Mijn man durft geen nee te zeggen tegen zijn beste vriend, en nu moeten wij blijkbaar mee op een vakantie van 4.800 euro

Vorige week maandag zat ik met mijn koffie aan de keukentafel toen Theo een berichtje van Henk naar me doorstuurde. Alleen een link, een paar foto’s van witte huisjes aan een Italiaans meer en daaronder: “Ik heb een geweldige week gevonden voor ons vieren. Wel even vandaag vastleggen, anders zijn de goede kamers weg.”

Ik klikte erop en zag meteen die prijs. 4.800 euro, exclusief vlucht, voor zes nachten. Er zat een wijnproeverij bij, een privéboottocht en drie diners op plekken waar je blijkbaar niet zomaar van de kaart kon eten.

Theo kwam binnen met de vuilniszak en zei: “Mooi hè?”

Ik dacht eerst dat hij een grap maakte.

“Vind jij bijna vijfduizend euro mooi?” vroeg ik.

Hij haalde zijn schouders op. “Nee, maar Henk bedoelt het goed. Hij heeft er echt tijd in gestoken.”

Dat zinnetje, hij bedoelt het goed, hoor ik de laatste tijd vaak als het over Henk gaat. Alsof goede bedoelingen automatisch betekenen dat de rest van ons moet meebewegen.

We kennen Henk en Marijke al bijna 36 jaar. Theo werkte toen nog bij de gemeente, Henk zat in de verkoop van kantoormeubelen en Marijke en ik stonden op woensdagmiddag langs een nat voetbalveld naar onze jongens te kijken. We gingen kamperen in Frankrijk met te kleine tenten en te veel kinderen. We hebben samen verjaardagen gevierd, scheidingen van familieleden doorstaan, onze ouders zien aftakelen. Toen mijn moeder overleed, stond Marijke de volgende ochtend al met een pan soep bij de deur. Zo iemand is zij.

En Henk kan ook ontzettend gul en grappig zijn. Hij is degene die op een verjaardag ineens de afwas doet zonder dat iemand het merkt. Of vroeger dan, in elk geval.

Sinds hij vorig jaar met pensioen is, is er iets verschoven. Hij heeft een elektrische racefiets gekocht, zo’n ding waar hij heel stellig geen e-bike tegen zegt. Daarna kwam er een fietscomputer, speciale kleding, een abonnement op een club die meerdaagse tochten organiseert en uiteindelijk ook een nieuwe auto met een trekhaak voor een peperdure fietsendrager.

Ik gun hem dat echt. Hij heeft hard gewerkt en hij heeft die eerste maanden na zijn pensioen zichtbaar moeten zoeken naar wat hij met zichzelf aan moest. Maar zijn hobby is langzaam ons gezamenlijke programma geworden.

Eerst waren het kleine dingen. “Zondag koffie bij De Proloog, dan kunnen we mooi even naar de nieuwe gravelroute kijken.” Daarna: “We gaan zaterdag lunchen bij dat hotel in de Veluwe, daar kun je prachtig fietsen.” Alleen Henk fietst dan prachtig. Theo heeft een gewone stadsfiets met zeven versnellingen en ik krijg na twintig kilometer last van mijn knieën. Marijke fietst ook niet graag, maar die zegt meestal: “Ach, we zitten toch lekker buiten.”

Het gaat mij niet eens alleen om dat fietsen. Het is dat alles vastligt voordat iemand iets gevraagd is. Henk stuurt een groepsapp met een datum, een restaurant, een reserveringslink en soms zelfs een Tikkie-voorstel. Als ik dan zeg dat wij al iets hebben, of gewoon een rustig weekend willen, blijft het een tijd stil. Daarna reageert hij met: “Jammer, dan gaan wij wel,” wat op papier heel onschuldig lijkt, maar ik ken hem lang genoeg om te weten dat hij teleurgesteld is.

Theo voelt dat ook. Hij zegt alleen nooit dat het hem stoort.

In maart hadden we een weekendje Maastricht gepland. Of nou ja, Henk had dat gepland. Een hotel met wellness, drie gangen diner en een arrangement waarbij je ook nog een rondleiding door een wijngaard kreeg. Voor mij was het bedrag toen al fors, maar Theo zei dat we “ook niet alles kapot moesten rekenen”. Uiteindelijk heb ik mijn mond gehouden.

Het was op zich gezellig. We hebben gelachen, te veel gedronken bij het diner en Marijke vertelde iets aandoenlijks over haar kleindochter. Maar de volgende ochtend moesten we om half tien beneden staan omdat Henk om elf uur een huurfiets geregeld had. Ik zat met mijn stijve schouders in een strakke hotelbadjas naar een ontbijtbord te kijken en dacht alleen maar: waarom zijn we hier eigenlijk als we niet eens rustig kunnen ontbijten?

Onderweg kreeg Theo een lekke band. Henk werd daar niet boos om, maar wel kortaf. Hij vond dat Theo vooraf had moeten zeggen dat hij niet gewend was aan zo’n fiets. Theo zei de rest van de dag bijna niets meer.

Thuis zei ik dat ik dit soort weekenden niet meer wilde.

Theo keek naar de televisie en zei: “Je hoeft niet overal iets van te maken, Lies.”

Daar werd ik zó kwaad om. Niet omdat hij me Lies noemde, dat doet hij altijd, maar omdat het klonk alsof ik een zeurende vrouw was die een gezellig uitje verpestte.

“Ik maak er niets van,” zei ik. “Henk maakt van alles een programma waar wij dan aan moeten voldoen.”

Theo zuchtte. Hij zei dat Henk misschien wat enthousiast was sinds zijn pensioen. Dat hij weinig mensen heeft buiten ons en zijn oude collega’s. Dat Marijke het ook niet altijd makkelijk vindt om hem af te remmen.

Daar had hij waarschijnlijk gelijk in. Maar ik dacht: en wij dan? Mogen wij soms geen leven hebben dat niet rond Henk zijn agenda draait?

Bij die vakantie naar Italië kwam het er allemaal uit. Theo wilde Henk bellen om te zeggen dat we erover na moesten denken. Daar kon ik al niet tegen. Alsof we toestemming moesten vragen om na te denken over ons eigen geld.

Ik zei dat hij gewoon moest schrijven dat wij niet meegaan.

“Zo bot hoef je toch niet te doen?” zei Theo.

“Bot? Hij boekt bijna een vakantie voor ons zonder overleg.”

“Hij heeft nog niks geboekt.”

“Nee, gelukkig niet. Maar hij verwacht wel dat we ja zeggen.”

Theo liep naar het aanrecht en begon zonder reden een schoon kopje af te drogen. Dat doet hij als hij geen antwoord wil geven. Toen zei hij heel zacht dat hij geen zin had om op onze leeftijd vrienden kwijt te raken om een vakantie.

Dat raakte me meer dan ik wilde toegeven. We hebben inderdaad niet meer een huis vol mensen zoals vroeger. Onze zoons wonen in Zwolle en Eindhoven, druk met hun eigen gezinnen. Veel kennissen zijn verwaterd. Een paar vrienden zijn overleden of ziek. Henk en Marijke zijn geen zomaar-vrienden die je vervangt door een nieuw echtpaar van de kaartclub.

Maar ik zei ook: “Als wij alleen vrienden kunnen blijven door overal ja op te zeggen, wat blijft er dan eigenlijk over?”

Die avond heb ik Marijke gebeld. Niet om haar tegen Henk op te zetten, dat wilde ik echt niet. Ik zei alleen dat Italië voor ons niet haalbaar voelde, financieel niet en ook qua energie niet. We waren net terug van een paar dagen aan zee met onze dochter van Theo’s broer, en ik had eerlijk gezegd behoefte aan weken waarin er niks hoefde.

Marijke bleef even stil. Toen zei ze: “Ik snap je wel.”

Ik wachtte op meer, maar er kwam niets.

Later hoorde ik Henk via Theo’s telefoon, op de speaker, zeggen dat hij het “oprecht jammer” vond en dat hij dacht dat we juist toe waren aan iets bijzonders. Hij zei ook dat hij dan misschien met zijn broer en schoonzus zou gaan, als die konden.

Dat klonk redelijk. Bijna té redelijk. Theo zat na dat gesprek lang met zijn telefoon in zijn hand.

De volgende dag stuurde Henk in de groepsapp foto’s van een andere accommodatie. Goedkoper, schreef hij erbij. Alsof het probleem alleen de prijs was. Ik heb de app dichtgedaan zonder te reageren.

Theo heeft uiteindelijk gestuurd dat we dit jaar geen buitenlandse groepsvakantie willen doen. Hij heeft er drie versies van gemaakt voordat hij op verzenden drukte. Henk antwoordde alleen: “Duidelijk.”

Sindsdien is het stiller dan normaal. Geen voorstel voor koffie, geen stom filmpje van Henk over wielrennen, niets. Marijke stuurde mij gisteren wel een foto van haar kleinzoon met een ijsje, zonder verdere tekst. Ik heb een hartje teruggestuurd, wat misschien kinderachtig is, maar ik wist niet wat ik anders moest zeggen.

Zaterdag gaan Theo en ik naar de markt. Hij wil nieuwe planten halen voor achter in de tuin, terwijl hij normaal zegt dat ik daar beter zicht op heb. Misschien probeert hij gewoon iets te doen.

Ik weet niet of Henk en Marijke uiteindelijk naar Italië gaan. Ik weet ook niet of we over een maand weer bij hen aan tafel zitten alsof dit allemaal overdreven gedoe was.

Maar die link staat nog steeds in mijn browsergeschiedenis. Soms klik ik hem bijna weer aan, alleen om te kijken of ik me niet aanstel. Daarna denk ik aan dat kopje dat Theo stond af te drogen, terwijl het al schoon was, en dan doe ik mijn laptop dicht.