Mijn dochter gaf haar appartement aan haar broer, tot haar schoonfamilie alles verpestte – en nu is ons gezin verscheurd
‘Mam, ik weet het niet meer. Waarom moet ík altijd toegeven?’
De stem van mijn dochter, Sanne, trilt aan de andere kant van de lijn. Het is een regenachtige donderdagavond in Utrecht. Ik zit aan de keukentafel, mijn handen om een kop lauwe thee geklemd. Mijn zoon, Daan, en zijn vrouw Emily zitten boven – Emily is hoogzwanger, nog maar twee maanden te gaan. Het huis voelt klein en vol spanning.
‘Sanne, lieverd, je hebt het zelf aangeboden,’ probeer ik voorzichtig. ‘Daan en Emily hebben het echt nodig nu. Jullie hebben toch twee appartementen?’
Ze zucht diep. ‘Ja, maar mam…’
Ik hoor haar snikken. Mijn hart breekt. Sanne is altijd de sterke geweest, de oudste, de verstandige. Ze heeft hard gewerkt voor haar carrière als jurist in Amsterdam. Haar vriend, Bas, is een rustige jongen uit Haarlem. Samen kochten ze vorig jaar hun tweede appartement als investering – een slimme zet, vonden wij allemaal.
Maar toen Emily zwanger bleek en Daan zijn baan kwijtraakte door de reorganisatie bij de gemeente, kwamen ze tijdelijk bij ons wonen. Het was krap, maar gezellig – tot de babykamer ingericht moest worden en de stress toenam.
‘Mam,’ zegt Sanne zacht, ‘het was nooit de bedoeling dat Bas’ ouders zich ermee gingen bemoeien.’
Ik voel woede opborrelen. De ouders van Bas – Jan en Marijke – zijn altijd afstandelijk geweest. Ze vinden dat hun zoon meer verdient dan ‘een appartement weggeven aan familie’. Ze hebben Sanne op het hart gedrukt dat ze ‘voor zichzelf moet kiezen’.
‘Wat hebben ze precies gezegd?’ vraag ik.
Sanne slikt hoorbaar. ‘Dat ik dom ben als ik zomaar iets weggeef wat van ons is. Dat Daan maar moet leren voor zichzelf te zorgen. Dat Bas en ik ook ooit kinderen willen…’
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Natuurlijk begrijp ik hun kant ook wel – maar Daan is mijn zoon, Emily mijn schoondochter, en straks is er een kleinkind zonder eigen plek.
Die avond barst de bom. Daan komt boos de keuken in gestormd.
‘Mam! Sanne heeft zich bedacht! Ze zegt dat we het appartement niet meer mogen huren!’
Emily volgt hem, haar handen beschermend op haar buik. ‘Weet je wel hoe stressvol dit is?’ snikt ze.
Ik probeer te sussen. ‘Misschien kunnen we praten met Sanne en Bas? Er is vast een oplossing…’
Maar Daan schudt zijn hoofd. ‘Ze luistert niet meer naar ons. Alles draait om Bas en zijn ouders.’
De dagen daarna zijn gevuld met telefoontjes, appjes vol verwijten en stiltes aan tafel. Mijn man Peter probeert te bemiddelen, maar zelfs hij weet geen raad meer.
Op zondag nodig ik Sanne en Bas uit om te komen praten. De spanning is om te snijden als ze binnenkomen. Sanne’s ogen zijn rood van het huilen.
‘Waarom wil je het niet meer doen?’ vraagt Daan fel zodra ze zitten.
Bas legt zijn hand op Sanne’s arm. ‘We hebben er goed over nagedacht,’ zegt hij kalm. ‘Het is gewoon niet verstandig om zo’n grote beslissing te nemen onder druk van familie.’
Emily barst in tranen uit. ‘Jullie weten toch hoe moeilijk het voor ons is? We hebben geen spaargeld meer! Waar moeten we heen met een baby?’
Sanne kijkt me wanhopig aan. ‘Mam, ik wil niemand pijn doen… Maar ik voel me zo onder druk gezet.’
Ik voel me verscheurd tussen mijn kinderen. Ik wil Sanne steunen in haar keuze – het is tenslotte háár appartement – maar Daan en Emily hebben nu nergens anders om heen te gaan.
Na uren praten vertrekken Sanne en Bas weer, zonder oplossing. Die nacht lig ik wakker, luisterend naar het zachte snikken van Emily door de muur heen.
De weken verstrijken. De sfeer in huis wordt steeds grimmiger. Daan praat nauwelijks nog met mij of Peter; Emily sluit zich op in hun kamer. Sanne appt af en toe, maar durft niet meer langs te komen.
Op een dag belt Marijke me op.
‘Het spijt me dat het zo gelopen is,’ zegt ze zonder overtuiging. ‘Maar je begrijpt toch wel dat wij ook aan onze zoon moeten denken?’
Ik bijt op mijn lip om niet te schreeuwen. ‘Jullie hebben geen idee wat jullie hebben aangericht.’
‘Misschien moeten jullie gewoon accepteren dat niet alles vanzelf gaat in het leven,’ zegt ze koel.
Na dat gesprek voel ik me leger dan ooit.
De geboorte van mijn kleindochter – Lotte – brengt even licht in de duisternis. Maar zelfs dan blijft de spanning voelbaar; Sanne komt alleen op kraambezoek, zonder Bas of zijn ouders.
Tijdens het beschuit met muisjes eten kijkt Sanne me aan met betraande ogen.
‘Mam… heb ik alles verpest?’ fluistert ze.
Ik pak haar hand vast. ‘Nee lieverd… Maar soms weet ik ook niet meer wat goed is.’
Nu, maanden later, woont Daan nog steeds bij ons met Emily en Lotte – op zoek naar een betaalbare woning in een overspannen markt die geen genade kent voor jonge gezinnen zonder vast inkomen.
Sanne en Bas verhuren hun tweede appartement inmiddels via Airbnb aan toeristen uit Duitsland en Frankrijk – het levert meer op dan familieprijs voor Daan ooit zou doen.
Onze familie voelt gebroken; verjaardagen zijn ongemakkelijk, gesprekken oppervlakkig. Peter en ik proberen neutraal te blijven, maar elke dag vraag ik me af: had ik harder moeten ingrijpen? Had ik moeten eisen dat Sanne haar belofte nakwam? Of heb ik gefaald door iedereen z’n eigen keuzes te laten maken?
Soms kijk ik naar Lotte die onbezorgd lacht in haar box en vraag ik mezelf af: hoe kan liefde voor je kinderen zoveel pijn doen? Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen eerlijkheid en harmonie in je gezin?