Na dertig jaar werken wilde mijn man eindelijk iets voor zichzelf — maar zijn verbouwplannen brachten ons huwelijk aan het wankelen

De keukenla gaat al elf jaar alleen dicht als je hem aan de linkerkant een zetje geeft. Nooit een probleem geweest. Sinds januari is die la volgens mijn man het bewijs dat we veel te lang niets aan ons huis hebben gedaan.

Ik merk dat ik hem tegenwoordig expres voorzichtig dichtduw. Alsof ik daarmee iets kan winnen.

Ik ben 56, Bas is 58. We wonen in een vrijstaand huis aan de rand van een dorp bij Zutphen. Geen villa, gewoon een huis uit de jaren tachtig waar we destijds behoorlijk voor hebben moeten kromliggen. Er zit nog een hypotheek op. Niet schrikbarend veel, maar ook niet niets.

Afgelopen najaar vertrok Bas na ruim dertig jaar bij hetzelfde technische bedrijf. Reorganisatie. Zijn afdeling werd samengevoegd en zijn functie verdween.

Hij kreeg een mooie ontslagvergoeding. Toen het nettobedrag op onze rekening stond, hebben we samen zitten kijken. Ruim zeventigduizend euro. Daarnaast hadden we bijna vijftigduizend gespaard.

‘Nou,’ zei ik. ‘Voorlopig hoeven we niet wakker te liggen.’

Bas bestelde die avond eten bij de Indonesiër. Hij leek vooral opgelucht dat hij nooit meer naar die maandagochtendvergaderingen hoefde.

De eerste weken waren eigenlijk fijn. Ik werk drie dagen als verpleegkundige in een verpleeghuis en doe dat nog steeds graag. Als ik thuiskwam, had hij gekookt. We gingen op dinsdag naar de markt, gewoon omdat het kon. Hij sliep beter. Ik ook, want zijn wekker ging niet meer om kwart over vijf.

Hij krijgt nu WW en zoekt werk, liefst voor drie dagen. Hij wil niet meer terug naar de drukte van vroeger. Dat begrijp ik. Alleen weten we nog niet wat hij gaat vinden en wat hij daarmee gaat verdienen.

Daarom zag ik dat geld als tijd. Tijd om rustig verder te kijken.

Bas zag vooral mogelijkheden.

Eerst zonnepanelen. Daar wilde ik best naar kijken. Daarna een warmtepomp. Daarvoor moest volgens hem ook het een en ander aan de verwarming gebeuren. En als er toch mensen over de vloer kwamen, konden we beter meteen de keuken aanpakken.

Hij had op zijn tablet een keuken getekend met een kookeiland. Bas kookt graag en in onze keuken sta je elkaar inderdaad snel in de weg. Het zag er mooi uit. Dat heb ik ook gezegd.

Alleen stond onder zijn lijstje uiteindelijk een bedrag van ruim zestigduizend euro. Nog zonder onvoorziene kosten.

‘Maar we hébben het toch?’ zei hij.

Ik zat nog in mijn werkkleding aan tafel. Er zat een opgedroogde vlek yoghurt op mijn broek.

‘We hebben het ook nodig om van te leven als jij straks geen werk hebt.’

‘Ik ben niet van plan om nooit meer iets te doen.’

Dat had ik niet gezegd, maar zo hoorde hij het wel.

Vanaf dat moment kwamen we steeds in hetzelfde gesprek terecht. Ik zei buffer. Hij zei dat alles alleen maar duurder werd en dat het huis er beter van zou worden. Ik zei dat de keuken nog prima werkte. Hij trok die la open.

Een keer zei ik dat hij zich gewoon verveelde.

Dat was gemeen. Zeker omdat ik zag hoeveel moeite hij had met het wegvallen van zijn werk. Hij ging soms nog lunchen met een oud-collega en was daarna de rest van de middag stil.

Toch vond ik ook dat hij van zijn lege agenda niet ineens een gezamenlijk bouwproject kon maken.

De eerste aannemer stond op een donderdag voor de deur. Ik had een late dienst en zat nog aan mijn koffie.

‘Ik kom even opnemen voor de verbouwing.’

Ik dacht werkelijk dat hij verkeerd stond.

Bas kwam uit de schuur en deed zo gewoon dat ik ook maar gewoon deed. Ik schoof de ontbijtborden opzij terwijl een vreemde man onze muren bekeek. Hij vroeg of we de vloer wilden doortrekken.

‘Dat weten we nog niet,’ zei ik.

‘Daar hebben we het over gehad,’ zei Bas.

We hadden het erover gehad. Dat was iets anders.

Toen de man weg was, zei Bas dat een offerte nergens toe verplichtte. Op zichzelf had hij gelijk. Maar er bleken nog twee afspraken te staan. Hij had foto’s opgestuurd, maten doorgegeven en verteld dat we graag voor de zomer wilden beginnen.

‘Jij maakt het wel heel lastig om nog nee te zeggen,’ zei ik.

Hij werd boos. Niet schreeuwen, dat doet hij bijna nooit. Hij begon de koffiekopjes in de vaatwasser te zetten, veel te hard.

‘Ik heb dertig jaar gedaan wat verstandig was. Overgewerkt, storingsdiensten, vakanties omgegooid. Nu wil ik een keer iets en dan moet ik weer toestemming vragen.’

Ik begon meteen over mijn eigen werk en de kinderen en alles wat ik had opgevangen. Voor we het wisten, zaten we jaren terug. Wie er thuisbleef toen onze jongste steeds oorontstekingen had. Wie er minder pensioen had opgebouwd. Dingen waarvan ik dacht dat we ze allang samen hadden opgelost.

De offerte voor de keuken kwam een week later. Bas legde hem naast mijn bord.

Ik zei dat ik niets ging tekenen.

Daarop zei hij dat hij dan wel met zijn eigen ontslagvergoeding begon.

Zijn eigen vergoeding.

Ik weet nog dat ik vroeg of mijn salaris dan voortaan ook van mij was. Hij zei: ‘Als jij het zo wilt spelen.’

Maar hij was erover begonnen. Tenminste, zo voelde het voor mij.

Sindsdien hebben we een gezamenlijke rekening waar ineens niemand vrijuit naar durft te kijken.

Ik heb voorgesteld om voorlopig alleen de zonnepanelen uit te zoeken. Bas noemt dat een doekje voor het bloeden. Hij wil niet alleen een lagere energierekening. Hij wil zelf iets aanpakken, uitzoeken, maken. Dat zegt hij inmiddels ook.

Gisteren heb ik gevraagd of hij zonder ontslagvergoeding dezelfde plannen had gehad.

‘Nee, natuurlijk niet,’ zei hij. ‘Daarom ben ik er juist blij mee.’

Daar kon ik weinig tegenin brengen.

We hebben nu een afspraak gemaakt met een financieel adviseur. Niet om te laten bepalen wie er gelijk heeft, al hoop ik stiekem wel dat iemand zegt dat zestigduizend euro erg veel is zolang zijn werk onzeker is. Bas wil laten uitrekenen hoeveel ruimte we wél hebben.

Hij heeft de aannemers laten weten dat we nog geen besluit nemen. Dat waardeer ik, maar hij vertelt me voorlopig niets meer over zijn plannen. Soms zie ik hem op zijn tablet kijken en klapt hij het hoesje dicht als ik naast hem kom zitten. Misschien lees ik daar te veel in.

Voor de afspraak moeten we allebei onze verwachte uitgaven opschrijven. Bas heeft een nieuwe keuken ingevuld. Ik heb geld apart gezet voor onderhoud, een andere auto en aanvulling op ons inkomen.

De vakantie staat op geen van beide lijstjes. Die zijn we allebei vergeten.