Tot Ze Hem Verlaat, Krijgt Ze Geen Cent Meer van Ons: Mijn Strijd om Mijn Dochter te Redden

‘Als ze hem niet verlaat, krijgt ze geen cent meer van ons. Punt uit.’ De stem van mijn man, Willem, galmde nog na in de keuken. Zijn handen trilden lichtjes terwijl hij zijn koffie neerzette. Ik keek hem aan, zoekend naar een sprankje begrip, maar zijn blik was onwrikbaar.

‘Willem, je kunt dat niet menen,’ fluisterde ik, mijn stem schor van de tranen die ik probeerde te onderdrukken. ‘Ze is onze dochter. Ze heeft ons nodig.’

Hij draaide zich om, zijn rug recht als een plank. ‘Ze is volwassen, Marijke. Ze moet haar eigen keuzes maken. We kunnen haar niet blijven redden.’

Die woorden sneden dieper dan ik wilde toegeven. Sanne was altijd mijn zonnestraal geweest, zelfs nu ze al dertig was en haar eigen gezin had. Maar sinds haar huwelijk met Jeroen was er iets veranderd. De vrolijke twinkeling in haar ogen was verdwenen, vervangen door een doffe blik die me elke keer weer het hart brak.

Ik herinner me nog goed hoe ze als klein meisje op haar knieën in de tuin zat, haar handen vol modder en bloemen. ‘Kijk mama, voor jou!’ riep ze dan trots. Nu was ze een schim van zichzelf, opgesloten in een huis waar liefde plaats had gemaakt voor kilte en verwijten.

‘Mam, ik weet niet meer wat ik moet doen,’ had Sanne laatst gesnikt aan de telefoon. ‘Hij… hij doet niks. Hij werkt niet, helpt niet in huis. Alles komt op mij neer. Maar als ik erover begin, wordt hij boos. Soms… soms ben ik bang.’

Die bekentenis had me wakker gehouden die nacht. Ik hoorde Willem zachtjes snurken naast me, terwijl ik naar het plafond staarde en me afvroeg waar het mis was gegaan. Had ik iets gemist? Had ik haar moeten waarschuwen voor Jeroen? Of had ik haar juist teveel vrijgelaten?

De volgende ochtend zat ik met Willem aan tafel. ‘We moeten haar helpen,’ zei ik zacht.

Hij zuchtte diep. ‘En wat dan? We hebben haar al geld geleend voor die verbouwing. We hebben oppas gespeeld voor de kinderen als Jeroen weer eens “te druk” was met niksdoen. Wanneer houdt het op?’

‘Als ze gelukkig is,’ antwoordde ik zonder aarzelen.

Willem sloeg met zijn hand op tafel. ‘Ze moet zelf leren! Anders blijft ze afhankelijk van ons én van hem.’

Ik voelde me verscheurd tussen mijn liefde voor mijn dochter en de harde logica van mijn man. Maar kon ik haar echt laten vallen?

Die middag belde Sanne onverwacht aan. Haar gezicht was bleek, haar ogen rood van het huilen.

‘Mam… mag ik even binnenkomen?’

Ik trok haar meteen naar binnen en sloeg mijn armen om haar heen. Ze beefde.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik zacht.

Ze schudde haar hoofd. ‘Niks… alles… Ik weet het niet meer.’

Willem kwam de kamer binnen en keek haar strak aan. ‘Sanne, we moeten praten.’

Ze kromp ineen bij zijn toon.

‘Je moeder en ik maken ons zorgen,’ begon hij. ‘Maar we kunnen je niet blijven steunen als je bij Jeroen blijft.’

Sanne keek mij smekend aan. ‘Mam…’

Ik voelde de tranen prikken achter mijn ogen. ‘Lieverd, we willen alleen dat je gelukkig bent.’

‘Maar ik kan niet weg! Waar moet ik heen? De kinderen…’

Willem zuchtte diep en liep weg naar de tuin.

Sanne bleef achter op de bank, haar handen trillend om een kop thee die ze niet dronk.

‘Mam, ik ben zo moe,’ fluisterde ze uiteindelijk. ‘Elke dag hetzelfde gezeur thuis. Jeroen zegt dat ik ondankbaar ben, dat ik hem niet waardeer. Maar hij doet niks! Hij ligt hele dagen op de bank, gamet of kijkt tv. Als ik vraag of hij wil helpen met de kinderen of het huishouden, wordt hij boos of loopt hij weg.’

Ik streelde haar haren zoals vroeger toen ze klein was.

‘Waarom ga je niet weg bij hem?’ vroeg ik voorzichtig.

Ze keek me aan met lege ogen. ‘Omdat ik bang ben dat hij dan helemaal doordraait. En omdat ik niet weet hoe ik het alleen moet doen.’

Die avond lag ik wakker naast Willem.

‘We kunnen haar toch niet laten stikken?’ fluisterde ik in het donker.

Hij draaide zich om en keek me aan met vermoeide ogen. ‘Marijke, als wij altijd blijven helpen, verandert er nooit iets. Misschien moet ze eerst echt vastlopen voordat ze ziet dat het zo niet langer kan.’

Ik dacht aan Sannes gebroken stem aan de telefoon, aan haar trillende handen op de bank.

De dagen daarna probeerde ik Sanne te bellen, maar ze nam niet op. Mijn zorgen groeiden met de dag.

Op een zondagmiddag stond Jeroen ineens voor onze deur.

‘Waar is Sanne?’ vroeg hij bits.

Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. ‘Ze is hier niet.’

Hij snoof minachtend. ‘Ze denkt zeker dat ze bij jullie kan schuilen? Nou, mooi niet! Ze komt terug naar huis.’

Willem kwam achter me staan en keek Jeroen strak aan.

‘Misschien moet je eerst eens naar jezelf kijken voordat je anderen de schuld geeft,’ zei hij koeltjes.

Jeroen lachte schamper en liep weg zonder nog iets te zeggen.

Die avond kreeg ik eindelijk Sanne te pakken.

‘Mam… Ik zit bij een vriendin,’ fluisterde ze schor. ‘Ik durf niet naar huis.’

Ik voelde een mengeling van opluchting en angst.

‘Wil je hierheen komen?’ vroeg ik voorzichtig.

‘Nee… Ik wil jullie er niet bij betrekken,’ zei ze zacht.

De weken die volgden waren een hel van onzekerheid en angstige telefoontjes. Soms hoorde ik dagen niks van Sanne; dan weer belde ze midden in de nacht huilend op.

Willem bleef bij zijn standpunt: ‘Tot ze hem verlaat, krijgt ze geen cent meer van ons.’ Maar elke keer als Sanne belde, brak mijn hart opnieuw.

Op een avond zat ik alleen in de keuken toen Sanne ineens voor het raam stond, natgeregend en uitgeput.

‘Mam… Ik kan niet meer,’ snikte ze terwijl ze in mijn armen viel.

Ik hielp haar naar binnen en zette thee terwijl ze vertelde wat er gebeurd was: Jeroen had geschreeuwd, met deuren geslagen, de kinderen bang gemaakt.

‘Ik wil weg,’ fluisterde ze eindelijk. ‘Maar hoe?’

Samen maakten we plannen: opvang regelen via het wijkteam, hulp zoeken bij Veilig Thuis, sparen voor een eigen plek.

Willem kwam erbij staan en keek ons zwijgend aan.

‘Ik wil je helpen,’ zei hij uiteindelijk tegen Sanne. ‘Maar alleen als je nu echt kiest voor jezelf en de kinderen.’

Sanne knikte door haar tranen heen.

De weken daarna waren zwaar: gesprekken met instanties, slapeloze nachten, eindeloze zorgen over geld en onderdak.

Maar langzaam kwam er licht aan het einde van de tunnel: Sanne vond een tijdelijke woning via de gemeente; wij pasten op de kinderen als zij werkte; Willem repareerde meubels voor haar nieuwe huisje.

Op een dag zat Sanne bij mij aan tafel, haar gezicht eindelijk weer ontspannen.

‘Dankjewel mam,’ zei ze zacht. ‘Zonder jou had ik dit nooit gekund.’

Ik kneep in haar hand en voelde eindelijk weer hoop.

Toch blijft er iets knagen: heb ik te lang gewacht? Had ik eerder moeten ingrijpen? Of moest Sanne deze strijd zelf voeren om sterker te worden?

Wat zouden jullie doen als je kind gevangen zit in een ongelukkig huwelijk? Wanneer grijp je in – en wanneer laat je los?