Mijn Moeder Spaarde Elke Cent, Maar Ik Betaalde de Prijs: Een Levensverhaal vol Gemiste Kansen en Onuitgesproken Woede

‘Waarom mag ik nooit iets nieuws, mam?’ Mijn stem trilde, terwijl ik met mijn vingers over de rafelige mouw van mijn tweedehands trui streek. Het was winter, de wind gierde door de kieren van ons oude huis in Amersfoort, en ik voelde me kleiner dan ooit. Mijn moeder, Ans, keek niet op van haar boodschappenlijstje. ‘Omdat geld niet aan de bomen groeit, Marieke. Je moet leren tevreden te zijn met wat je hebt.’

Tevreden zijn. Dat was het mantra in ons huis. Elke cent werd omgedraaid, elk dubbeltje gespaard. Mijn moeder werkte als schoonmaakster in het ziekenhuis en hield nauwgezet bij wat er binnenkwam en uitging. Ze had een schriftje waarin ze alles noteerde: brood, melk, huur, zelfs de kosten van mijn schoolboeken. Mijn vader was al jaren uit beeld; hij had een nieuw gezin in Groningen en stuurde sporadisch alimentatie. ‘We redden het wel,’ zei mijn moeder altijd, maar ik voelde me nooit gered.

Op school was ik het meisje met de te grote schoenen en de jas die ooit van mijn nichtje was geweest. De andere kinderen lachten soms zachtjes als ik voorbijliep. ‘Kijk, daar heb je Marieke weer met haar kringloopkleren,’ fluisterde Sanne, het populairste meisje van de klas. Ik deed alsof het me niets deed, maar ’s avonds in bed draaide ik haar woorden eindeloos rond in mijn hoofd.

‘Mam, mogen we deze zomer op vakantie?’ vroeg ik voorzichtig tijdens het avondeten. We aten weer macaroni zonder kaas – kaas was te duur – en mijn maag knorde nog steeds na het eten.

Mijn moeder zuchtte diep. ‘Vakantie? Dat is voor mensen met geld over. Wij sparen voor later, Marieke. Later zul je me dankbaar zijn.’

Maar dat was ik niet. Niet toen, niet nu. Ik voelde me opgesloten in een leven van gemiste kansen. Mijn vriendinnen gingen naar Frankrijk of Italië, kwamen terug met verhalen over zeeën en bergen. Ik kende alleen de grijze straten van onze wijk en het parkje om de hoek.

Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste baantje bij de Albert Heijn. Eindelijk eigen geld! Ik kocht een nieuwe spijkerbroek van mijn eerste loonstrookje. Toen ik thuiskwam, keek mijn moeder me aan alsof ik haar had verraden.

‘Wat heb je gedaan?’ Haar stem was scherp.

‘Ik heb iets voor mezelf gekocht. Van mijn eigen geld,’ zei ik zacht.

Ze schudde haar hoofd. ‘Dat geld had je moeten sparen. Voor je studie. Voor noodgevallen.’

‘Ik wil ook eens iets nieuws! Ik ben het zat om altijd maar te moeten bezuinigen!’ schreeuwde ik plotseling. Mijn stem galmde door de kleine keuken.

Ze keek me aan met een blik die ik nooit zal vergeten: teleurstelling, verdriet, misschien zelfs angst. Maar ze zei niets meer die avond.

De jaren gingen voorbij. Ik haalde mijn vwo-diploma en ging studeren in Utrecht. Mijn moeder bleef sparen, bleef zuinig leven. Ze stuurde me elke maand een klein bedrag over – altijd met een briefje erbij: ‘Niet uitgeven aan onzin!’

Op kamers voelde ik me eindelijk vrij. Ik kocht af en toe een cappuccino op het terras, ging uit eten met vrienden, kocht zelfs een tweedehands fiets die niet piepte bij elke trap. Maar telkens als ik geld uitgaf, hoorde ik haar stem in mijn hoofd: ‘Geld moet rollen? Nee, geld moet blijven liggen.’

Toen mijn moeder ziek werd – borstkanker – kwam alles op scherp te staan. Ik bezocht haar elke week in het ziekenhuis. Ze was mager geworden, haar handen trilden als ze mijn hand vasthield.

‘Marieke,’ fluisterde ze op een dag, ‘ik heb gespaard voor jou. Alles wat ik had.’

Ik voelde de woede weer opborrelen. ‘Maar mam… wat heb ik eraan gehad? Ik heb nooit kunnen genieten. Nooit mogen leven zoals anderen.’

Ze keek weg, tranen in haar ogen. ‘Ik wilde alleen maar dat je het beter zou hebben dan ik.’

‘Maar mam… soms is liefde belangrijker dan geld.’

Ze stierf die winter, zonder dat we echt vrede hadden gesloten.

Na haar dood vond ik haar schriftjes terug – stapels vol cijfers en lijstjes, tot op de cent nauwkeurig bijgehouden. In een envelop zat een spaarrekening op mijn naam: tienduizend euro. Haar hele leven had ze gespaard voor mij.

Maar wat moest ik ermee? Het voelde als bloedgeld – opgebouwd uit jaren van ontzegging en gemis.

Nu ben ik dertig, heb zelf een dochtertje, Lotte. Soms betrap ik mezelf erop dat ik haar wil leren zuinig te zijn, maar dan zie ik haar blije gezicht als ze een ijsje krijgt of nieuwe schoenen mag uitzoeken.

Ik vraag me af: hoe vind je de balans tussen sparen en leven? Hoe geef je je kind genoeg zonder haar te laten voelen wat jij hebt gevoeld?

Hebben jullie ook zo’n strijd gekend met jullie ouders? Of misschien met jezelf? Wat is belangrijker: zekerheid of geluk?