Onze zoon kwam tijdelijk bij ons wonen om te sparen voor een huis — een jaar later stelde hij voor dat wíj zouden verhuizen

De laatste tijd eet ik mijn boterhammen regelmatig in de garage. Niet omdat iemand me daarheen stuurt. Daar staat mijn werkbank, ik heb er een kruk en ik hoef er niet te fluisteren als mijn kleindochter slaapt.

Als ik dat zo opschrijf, klinkt het zieliger dan het is. Maar ik heb het mijn vrouw nog niet verteld.

Ik ben 68. Marijke is 65. We wonen al negenentwintig jaar in hetzelfde twee-onder-een-kaphuis bij Apeldoorn. De hypotheek is bijna afbetaald. Dat is geen bijzondere prestatie van ons; we hebben vooral op een gunstiger moment gekocht dan onze zoon kon.

Toen Marijke stopte bij de thuiszorg, hebben we tweedehands elektrische fietsen gekocht. We gingen doordeweeks weg, gewoon omdat het kon. Koffie ergens, een broodje mee. Ik was na veertig jaar onderhoudswerk wel klaar met vroeg opstaan en rekening houden met andermans planning.

We hebben er ongeveer anderhalf jaar van genoten.

Toen belde Thomas.

Hij en Eline woonden met hun pasgeboren dochter Noor in een huurwoning met één slaapkamer. De kinderwagen stond naast de eettafel. De huur was hoog en na Elines verlof ging ze minder werken. Thomas is planner bij een transportbedrijf. Ze verdienden samen niet slecht, maar sparen schoot niet op.

Of ze een halfjaar bij ons konden wonen. Hooguit negen maanden.

We hadden twee lege slaapkamers. Ik hoefde niet lang na te denken. Marijke begon diezelfde middag al over een campingbedje.

Wel hebben we afspraken gemaakt, aan onze keukentafel. Vierhonderd euro per maand voor de extra vaste lasten en de gezamenlijke boodschappen. Ze zouden zelf hun was doen, boven schoonhouden en meedraaien met koken en opruimen. Oppassen moest in overleg.

Thomas zei nog dat hij niet als een puber thuis wilde komen wonen.

De eerste twee maanden maakte hij het geld keurig over.

Daarna moest de auto naar de garage. Vervolgens kwam er iets met een nabetaling voor de kinderopvang. Ik weet de precieze volgorde niet meer. Elke keer was er iets begrijpelijks. Wij zeiden dat ze die maand maar even moesten overslaan.

Na een tijdje vroegen ze het niet meer.

Dat klinkt alsof ze bewust misbruik maakten van ons. Zo eenvoudig was het niet. Eline haalde geregeld boodschappen. Thomas reed Marijke naar een afspraak toen haar fiets kapot was. Hij snoeide de heg, wat ik met mijn schouder steeds langer uitstelde. We kregen geen vreemden over de vloer die niets terugdeden.

Maar die vierhonderd euro kwam niet meer.

Toen ik ernaar vroeg, zei Thomas dat ze eindelijk serieus konden sparen. Elke maand dat ze hun doelbedrag haalden, kwamen ze dichter bij een eigen huis.

Ik zei: ‘Wij hebben ook een energierekening.’

‘Ja, pap. Dat snap ik.’

Daar bleef het bij. En ik liet het erbij.

Intussen veranderde beneden van alles. Onze salontafel ging naar zolder, want Noor trok zich eraan op. Begrijpelijk. Er kwam een grote speelmat en later een traphekje tussen de woonkamer en de open keuken. Ook begrijpelijk.

Minder prettig vond ik dat mijn stoel ineens verkeerd stond voor de box. Of dat Eline vroeg of ik mijn broer niet na halfacht kon bellen, omdat mijn stem door het plafond ging.

Ze vroeg het vriendelijk. Dat maakte het moeilijker om te zeggen dat ik het zat was.

Marijke paste eerst op dinsdagochtend op. Daarna ook donderdagmiddag, omdat hun werktijden niet aansloten. Vervolgens werd ze gevraagd of ze Noor ‘heel eventjes’ kon overnemen terwijl Eline douchte of Thomas nog een telefoontje deed.

Mijn vrouw is dol op dat kind. Ze maakt filmpjes van Noor die een halve banaan eet en stuurt die naar haar zus. Maar ik trof haar ook een keer huilend bij de wasmachine.

Ze had voor de derde keer een afspraak met een vriendin afgezegd. Niet omdat iemand dat eiste. Ze had gezien hoe moe Eline was en zelf aangeboden te blijven.

‘Dan moet je niet aanbieden,’ zei ik.

Daar werd ze terecht boos om. Alsof zij niet wist hoe dat werkte.

Na een jaar vroeg ik Thomas wanneer ze weer op zichzelf dachten te wonen.

We zaten buiten. Hij liet op zijn telefoon huizen zien waarvoor ze volgens hun hypotheekadviseur te weinig konden lenen. Gewone tussenwoningen, niets buitensporigs.

‘Huren dan?’ vroeg ik.

Hij keek me aan alsof ik niet had opgelet.

‘Dan kunnen we dus weer niks sparen.’

Ik zei dat ons huis geen oplossing voor onbepaalde tijd was.

Hij werd stil. Daarna begon hij over vrienden die van hun ouders geld hadden gekregen. Over mensen met overwaarde. Of wij weleens hadden nagedacht over een appartement. Minder onderhoud, geen trap. Met een deel van wat vrijkwam, konden wij hem helpen.

‘Jullie gebruiken die ruimte toch nauwelijks,’ zei hij.

Ik ben harder uitgevallen dan nodig was. Ik vroeg of hij soms ook alvast wilde bepalen welke meubels mee mochten.

Dat had hij niet gezegd. Dat weet ik.

Maar hij had wel zitten rekenen met ons huis, terwijl wij naast hem zaten.

Later zei Eline dat hij het ongelukkig had gebracht. Dat ze echt niet wilden dat wij ons huis verkochten tegen onze zin.

‘Maar jullie willen wel dat wij het overwegen,’ zei ik.

Ze antwoordde niet meteen.

Marijke en ik hebben daarna voor het eerst ruzie gekregen over geld dat we nog niet eens hadden. Zij vond dat we moesten laten uitzoeken wat mogelijk was. Ik vond dat iedere mogelijkheid bij Thomas inmiddels klonk als een toezegging.

Toen zei ze dat ik makkelijk praten had, omdat zij degene zou zijn die Noor straks niet meer iedere ochtend zag.

Ik mis dat kind straks ook. Alleen wil ik haar graag missen vanuit mijn eigen woonkamer.

Vorige week hebben we met z’n vieren aan tafel gezeten. Ik had onze maandelijkse uitgaven op papier gezet. Dat voelde kinderachtig, maar anders ging ik weer zeggen dat het allemaal wel meeviel.

Vanaf volgende maand betalen ze weer mee. Ook hebben we afgesproken dat ze niet alleen naar koopwoningen kijken. Over zes maanden moeten ze iets anders hebben. Thomas wilde weten wat er gebeurt als dat niet lukt.

Daar had ik geen antwoord op.

Marijke heeft dinsdag weer afgesproken met haar vriendin. Eline heeft haar rooster aangepast om thuis te kunnen zijn. Dat gaf gedoe op haar werk en daar voelde Marijke zich meteen schuldig over.

De papieren liggen nog op het dressoir. Thomas heeft gisteren een huurwoning doorgestuurd. Duur, weinig ruimte, aan een drukke weg. Ik heb de advertentie drie keer bekeken voordat ik terugstuurde dat het misschien toch de moeite waard was om te gaan kijken.