Ze hielp mijn ex-vrouw, maar weigert mijn huidige vrouw te steunen – het verhaal van een verscheurde familie

‘Mam, waarom help je haar niet? Je hebt Saskia altijd geholpen, maar nu laat je ons gewoon stikken!’ De stem van mijn zoon, Daan, trilt van woede en frustratie. Zijn nieuwe vrouw, Marleen, staat achter hem met betraande ogen, haar handen stevig om haar buik gevouwen. Ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas, terwijl ik probeer mijn ademhaling onder controle te houden. Hoe is het zover gekomen?

Het is een regenachtige dinsdagavond in Utrecht. Daan en Marleen zijn onaangekondigd op de stoep verschenen, hun koffers nog nat van de miezerregen. ‘We hebben geen andere plek om naartoe te gaan, mam,’ zegt Daan zacht, bijna smekend. Maar ik weet dat er meer speelt. Daan heeft altijd moeite gehad met verantwoordelijkheid nemen, en nu, na zijn scheiding van Saskia, lijkt hij opnieuw te vluchten voor de gevolgen van zijn keuzes.

‘Daan, ik heb Saskia geholpen omdat ze met twee kleine kinderen zat, zonder inkomen. Jij had beloofd haar te ondersteunen, maar je hebt je alimentatie maandenlang niet betaald. Wat verwacht je nu van mij?’ Mijn stem klinkt harder dan ik bedoel, maar ik kan het niet helpen. De herinneringen aan de avonden dat Saskia huilend bij mij op de bank zat, haar handen trillend om een kop thee, staan nog vers in mijn geheugen.

Marleen snikt zachtjes. ‘We hebben echt niemand anders, mevrouw Van Dijk. Mijn ouders willen ons niet helpen, en Daan… Daan heeft zijn baan verloren.’

Ik kijk naar mijn zoon. Zijn schouders hangen, zijn ogen zijn dof. Dit is niet de trotse, zelfverzekerde jongen die ik ooit kende. ‘Waarom heb je Saskia niet gewoon betaald wat haar toekwam?’ vraag ik, mijn stem nu zachter. ‘Als je dat had gedaan, was dit allemaal misschien niet gebeurd.’

Daan balt zijn vuisten. ‘Het was niet eerlijk, mam! Ze wilde meer geld dan ik kon missen. En nu… nu zit ik hier. Jij kiest altijd haar kant.’

De stilte die volgt is verstikkend. Ik voel de pijn van mijn zoon, maar ook de woede om zijn onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen. ‘Daan, ik kies niet haar kant. Ik kies voor wat juist is. Je hebt twee kinderen, en zij hebben recht op een veilige plek. Saskia heeft haar leven op pauze gezet om voor hen te zorgen. Jij hebt een nieuwe start gemaakt met Marleen, maar je kunt niet verwachten dat ik alles oplos.’

Marleen kijkt me smekend aan. ‘We willen alleen maar een paar weken blijven, tot Daan weer werk heeft. We zullen niet tot last zijn.’

Ik zucht diep. Mijn huis is klein, mijn pensioen krap. Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om ze op straat te zetten. ‘Jullie kunnen blijven, maar er moeten afspraken komen. En Daan, je moet Saskia alsnog betalen wat je haar verschuldigd bent. Anders kan ik je niet helpen.’

Daan kijkt weg, zijn kaak gespannen. ‘Altijd die voorwaarden…’ mompelt hij. Maar ik weet dat hij geen keus heeft.

De weken die volgen zijn gespannen. Marleen probeert zich nuttig te maken in huis, maar ik zie de schaamte in haar ogen als ze de was ophangt of boodschappen doet. Daan zit urenlang op zijn telefoon, solliciteert af en toe, maar lijkt vooral te vluchten in excuses. ‘Het is moeilijk, mam. Niemand wil iemand aannemen die net ontslagen is,’ klaagt hij op een avond.

‘Misschien moet je minder klagen en meer proberen,’ zeg ik scherp. ‘Je bent niet de enige die het moeilijk heeft.’

De kinderen van Saskia komen in het weekend langs. Ze zijn stil, kijken hun vader nauwelijks aan. Ik zie de pijn in hun ogen, het onbegrip. ‘Papa, waarom woon je niet meer bij ons?’ vraagt mijn kleinzoon, Bram, op een avond. Daan slikt, kijkt mij hulpeloos aan. ‘Soms lopen dingen anders dan je wilt, jongen,’ zegt hij uiteindelijk.

Saskia belt me soms, haar stem breekbaar. ‘Dank je dat je de kinderen opvangt, Truus. Ik weet niet wat ik zonder je zou moeten.’ Ik voel me verscheurd. Ik wil mijn zoon helpen, maar ik kan niet negeren wat hij Saskia en de kinderen heeft aangedaan.

Op een avond barst de bom. Daan komt boos thuis, smijt zijn tas op de grond. ‘Ik heb genoeg van jouw verwijten, mam! Jij hebt altijd Saskia voorgetrokken. Nooit eens aan mij gedacht!’

Ik voel mijn handen trillen. ‘Daan, ik heb altijd van je gehouden. Maar liefde betekent ook dat ik je moet confronteren met je fouten. Je kunt niet blijven vluchten voor je verantwoordelijkheden.’

Marleen probeert te sussen. ‘Daan, laten we gewoon rustig praten…’

Maar Daan is niet te stoppen. ‘Weet je wat? We gaan wel ergens anders heen. Je hoeft je geen zorgen meer om ons te maken!’

Ze pakken hun spullen, vertrekken in de nacht. Ik blijf achter in een leeg huis, mijn hart zwaar van verdriet. Heb ik gefaald als moeder? Had ik meer moeten doen, of juist minder?

De dagen erna voel ik de stilte als een deken over me heen liggen. De kinderen van Saskia komen weer, hun stemmen vullen het huis met leven. Maar het gemis van Daan knaagt aan me.

Soms vraag ik me af: wanneer houdt liefde op, en begint verantwoordelijkheid? Moet je als moeder altijd blijven geven, zelfs als je kind weigert te leren van zijn fouten? Of is het juist liefde om grenzen te stellen, om je kind te laten vallen zodat hij kan leren opstaan?

Wat zouden jullie doen als jullie in mijn schoenen stonden? Is er een grens aan moederliefde, of moet je altijd blijven helpen – ook als het pijn doet?