Toen hij succes had, vergat hij mij – nu hij valt, weet hij ineens weer wie ik ben

‘Dus je zegt dat je vanavond wéér niet thuis bent?’ Mijn stem trilt, maar ik probeer het te verbergen. Nathan kijkt niet eens op van zijn telefoon. ‘Het is belangrijk, Marjolein. De deal met Van der Laan kan alles veranderen.’

Ik slik. De kinderen zitten boven hun huiswerk te maken, de pasta pruttelt op het fornuis. Ik voel me als een schim in mijn eigen huis, een figurant in het succesverhaal van mijn man. Vroeger was het anders. Toen Nathan nog gewoon de jongen uit Amersfoort was die me bloemen bracht na een ruzie, die mijn hand vasthield in de bioscoop en me liet lachen om zijn slechte grappen.

‘Je vergeet ons,’ fluister ik, meer tegen mezelf dan tegen hem. Hij hoort het niet eens. Of wil het niet horen.

De maanden verstrijken. Nathan klimt hogerop bij het advocatenkantoor in Utrecht. Zijn naam prijkt op LinkedIn, hij wordt uitgenodigd voor netwerkborrels in Amsterdam, diners in Rotterdam. Ik zie hem steeds minder. Als hij thuis is, ruikt hij naar dure aftershave en praat hij over mensen die ik niet ken. ‘Weet je wie ik vandaag sprak? De burgemeester van Utrecht! Ongelooflijk toch?’

Ik glimlach flauwtjes en knik, maar vanbinnen voel ik me leeg. Mijn dagen bestaan uit kinderen naar school brengen, boodschappen doen bij de Albert Heijn, werken op de basisschool als onderwijsassistent. Mijn leven draait om anderen, maar niemand lijkt om mij te draaien.

Op een avond, als de regen tegen de ramen slaat en de kinderen slapen, probeer ik het gesprek aan te gaan. ‘Nathan, wanneer hebben wij voor het laatst samen iets gedaan? Alleen wij tweeën?’

Hij zucht diep. ‘Marjolein, je weet toch hoe druk ik het heb? Dit is tijdelijk. Als ik partner word, wordt alles anders.’

‘Dat zei je vorig jaar ook.’

Zijn blik wordt hard. ‘Waarom gun je me dit niet? Waarom moet jij altijd moeilijk doen?’

Ik voel tranen branden achter mijn ogen. ‘Ik gun je alles, Nathan. Maar ik wil niet verdwijnen.’

Hij draait zich om en loopt naar zijn kantoor beneden. De deur valt dicht met een klap die door mijn hele lijf dreunt.

De weken daarna praat ik steeds minder met hem. We leven langs elkaar heen. De kinderen merken het ook. ‘Mama, waarom lacht papa nooit meer?’ vraagt Lotte op een ochtend.

‘Papa is gewoon druk, lieverd,’ lieg ik.

Op een dag vind ik een appje op zijn telefoon. ‘Tot vanavond, knapperd,’ staat er, met een hartje erachter. De afzender: Sophie van HR.

Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik wil schreeuwen, huilen, hem confronteren – maar ik doe niets. Ik voel me verlamd.

Die avond wacht ik tot hij thuiskomt. Het is na middernacht als de voordeur zachtjes opengaat.

‘Nathan,’ zeg ik terwijl hij zijn jas ophangt. Hij schrikt zichtbaar als hij mij ziet zitten in het schemerlicht.

‘Wat doe je nog op?’

‘Met wie was je?’ Mijn stem klinkt kalm, maar mijn handen trillen.

Hij ontwijkt mijn blik. ‘Gewoon, collega’s.’

‘Sophie?’

Hij zwijgt even te lang.

‘Het is niet wat je denkt,’ zegt hij uiteindelijk.

‘Wat denk ik dan?’

Hij haalt zijn schouders op en loopt naar boven zonder nog iets te zeggen.

Die nacht slaap ik niet. Ik staar naar het plafond en vraag me af waar het misging. Was het toen hij die promotie kreeg? Of toen we verhuisden naar dit grotere huis in Leusden?

De volgende ochtend is hij al weg voordat ik wakker word. Op tafel ligt een briefje: “Sorry voor gisteren.” Meer niet.

De maanden daarna word ik steeds onzichtbaarder in zijn leven. Op feestjes stelt hij me nauwelijks voor aan zijn collega’s. Als we samen ergens zijn, kijkt hij constant op zijn telefoon.

Op een dag komt hij thuis met een grote glimlach. ‘Ik ben partner geworden!’ roept hij uitgelaten.

Ik probeer blij te zijn voor hem, maar het voelt alsof er iets in mij sterft.

‘Gefeliciteerd,’ zeg ik zacht.

Hij kust me vluchtig op mijn wang en belt direct zijn moeder om het nieuws te vertellen.

Vanaf dat moment lijkt hij helemaal los te komen van ons gezin. Hij reist naar Londen voor zaken, dineert met klanten in Parijs. De kinderen zien hem nauwelijks nog.

Op een avond zit ik alleen aan tafel met een glas wijn als mijn moeder belt.

‘Hoe gaat het met jullie?’ vraagt ze voorzichtig.

Ik barst in tranen uit. ‘Ik weet het niet meer, mam. Ik voel me zo alleen.’

Ze zwijgt even en zegt dan: ‘Je verdient beter dan dit, Marjolein.’

Maar wat is beter? Een leven zonder Nathan? Een gebroken gezin?

Dan gebeurt het ondenkbare: Nathan wordt ontslagen na een schandaal binnen het kantoor. Iets met fraude – de details blijven vaag, maar de kranten schrijven erover.

Hij komt thuis als een gebroken man. Geen glimlach meer, geen dure pakken of aftershave.

‘Marjolein…’ zegt hij zacht terwijl hij in de deuropening staat.

Ik kijk hem aan en zie eindelijk weer de jongen van vroeger – onzeker, kwetsbaar.

‘Ze hebben me eruit gegooid,’ fluistert hij.

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Opeens is hij weer thuis – maar alleen omdat hij nergens anders heen kan.

De weken daarna probeert hij zich weer in ons leven te mengen. Hij brengt de kinderen naar school, kookt zelfs af en toe.

Op een avond zit hij naast me op de bank en pakt mijn hand vast.

‘Het spijt me,’ zegt hij met tranen in zijn ogen. ‘Ik ben je kwijtgeraakt onderweg.’

Ik trek mijn hand terug en kijk hem aan.

‘Nu je alles kwijt bent, weet je ineens weer wie ik ben?’ vraag ik zacht.

Hij knikt beschaamd.

‘En wat als je morgen weer succesvol bent? Vergeet je me dan weer?’

Hij schudt zijn hoofd en probeert me te omhelzen, maar ik duw hem weg.

‘Je hebt mij laten verdwijnen toen jij straalde,’ zeg ik met gebroken stem. ‘Nu verwacht je dat ik je opvang terwijl jij mij liet vallen.’

De kinderen luisteren stil vanuit de gang. Ik zie hun bange oogjes en voel hoe zwaar deze keuze is – voor hen, voor mijzelf.

Die nacht lig ik wakker naast Nathan die zachtjes snikt in zijn kussen. Ik weet niet of ik hem ooit nog kan vertrouwen.

Is liefde genoeg om alles te vergeven? Of is er een grens aan wat een mens kan verdragen?

Wat zouden jullie doen als je partner alleen terugkomt als alles misgaat? Is er nog hoop na zo’n verraad?