Mijn man wilde met onze vriendengroep een huis in Frankrijk kopen, maar ik zag onze avonden langzaam veranderen in vergaderingen

De eerste keer dat Henk het erover had, stond hij in de keuken met een glas wijn in zijn hand en een velletje uit de printer gevouwen onder zijn arm. Dat was op zichzelf al verdacht. Henk print normaal alleen routebeschrijvingen uit als hij ergens in Duitsland moet zijn.

Hij was net drie maanden met pensioen. Vijfendertig jaar bij de gemeente gewerkt, eerst buiten bij groenvoorziening, later als voorman. Hij had altijd gezegd dat hij eindelijk niks wilde hoeven. Lang uitslapen, fietsen, een beetje klussen aan de caravan. Maar na twee weken wist ik eigenlijk al dat hij onrustig werd van al die lege dagen.

Op dat vel stonden foto’s van een oud huisje in de Drôme. Niet eens lelijk. Luiken, een vijgenboom, een zwembad dat volgens mij vooral op de foto groot leek. Hij vertelde dat Arie en Monique daar in de buurt ooit hadden gekampeerd. Kees kende iemand die goed Frans sprak. Jos en Lianne wilden al jaren iets kopen in het buitenland, maar vonden het alleen te duur.

“Als we het nou samen doen,” zei Henk. “Niet als belegging of zo. Gewoon voor ons. Voor later.”

Wij zijn met z’n achten al meer dan dertig jaar bevriend. Vier stellen. Ooit begonnen op de camping in Zeeland, toen onze kinderen nog klein waren en iedereen ruzie kreeg om dezelfde douche. Daarna werd het vaste prik. Om de beurt eten op vrijdag. Jeu-de-boules in de zomer, een huisje met oud en nieuw, soms een weekend fietsen in Limburg. Niet iedere week precies, maar vaak genoeg dat ik op donderdag al wist bij wie we zouden zitten en wat er ongeveer op tafel kwam.

Juist omdat het nooit ingewikkeld was, denk ik.

Ik zei die avond dat een huis met acht eigenaren mij geen vakantie leek maar een VvE-vergadering met zwemshorts. Henk lachte eerst. Hij dacht dat ik een grap maakte.

De vrijdag erna legde hij het plan bij iedereen op tafel. Niet letterlijk dat vel, gelukkig, maar hij had een presentatie op zijn tablet. Zelfs met een schema. Iedereen zou een bedrag inleggen, jaarlijks een pot voor onderhoud, weken verdelen buiten de schoolvakanties want daar hadden de meesten toch geen last meer van. Als iemand eruit wilde, konden de anderen diegene uitkopen.

Niemand zei meteen nee. Dat is ook een beetje hoe wij zijn. Eerst koffie, dan nog een wijntje, dan doen alsof je ergens rustig over na moet denken terwijl je eigenlijk al voelt dat je het niet wilt.

Monique werd meteen enthousiast. Zij zag zichzelf al op de markt lopen met een rieten mand. Arie zei dat hij best een badkamer kon aanpakken. Kees begon op zijn telefoon naar hypotheekrentes te zoeken, terwijl hij normaal nog geen energieleverancier durft over te sluiten zonder zijn dochter te bellen.

Lianne zei weinig. Ze knikte vooral. Later, toen we samen de borden afdroogden, vroeg ze heel zacht of ik het echt niks vond.

Ik zei: “Een week met jullie in Frankrijk lijkt me heerlijk. Een huis kopen met jullie vind ik iets anders.”

Ze keek naar de vaatdoek in haar handen en zei: “Jos wil heel graag. Hij zegt dat je op onze leeftijd niet alles moet kapotdenken.”

Daar had ik niks goeds op terug.

De weken daarna kwam het onderwerp overal tussendoor. Bij de borrel. In de groepsapp. Tijdens een fietstocht waarbij we normaal alleen discussiëren over welke afslag we gemist hadden. Ineens ging het over Franse belastingen, wie er een auto met trekhaak had, of kleinkinderen ook mochten komen, en hoeveel weken iemand minimaal moest afnemen om het eerlijk te houden.

Henk leefde ervan op. Dat moet ik hem nageven. Hij zat weer rechtop aan tafel. Hij belde makelaars, vergeleek offertes, maakte lijstjes. Hij zei dat hij eindelijk iets had waar hij zijn hoofd in kwijt kon. Na al die jaren waarin zijn werk zijn dagen bepaalde, vond ik dat ook mooi voor hem. Echt. Alleen kreeg ik een naar gevoel van de manier waarop hij over ‘ons project’ sprak, terwijl wij er thuis nog niet eens uit waren.

Ons spaargeld stond op een gezamenlijke rekening. Geen enorm vermogen, gewoon wat we na jaren zuinig doen hadden opgebouwd. De badkamer moest binnen een paar jaar ook echt aangepakt worden. En ik wilde, als het kon, iets achter de hand houden. Niet omdat ik denk dat morgen alles instort, maar omdat ik het prettig vind om niet bij elk gedoe te hoeven rekenen.

Toen ik zei dat ik niet wilde inleggen, werd Henk stil. Hij zat aan de eettafel met zijn leesbril op, naar zijn spreadsheet te kijken.

“Dus jij gunt mij dit niet,” zei hij uiteindelijk.

Dat was zo oneerlijk dat ik eerst niets kon zeggen. Daarna zei ik iets wat ook niet aardig was. Dat hij niet ineens met het pensioen van acht mensen een projectleider hoefde te spelen omdat hij zich thuis verveelde.

Hij stond op, deed zijn bril af en zei dat ik altijd pas meedeed als alles al veilig en geregeld was. Dat kwam hard aan, juist omdat er een kern van waarheid in zit. Ik ben niet avontuurlijk. Ik boek liever een huisje dat al bestaat dan dat ik maandenlang met Franse aannemers ga mailen.

Maar ik zei ook: “Ik wil niet dat we straks ruzie maken met Arie omdat hij zonder overleg een pergola heeft besteld. Of dat Monique teleurgesteld is omdat wij in augustus met onze dochter naar Italië gaan en zij die week had willen hebben. Ik wil niet dat Lianne ja zegt omdat ze bang is dat ze anders buiten de groep valt.”

Daarop zei Henk niets. Hij keek alleen naar buiten, naar onze natte achtertuin in Amersfoort. De kliko stond nog bij de schuur. Het was zo’n klein, lullig beeld voor zo’n groot gesprek.

Een paar dagen later belde Lianne me. Ze huilde niet, maar haar stem klonk dun. Jos had al tegen Henk gezegd dat zij waarschijnlijk meededen. Zij durfde hem niet meer te vertellen dat ze wakker lag van het bedrag. Ze hadden net hun pensioen aangevuld omdat Jos vroeger een tijd als zelfstandige had gewerkt. Ze konden het technisch gezien betalen, zei ze, maar dat was iets anders dan het willen.

Ik heb haar gezegd dat ze dat tegen de groep moest zeggen, niet alleen tegen mij. Maar ik snapte ook dat dat makkelijk praten was. Ik had zelf nog geen woord in de groepsapp gezet. Ik liet Henk het gesprek voeren en klaagde thuis over de gevolgen.

De uiteindelijke bijeenkomst was bij ons, op een zondagmiddag. Henk had appeltaart gehaald van de bakker en ik vond het irritant dat hij dat deed, alsof je met goede appeltaart een financieel besluit gezellig kon maken. Niemand at veel.

Kees en Monique waren voor. Arie twijfelde, maar vooral omdat hij vond dat een huis onderhoud nodig had en hij niet de enige klusser wilde worden. Lianne zei uiteindelijk dat zij en Jos niet mee zouden doen. Jos keek de hele tijd naar zijn handen. Hij zei wel dat hij het jammer vond dat het plan daardoor misschien niet doorging.

Toen iedereen naar mij keek, voelde ik me ineens kleiner dan ik had verwacht.

Ik heb gezegd dat ik niet meedeed. Niet omdat ik niet met ze op vakantie wil, en ook niet omdat ik Henk niks gun. Maar omdat ik onze vriendschap niet wilde ombouwen tot iets waarin we elkaar konden aanspreken op facturen, schoonmaakroosters en wie er te lang onder de parasol zat.

Monique zei dat echte vrienden juist wel zoiets samen konden dragen. Daar geloof ik best in, bij sommige mensen misschien. Alleen voelde het bij ons alsof we onszelf eerst moesten bewijzen voordat we nog gewoon mochten aanschuiven op vrijdag.

Het huis is er niet gekomen. Met vier stellen was het haalbaar geweest, met twee niet. Henk heeft nog een tijdje verder gezocht naar iets kleins dat we samen konden kopen, maar dat liep dood. Sinds kort helpt hij twee dagen per week bij een buurttuinproject. Hij komt daar smerig en opvallend tevreden vandaan.

Onze vriendengroep bestaat nog. Vrijdag zitten we weer bij Arie en Monique. Henk heeft toegezegd dat hij de couscoussalade meeneemt. In de app wordt weer gepraat over wie de stokbroden haalt.

Maar onder sommige berichten blijft het lang stil. En ik merk dat ik, als iemand zegt dat we volgend jaar misschien met z’n allen naar Frankrijk moeten, eerst naar Henk kijk voordat ik antwoord geef.