Wij wilden kleiner gaan wonen om onze kinderen te helpen. Nu praten ze nauwelijks meer met elkaar over ons huis
De makelaar heeft inmiddels drie keer gevraagd of hij nog langs moet komen. De eerste keer zei ik dat we op vakantie gingen. De tweede keer dat mijn man griep had. Gisteren heb ik zijn bericht gelezen en mijn telefoon onder een tijdschrift gelegd.
We zijn nergens naartoe geweest en Henk is niet ziek.
Ik ben zesenzestig, Henk achtenzestig. Sinds twee jaar zijn we allebei met pensioen. We wonen aan de rand van een dorp bij Zutphen, in een vrijstaand huis met een tuin die eigenlijk te groot wordt. De makelaar noemt het een tuinvilla. Wij zeggen gewoon het huis.
Toen we het kochten, zat er enkel glas in en was de keuken bruin. Henk heeft hier jarenlang iedere zaterdag geklust. Inmiddels hebben we een fijne keuken, een goede badkamer en steeds minder zin om met een ladder langs de dakgoot te gaan.
Kleiner wonen leek ons prettig. Een appartement in Zutphen, boodschappen op loopafstand. Van wat er na aankoop en verhuizing overbleef, wilden we een deel zelf houden en beide kinderen hetzelfde bedrag geven. We hadden nog niets laten doorrekenen, maar alleen het idee maakte me al blij.
Onze dochter Marieke woont met Bas en hun twee kinderen op drie kamers in Amsterdam. Hun jongste slaapt nog bij hen op de kamer. Voor thuiswerken klapt Bas een tafeltje uit naast de wasmand.
Hun particuliere huur is hoog. Ze kijken al langer buiten de stad, maar wat betaalbaar is, ligt vaak onhandig voor hun werk. Ik heb weleens gezegd dat ze dan verder moesten zoeken. Dat klinkt makkelijk vanaf onze keukentafel, met de openslaande deuren achter je.
Onze zoon Pieter woont met Sanne en hun kinderen in Apeldoorn. Een rijtjeshuis dat ze acht jaar geleden kochten. Ze hebben een tuin, maar klein, en de kinderen delen een slaapkamer. Hij wil graag groter wonen. Met hun overwaarde kunnen ze wat, zegt hij, alleen stijgt het huis dat ze zouden willen net zo hard mee.
Ik vond hun problemen niet hetzelfde. Dat heb ik helaas ook hardop gezegd.
Marieke kwam in november met haar voorstel. We zaten nog aan de koffie na de verjaardag van Henk. De mannen ruimden buiten de tuinstoelen op, veel later dan normaal dat jaar.
‘Als wij hier nou komen wonen,’ zei ze, ‘en jullie in de aanbouw?’
Ze noemde het een aanleunwoning. Het is nu een werkkamer met een bijkeuken. Er zou behoorlijk verbouwd moeten worden. Of een aparte woonruimte daar mag, hebben we niet eens bij de gemeente nagevraagd.
Maar zij zag het al voor zich. De kinderen naar de dorpsschool, wij vlakbij, samen eten als het uitkwam. Ze zouden ons later kunnen helpen.
‘En wij jullie nu,’ zei ik.
Ze knikte. Ik voelde me nodig, op een fijne manier. Dat speelt mee, al schaam ik me ervoor.
Pieter hoorde het pas een week later. Ik dacht dat Marieke het hem had verteld. Zij dacht kennelijk dat wij dat zouden doen.
Hij keek naar Henk.
‘Dus dit hebben jullie al geregeld?’
‘Er is helemaal niets geregeld,’ zei ik.
‘Waarom hoor ik dan nu pas dat zij hier gaan wonen?’
Toen kwam eruit dat hij zelf al jaren hoopte het huis ooit over te nemen. Niet gratis, benadrukte hij meteen. Maar met hulp van ons, misschien.
Henk wist daarvan. Ze hadden het er tijdens het snoeien over gehad. Blijkbaar meer dan één keer.
‘Ik heb nooit iets beloofd,’ zei Henk later tegen mij.
Maar hij had ook nooit gezegd dat Pieter er niet op moest rekenen.
Sindsdien voeren we gesprekken die nergens eindigen. Henk vindt dat Pieter het huis het beste kent en er het meeste aan heeft gedaan. Hij begint over zijn eigen vader, die zijn werkplaats aan zijn oudste zoon overdroeg.
‘Dat was een bedrijf,’ zeg ik dan. ‘En we hebben geen oudste zoon én een jongste zoon. We hebben ook een dochter.’
Volgens hem maak ik er iets van wat hij niet bedoelt. Misschien. Maar ik hoor het wel.
Andersom verwijt hij mij dat ik alleen nog zie hoe krap Marieke woont.
We hebben een keer met z’n zessen aan tafel gezeten. Zonder kleinkinderen, omdat we rustig wilden praten. Ik had soep gemaakt. Daar heeft uiteindelijk bijna niemand van gegeten.
Sanne vroeg hoe zij financieel gecompenseerd zouden worden als Marieke het huis voor minder dan de marktwaarde kreeg. Een heel redelijke vraag.
Bas zei dat zij ook niet zomaar een grote hypotheek konden krijgen. En wij moesten voldoende overhouden om zelf van te leven. Hoe langer we rekenden, hoe onduidelijker het werd.
‘Jullie kunnen natuurlijk niet allebei het hele huis krijgen,’ zei Henk.
Niemand had dat gevraagd. Toch klonk het alsof hij ons allemaal op onze plaats zette.
Marieke begon te huilen. Pieter schoof zijn stoel naar achteren.
Ik zei tegen hem dat hij tenminste al goed zat.
Dat was het moment waarop hij zijn jas pakte.
Sanne bleef nog even zitten. ‘Hij heeft ook gewoon zorgen, hoor,’ zei ze zacht.
Ik heb Pieter de volgende dag gebeld om mijn excuses aan te bieden. Hij nam niet op. Later stuurde hij dat hij geen zin had om weer uitgelegd te krijgen waarom zijn zus het moeilijker had.
Hij komt nog wel, maar alleen als Marieke er niet is. In de gezinsapp reageert hij nauwelijks. Vorige week zette ik een foto van sneeuwklokjes bij het terras. Marieke stuurde een hartje. Pieter niets. Vroeger zou ik daar niet eens op gelet hebben.
Marieke belde zondag. Hun huur wordt opnieuw verhoogd en ze hadden hun maandlasten op een rij gezet. Ze zei dat ze niet konden blijven wachten.
‘Mam, jullie moeten nu echt kiezen. Anders moeten wij straks verhuizen en is dit hele plan niet meer haalbaar.’
Ik vroeg waarheen.
‘Dat weet ik dus niet.’
Daarna werd ze boos omdat ik alleen praktische vragen stelde. Ik werd boos omdat het ineens voelde alsof wij hun verhuizing moesten voorkomen. Dat heb ik ook gezegd. Ze hing niet op, maar het scheelde weinig.
Gisteravond zei Henk dat we voorlopig beter helemaal niets konden doen. Eerst moest iedereen maar tot rust komen.
Ik heb ingestemd. Ik wilde ook gewoon een avond televisie kijken zonder bedragen en verwijten.
Vanmorgen vroeg Marieke in een privébericht of Pieter dit weekend bij ons was. Even later vroeg Pieter of wij al een makelaar hadden gesproken. Op allebei heb ik nog niet geantwoord.
Henk zit met de folder van een appartementencomplex aan tafel. Hij heeft bij twee plattegronden een kruisje gezet. Toen ik naast hem ging zitten, vouwde hij de folder dicht.
‘Na de zomer nog eens kijken?’ vroeg hij.
Ik zei ja. Daarna heb ik de makelaar laten weten dat hij voorlopig niet hoeft te komen.