Een promotie die alles veranderde: Het verhaal van Marleen de Vries
‘Dus jij kiest voor je werk, niet voor ons?’ De stem van mijn man, Jeroen, trilt van woede. Zijn ogen zijn rood, zijn handen gebald tot vuisten op het aanrecht. Ik sta tegenover hem in onze kleine keuken in Amsterdam-West, mijn jas nog aan, laptop onder mijn arm. Het is half elf ’s avonds en ik ben net thuis van weer een eindeloze vergadering.
‘Jeroen, het is maar tijdelijk. Als ik deze promotie krijg, wordt alles anders. Dan heb ik eindelijk meer invloed, meer vrijheid—’
‘Vrijheid? Voor wie? Voor jezelf! Je bent nooit thuis, Marleen. Je kinderen zien je nauwelijks nog. En ik…’ Zijn stem breekt. ‘Ik voel me alleen.’
Die woorden snijden dieper dan ik wil toegeven. Maar ik kan niet stoppen nu. Niet na alles wat ik heb opgeofferd. Ik draai me om, loop naar de woonkamer en laat me op de bank vallen. Mijn hoofd bonkt van de stress. Mijn telefoon trilt: een bericht van mijn manager, Saskia.
“Goed gedaan vandaag, Marleen. Je presentatie was indrukwekkend. Morgenochtend om 8 uur evaluatie.”
Ik voel een golf van trots én schuld. Mijn dochtertje, Lotte, ligt boven te slapen. Ze is zeven en vroeg me vanmorgen of ik haar naar school kon brengen. Ik zei dat ik te druk was.
‘Mama?’ Haar stemmetje klinkt ineens bovenaan de trap.
‘Ga maar slapen, lieverd,’ roep ik zacht.
‘Kom je nog even?’
Ik kijk naar Jeroen, die me met een mengeling van teleurstelling en verdriet aankijkt. Ik sta op en loop naar boven. Lotte ligt met haar knuffel in bed, haar blonde haren als een waas over het kussen.
‘Mama, waarom ben je zo vaak weg?’
Ik slik en strijk haar haren uit haar gezicht. ‘Omdat mama hard werkt voor iets heel belangrijks. Maar ik hou heel veel van jou.’
Ze knikt slaperig en draait zich om. Ik blijf nog even zitten, luisterend naar haar ademhaling, en voel de tranen prikken achter mijn ogen.
De volgende ochtend sta ik om zes uur op. Jeroen is al weg; hij slaapt tegenwoordig vaak op de bank of bij zijn broer. Ik maak snel ontbijt voor Lotte en haar broertje Daan, geef ze een kus en haast me naar kantoor aan de Zuidas.
Het kantoor is een glazen kolos vol mensen in pakken die allemaal hetzelfde willen: hogerop komen. Mijn collega’s groeten me vluchtig. Saskia wacht me op bij de lift.
‘Marleen, goed dat je er bent. De directie was onder de indruk gisteravond.’
Mijn hart maakt een sprongetje.
‘Maar…’ vervolgt ze terwijl we naar haar kantoor lopen, ‘er zijn geruchten dat je privéleven je prestaties beïnvloedt.’
Ik staar haar aan. ‘Wie zegt dat?’
Ze glimlacht kil. ‘Je weet hoe het gaat hier. Alles lekt uit.’
Ik voel woede opborrelen. Iemand heeft over mij geroddeld. Maar wie? Mijn gedachten schieten naar mijn collega Bas, met wie ik ooit een vertrouwelijk gesprek had over mijn huwelijksproblemen.
De weken erna leef ik op adrenaline. Ik werk tot laat, mis Lotte’s schoolvoorstelling en Daans voetbalwedstrijd. Jeroen praat nauwelijks nog tegen me. Op een avond vind ik hem met zijn koffer in de gang.
‘Ik ga naar mijn moeder,’ zegt hij zacht. ‘Dit kan zo niet langer.’
Ik wil hem tegenhouden, maar weet niet wat ik moet zeggen. Hij kijkt me aan met ogen vol verdriet en loopt dan weg.
Die nacht slaap ik nauwelijks. De stilte in huis is oorverdovend.
Op kantoor hoor ik dat Bas de promotie ook wil. Hij lacht vriendelijk naar me bij het koffieapparaat, maar ik voel de spanning tussen ons.
‘Succes morgen bij het gesprek,’ zegt hij met een glimlach die niet tot zijn ogen reikt.
De dag van het beslissende gesprek zit ik tegenover Saskia en twee directieleden. Ze stellen scherpe vragen over mijn visie, mijn inzet, mijn beschikbaarheid.
‘We hebben gehoord dat je privé wat uitdagingen hebt,’ zegt één van hen.
Ik voel mijn wangen gloeien van schaamte én woede.
‘Iedereen heeft uitdagingen,’ zeg ik zo rustig mogelijk. ‘Maar mijn werk heeft daar nooit onder geleden.’
Na het gesprek loop ik trillend naar buiten. Mijn telefoon trilt: een appje van Jeroen.
“Lotte heeft vannacht gehuild om jou.”
Ik breek. Op straat laat ik de tranen eindelijk stromen.
Een week later krijg ik het verlossende telefoontje: de promotie is voor mij. Iedereen feliciteert me; Bas knikt kort en draait zich dan om.
Maar thuis is het stil. Jeroen komt niet terug. Lotte praat nauwelijks tegen me; Daan trekt zich terug in zijn kamer met zijn Lego.
Op een avond zit ik alleen aan tafel met mijn laptop opengeklapt voor weer een Zoom-meeting.
Mijn moeder belt.
‘Marleen… kind… waar ben je mee bezig? Je vader werkte ook altijd te hard en kijk hoe dat is afgelopen.’
Ik snauw dat ze zich er niet mee moet bemoeien en hang op.
De weken verstrijken in een waas van werk en leegte. Mijn nieuwe functie geeft me macht, aanzien, geld – maar geen geluk.
Op een vrijdagavond zit ik op Lotte’s bed terwijl ze slaapt. Ik kijk naar haar gezichtje en vraag me af: wat heb ik eigenlijk gewonnen?
De volgende ochtend stuur ik Jeroen een bericht: “Kunnen we praten?”
Hij antwoordt pas uren later: “Misschien.”
Ik weet niet of het ooit goedkomt tussen ons. Maar één ding weet ik zeker: succes smaakt bitter als je het alleen moet proeven.
Was het allemaal waard? Of heb ik mezelf verloren in de jacht naar iets wat nooit genoeg zal zijn?