunnen.’
Ik dacht eerst dat het een grap was.
Zes weken. Noord-Spanje. Met hotels, transfers, uitrusting, verzekeringen. Bij elkaar bijna negenduizend euro per stel.
Hans verslikte zich bijna in zijn koffie.
‘Marijke,’ zei hij, ‘dat is voor ons echt veel te duur.’
Ze wuifde het weg.
‘Je leeft maar één keer. En wat geef je nou uit aan iets dat er echt toe doet?’
Ik zei dat het niet alleen om geld ging. Hans heeft last van zijn knie. Ik slaap slecht de laatste tijd. Wij willen best een weekje weg, maar niet zes weken afzien in een schema dat iemand anders heeft bedacht.
Toen viel die stilte. Die nare stilte waarin je voelt dat de ander niet luistert om je te begrijpen, maar wacht tot hij kan terugslaan.
‘Dus jullie vinden óns het niet waard,’ zei ze uiteindelijk.
‘Hou op,’ zei ik. ‘Zo is het niet.’
‘Zo voelt het wel. Altijd waren we samen. En nu ik eindelijk iets heb waar ik gelukkig van word, laten jullie me vallen.’
Ik werd daar zo boos van dat ik trilde.
‘Laten vallen?’ zei ik. ‘Marijke, we hebben jouw moeder nog naar het ziekenhuis gereden toen jij zelf niet kon. Hans heeft Koos geholpen na zijn operatie. Jij kon hier altijd aanschuiven, ook toen ik zelf net uit die rotperiode na mijn borstonderzoek kwam. Doe niet alsof liefde alleen bestaat als wij precies doen wat jij wil.’
Ze schrok even. Maar het duurde kort.
‘Je hoeft niet zo dramatisch te doen.’
Dat zinnetje. Dat kleine, gemene zinnetje. Alsof mijn grens een aanval was.
Koos zei eindelijk iets.
‘Misschien is zes weken ook gewoon wat veel, Marijk.’
Ze draaide zich naar hem om alsof hij haar had geslagen.
‘Natuurlijk. Jij ook al.’
Hans stond op en begon de borden op te pakken. Dat doet hij altijd als het te pijnlijk wordt. Praktisch blijven, anders spat het uiteen.
Sinds die avond is het stil. Geen appjes meer met hartjes en recepten. Geen vrijdagavond. Alleen één bericht van Marijke: dat ze nooit had gedacht dat onze vriendschap blijkbaar zo voorwaardelijk was.
Ik heb er nachten van wakker gelegen. Want ik hou van haar. Echt. Van de vrouw met wie ik op een luchtbed lag in Zeeland toen we dertig waren en de kinderen nog klein. Van de vrouw die vroeger aan één blik genoeg had om te zien dat het niet goed met me ging.
Maar ik herken haar niet meer als ze zegt dat loyaliteit betekent dat wij ons leven moeten inleveren om haar nieuwe leven te bewijzen.
Misschien hebben Hans en ik te lang geslikt. Misschien had ik eerder moeten zeggen: tot hier en niet verder. Niet zo netjes blijven, niet zo bang zijn om iemand teleur te stellen. Want eerlijk is eerlijk, dat deden we ook. We waren bang om de boel stuk te maken. En nu is het misschien juist daardoor stuk gegaan.
Ik weet nog steeds niet of ik haar moet bellen of moet wachten tot de ergste boosheid zakt. Maar één ding weet ik inmiddels wel: vriendschap kan niet alleen bestaan uit meegaan. Soms moet je blijven staan waar jij staat, anders raak je jezelf kwijt.
Ben ik dan hard geworden? Of is dit juist wat echte vriendschap hoort te verdragen: de waarheid, ook als die niet gezellig is?