We schonken onze dochter geld voor een huis, maar nu kunnen we onze eigen zorg niet meer betalen

De offerte voor de traplift ligt al bijna zes weken op de eettafel. Niet omdat we nog zo hard aan het vergelijken zijn, maar omdat ik hem niet weg kan leggen zonder het gevoel te krijgen dat ik faal.

Hij is 6.840 euro. Voor een traplift in een huis waar we juist naartoe zijn verhuisd omdat het gelijkvloers zou zijn. Het is ook grotendeels gelijkvloers, alleen de wasmachine staat op zolder. En sinds Ria haar heupoperatie is die trap ineens een probleem geworden. Eerst dacht ik: dan doen we de was wat minder vaak, of ik sleep die mand wel. Maar ik ben 74 en mijn knieën zijn ook niet meer wat ze waren. De ergotherapeut zei dat we de wasmachine beneden konden laten zetten, maar dan moest er weer leidingwerk komen. Alles kost geld. Dat is het hele verhaal tegenwoordig.

Toen we vier jaar geleden ons huis in Amersfoort verkochten, voelde het juist alsof we het verstandig hadden aangepakt. Dat huis was te groot geworden sinds onze dochter Marije op zichzelf woonde. Vier slaapkamers, een tuin waar ik elk voorjaar te lang mee bezig was, een trap die Ria toen al begon te vrezen. We kochten een kleinere patiowoning in Leusden, zonder gedoe, dachten we. Van de overwaarde hielden we na kosten en belasting genoeg over om Marije 85.000 euro te schenken voor haar huis.

Ze was toen nog met Jeroen. Ze wilden in Utrecht blijven, dicht bij hun werk en de opvang van hun zoontje Mees. Zonder dat geld hadden ze daar niets kunnen kopen. Of nou ja, iets heel kleins, zei Marije. Ze huilde toen we het overmaakten. Ria ook. Ik vond het mooi, eerlijk gezegd. Je helpt je kind vooruit, daar doe je het voor.

We hadden wel een notaris gesproken. Het was een schenking, geen lening. Dat wilde Marije ook graag zo, omdat de hypotheekadviseur anders moeilijk zou doen. We hebben daar niet lang over nagedacht. Jeroen had een vaste baan bij een IT-bedrijf, Marije werkte vier dagen in het onderwijs. Ze leken het goed voor elkaar te hebben. En wij hadden AOW, mijn pensioen uit de bouw en Ria haar pensioen van de thuiszorg. Geen vetpot, maar genoeg.

Tot alles duurder werd en Ria minder kon.

Eerst waren het kleine dingen. Een eigen bijdrage voor hulpmiddelen. Taxi naar het ziekenhuis wanneer ik niet kon rijden. Fysiotherapie die net buiten de vergoeding viel. De energierekening. Daarna ging mijn pensioenfonds een keer niet mee omhoog terwijl de boodschappen wél elke week duurder leken te worden. Ik weet dat iedereen dat zegt, maar wij merken het echt. Aan het einde van de maand laat Ria tegenwoordig de boodschappen in haar online mandje staan en haalt ze er nog drie dingen uit.

En toen ging Marije scheiden.

Ze belde ons op een dinsdagavond. Mees lag al in bed. Ik hoorde haar hard ademhalen voordat ze iets zei. Jeroen was weggegaan, zei ze. Hij had iemand anders. Dat is inmiddels anderhalf jaar geleden. Ze heeft het huis gehouden, vooral voor Mees. Jeroen betaalt alimentatie en de helft van bepaalde kosten, voor zover ik het begrijp, maar hij is ook weer ergens anders gaan wonen en het is allemaal gedoe met afspraken en rekeningen.

We hebben haar toen nergens om gevraagd. Sterker nog, we brachten maaltijden en pasten op Mees als zij naar de mediator moest. Ria zei zelfs een keer dat we misschien nog wat van onze spaarrekening konden missen. Daar heb ik toen nee op gezegd. Ik schaam me daar nu niet voor.

Pas afgelopen winter heb ik Marije gevraagd of ze met ons mee wilde kijken naar onze financiën. Niet om haar te overvallen. Ik had haar vooraf gebeld. Ik zei: ‘Meid, we lopen vast. Niet vandaag of morgen, maar wel sneller dan we dachten.’

Ze kwam op zondag, met Mees. Hij zat op de grond met zijn Lego terwijl wij aan tafel zaten. Ria had koffie gezet en een appeltaartje gehaald, alsof er iets feestelijks was.

Ik vroeg of het mogelijk was dat zij een deel van de schenking terugbetaalde. Niet alles. Ik noemde 20.000 euro, eventueel in termijnen. Daarmee konden we het huis aanpassen, wat reserve houden en hoefden we niet bij iedere brief van de gemeente of zorgverzekeraar in de stress te schieten.

Marije keek me aan alsof ik iets heel vreemds zei.

‘Pap, dat geld zit in mijn huis.’

Ik zei dat ik dat snapte. Maar een huis heeft overwaarde, zei ik. Misschien kon ze bij de bank informeren.

Toen werd ze boos. Niet hysterisch, gewoon koud. ‘Je weet toch dat ik alleen die hypotheek draag? Denk je dat ze mij zomaar twintig mille extra geven? Ik sta iedere maand te rekenen of ik uitkom.’

Ria begon te huilen. Dat maakte alles erger. Marije zei meteen sorry tegen haar, maar tegen mij bleef ze hard. Ze zei dat wij zelf hadden gekozen om geld weg te geven. Dat een schenking geen spaarrekening is waar je later weer geld uit kunt halen als het tegenzit.

Daar had ze natuurlijk een punt. Daar zit ik elke nacht mee. We hebben het gegeven. We hebben niets op papier gezet over terugbetaling. We wilden royaal zijn en blijkbaar ook een beetje trots.

Maar wat ik niet wist, en wat pas later eruit kwam, was dat Marije al schulden had toen ze het huis op haar naam zette. Geen enorme kredietkaartschulden of zoiets, maar achterstanden van de gezamenlijke rekening die Jeroen had laten lopen, een lening voor hun oude auto, en kosten van de scheiding die ze niet wilde bespreken. Ze had ons verteld dat alles ‘redelijk geregeld’ was. Dat bleek dus niet zo te zijn.

Ik ontdekte het niet omdat ze het zelf vertelde. Ria zag per ongeluk een aanmaning op haar keukentafel toen ze Mees uit school haalde. Ria heeft die niet gelezen, zegt ze, maar ze zag genoeg. Marije gaf later toe dat ze bang was geweest dat wij zouden denken dat ze onverantwoordelijk was.

Dat denken we niet eens. Of ik probeer het niet te denken. Jeroen heeft haar ook laten zitten met dingen waar zij niet om vroeg. Maar ik ben wel boos dat ze ons maandenlang liet geloven dat ze misschien ruimte had, terwijl ze kennelijk wist dat er niets kwam.

Vorige maand overleed mijn tante Ans. Ze woonde alleen in een huurflat in Zeist en had geen kinderen. We waren niet heel hecht, maar ik hielp haar wel met haar administratie. In haar testament staat dat Ria en ik haar erfgenamen zijn. Het gaat, na de uitvaart en wat rekeningen, waarschijnlijk om iets van 18.000 euro.

Marije wist altijd dat tante Ans zei dat ‘het later toch voor haar en Mees’ was. Daar heeft tante Ans zelf ook wel eens over gepraat, aan de keukentafel, met een borreltje op. Alleen heeft ze het nooit zo in haar testament laten zetten.

Ik heb tegen Marije gezegd dat we dat geld nu nodig hebben voor onszelf. Niet omdat we haar willen straffen. Omdat het er is en omdat we niet nog verder willen interen tot we straks afhankelijk zijn van haar of van regelingen waar we nu nog niet aan toe zijn.

Ze zei: ‘Dus eerst vraag je mijn geld terug, en nu pak je ook mijn erfenis af.’

Ik werd zo kwaad dat ik zei dat het nooit haar erfenis is geweest. Meteen daarna had ik spijt van die woorden, vooral omdat Mees naast haar op de bank zat en opkeek.

Sindsdien appt ze vooral met Ria. Met mij alleen als het over praktische dingen gaat. Volgende week komt Mees een nachtje logeren, als hij tenminste niet ziek wordt. Marije brengt hem dan waarschijnlijk af en blijft in de auto wachten, zoals de laatste keren.

De offerte voor die traplift ligt er nog. Misschien laten we eerst alleen de wasmachine verplaatsen. Misschien verkoop ik mijn motor, die ik toch nauwelijks meer gebruik. Misschien komt er iets uit die erfenis waarmee we ademruimte krijgen.

Maar elke keer als ik de bankapp open, denk ik niet aan cijfers. Ik denk aan die dag dat we Marije dat bedrag gaven en ze zei dat ze nooit zou vergeten wat we voor haar hadden gedaan. Ik geloof nog steeds dat ze dat meende.