Hij wilde de rekening exact door twee delen, maar voor mij ging het die avond om iets anders
Ik had mezelf nog zo voorgenomen er niet te veel van te verwachten. Dat zeg ik altijd tegen vriendinnen als ik weer eens op date ga via Hinge, maar ondertussen denk ik natuurlijk wel na over wat ik aantrek en of ik niet te vroeg ben. Ik ben 34, woon alleen in een huurappartement in Nieuwegein en ik ben inmiddels op het punt dat ik geen zin meer heb in eindeloos appen zonder ooit iemand te zien.
Met Maarten had ik bijna twee weken contact gehad. Hij was 38, werkte als projectmanager bij een technisch bedrijf in Amersfoort en had op zijn profiel iets staan over speciaalbier, hardlopen en “geen gedoe, wel diepgang”. Daar kun je van alles onder verstaan, maar zijn berichten waren in elk geval normaal. Niet meteen seksueel, niet van die losse grappen waar je vervolgens zelf het gesprek moet dragen.
We spraken af bij een klein restaurant aan de Oudegracht in Utrecht. Niet chic-chic, maar ook niet een plek waar je onder tl-licht een schnitzel eet. Ik was er tien minuten te vroeg, wat ik irritant van mezelf vind. Ik heb buiten nog even gedaan alsof ik iets op mijn telefoon moest opzoeken, terwijl ik eigenlijk alleen maar naar mijn eigen spiegelbeeld in het zwarte scherm keek.
Maarten was op tijd. Dat was meteen positief. Hij had een donkere jas aan, zag er verzorgd uit en gaf me een korte, wat stijve omhelzing. Geen rare foto-misleiding, dat is tegenwoordig al bijna een opluchting.
De eerste twintig minuten waren prima. We hadden het over werk, over wonen en over hoe belachelijk de huurprijzen zijn. Hij vertelde dat hij nog in een koopappartement in Amersfoort woonde dat hij destijds met zijn ex had gekocht. Zij was na de breuk uitgekocht, zei hij. Hij vertelde het heel zakelijk, alsof hij een hypotheekgesprek samenvatte.
Ik zei dat ik na mijn scheiding geen behoefte had gehad om meteen weer iets te kopen. Mijn ex en ik hadden destijds net geen kinderen, gelukkig eigenlijk, want de scheiding was al ingewikkeld genoeg. Ik vertelde dat wat aarzelend. Niet omdat ik me ervoor schaam, maar omdat je op een eerste date ook niet meteen je hele administratie op tafel wilt leggen.
Hij knikte en zei: “Ja, emoties maken mensen vaak irrationeel bij dat soort dingen.”
Ik weet nog dat ik even lachte, omdat ik dacht dat hij een grapje maakte. Maar hij keek gewoon serieus naar de menukaart.
Later hadden we het over zijn zus, die volgens hem “altijd gered moest worden” door hun ouders. Ze had na haar burn-out tijdelijk weer thuis gewoond met haar zoontje. Ik zei dat het voor haar waarschijnlijk een heftige periode was geweest.
“Ja, maar op een gegeven moment moet je ook gewoon weer verantwoordelijkheid nemen,” zei hij. “Iedereen heeft het druk. Ik vind dat mensen tegenwoordig heel snel een label op zichzelf plakken.”
Dat kan natuurlijk. Misschien had hij wel gelijk, ik kende zijn zus niet. Maar hij zei alles zo definitief. Alsof er nooit omstandigheden bestonden waarin je even niet kon wat je eigenlijk zou moeten kunnen.
Ik merkte dat ik stiller werd. Hij vroeg nog wel dingen aan mij, maar vaak leek hij vooral te wachten tot hij zelf weer iets kon uitleggen. Hij had sterke meningen over thuiswerken, over mensen die “boven hun stand” huren in Amsterdam, over vrouwen die verwachten dat een man altijd betaalt.
Dat laatste kwam doordat de serveerster vroeg of we nog iets wilden drinken. Ik had een glas huiswijn gehad en bestelde kraanwater. Hij nam een tweede IPA, zo’n flesje van bijna acht euro.
Hij zei: “Ik snap echt niet dat sommige vrouwen nog denken dat een man de hele avond moet betalen. Gelijkwaardigheid betekent toch gewoon: ieder de helft?”
Ik zei dat ik meestal gewoon kijk wat logisch voelt. Als de een veel meer bestelt, is het wel zo netjes om daar rekening mee te houden. En soms trakteert de een, soms de ander. Daar hoef je toch geen principe van te maken.
Hij trok zijn wenkbrauwen op. “Maar dan wordt het arbitrair. Ik houd niet van arbitrair. Gewoon delen is het eerlijkst.”
Ik liet het maar. Niet omdat ik het met hem eens was, maar omdat ik geen zin had om op een eerste date een debat te voeren over een denkbeeldige rekening die er nog niet lag.
Alleen lag die er later dus wel.
Ik had een pasta met groenten besteld en één glas wijn. Hij had voorgerecht, een biefstuk, extra friet, twee speciaalbieren en daarna espresso. Hij at het allemaal met smaak op, dus het was niet alsof ik hem iets misgunde. De rekening was 94 euro en nog wat centen.
De serveerster zette het mapje neer en Maarten pakte het meteen. Hij keek ernaar, pakte zijn telefoon en zei: “Dus, 47,15 per persoon.”
Ik dacht eerst echt dat hij een grap maakte. Maar hij had zijn betaalapp al open.
“Mijn pasta was negentien euro,” zei ik. “En ik heb één wijn gehad.”
Hij keek me aan alsof ik ineens een heel andere taal sprak. “Ja, maar we zijn samen uit eten geweest.”
“Klopt. Maar jij hebt bijna twee keer zoveel besteld als ik.”
“Dat is toch niet relevant? Anders moet je elk borreltje gaan turven. Dit is juist makkelijk en gelijkwaardig.”
Ik voelde mijn wangen warm worden. Niet eens vanwege die 47 euro. Ik kan dat bedrag betalen. Ik wilde ook helemaal niet dat hij voor mij betaalde. Maar de manier waarop hij het zei, zo hard en bijna administratief, maakte me ineens verdrietig. Alsof attent zijn per definitie verdacht was. Alsof je elkaar alleen eerlijk kon behandelen door geen enkele ruimte te laten voor redelijkheid of gulheid.
Ik zei: “Voor mij is gelijkwaardigheid niet dat je altijd op de cent precies hetzelfde doet. Het is ook een beetje kijken naar elkaar.”
Hij zuchtte kort. “Dat klinkt mooi, maar uiteindelijk komt het er dan toch op neer dat de man meer betaalt.”
Daar schoot ik van vol. Niet zichtbaar, hoop ik. Ik keek naar de rekening, naar zijn lege bierflesje en dat kleine kopje espresso, en dacht: hij hoort helemaal niet wat ik zeg. Hij heeft al besloten welk soort vrouw ik ben omdat ik niet vrolijk ja zei op zijn rekensom.
Ik heb mijn eigen deel uitgerekend, inclusief een redelijke fooi, en 31 euro overgemaakt. Ik zei dat hij de rest kon doen.
Hij keek geïrriteerd. “Dus je wilt nu moeilijk doen om zestien euro?”
“Volgens mij doen we allebei moeilijk,” zei ik. Dat was flauw, maar ik was er klaar mee.
We liepen daarna nog samen naar buiten omdat onze fietsen dezelfde kant op stonden. Het regende een beetje. Van die miezer waar je haar meteen slap van wordt. Hij zei bij het afscheid: “Ik vond het verder wel gezellig, hoor. Misschien was dit gewoon een miscommunicatie.”
Ik zei dat ik er geen tweede date in zag. Hij knikte, maar zijn gezicht ging dicht. “Oké. Jammer dat je zo snel oordeelt.”
In de trein terug naar Nieuwegein bleef die zin hangen. Misschien oordeelde ik inderdaad snel. Misschien was hij zenuwachtig geweest, of zat er iets achter door zijn scheiding, zijn ex, geldgedoe, ik weet het niet.
Maar ik voelde ook opluchting toen ik thuis mijn schoenen uitdeed. Niet omdat ik die zestien euro had uitgespaard. Eerder omdat ik niet nog maanden wilde uitzoeken of iemand warmte kon leren tonen als hij alles meteen een principe noemt.
De volgende ochtend stuurde hij nog een berichtje dat hij het “jammer vond dat ik gelijkwaardigheid blijkbaar anders definieerde”. Ik heb lang naar mijn scherm gekeken en uiteindelijk alleen geantwoord: “Dat klopt. Ik denk dat we niet zo goed bij elkaar passen.”
Daarna heb ik de app verwijderd. Niet voor altijd, waarschijnlijk. Maar wel even.