We wilden met ons spaargeld het huis van onze zoon redden. Onze dochter zei dat zij al jaren op ons wachtte.
Op het kladpapier naast onze computer had ik twee bedragen geschreven. Wat we hadden, en wat er over zou blijven als we Dennis hielpen. Het tweede bedrag was nog steeds behoorlijk. Dat stelde me gerust, tot onze dochter vroeg of we ook hadden uitgerekend hoeveel keer het inmiddels was.
Ik ben drieënzeventig. Mijn vrouw Ria is zeventig. Ik heb veertig jaar in de technische dienst van een zuivelfabriek gewerkt, zij maakte schoon bij een school en later bij een huisartsenpraktijk. Geen grote salarissen, maar ons huis was niet duur toen we het kochten. We hebben de hypotheek afgelost en altijd gespaard.
Een nieuwe keuken vonden we onzin zolang de kastjes dichtgingen. Op vakantie gingen we naar een camping bij Ommen, later huurden we daar een huisje. Ria draagt haar winterjas al elf jaar. Dat zegt ze zelf, ik houd dat niet bij.
We hadden ruim twee ton op de bank. Voor tegenvallers, voor later, en uiteindelijk voor de kinderen.
Dennis is vierenveertig. Hij heeft een klusbedrijf gehad, een webwinkel en een samenwerking met iemand die volgens hem geld uit de zaak heeft gehaald. Wat daarvan precies klopt, weet ik niet. Ik heb die man nooit ontmoet.
Er is altijd iets geweest. Een bus die stukging. Een klant die niet betaalde. Een administratie die nog bijgewerkt moest worden.
Wij hebben geholpen. Eerst kleine bedragen, later meer. Een deel zou terugkomen. Van één lening heb ik nog een ondertekend velletje in een map zitten. Daar kijkt niemand meer naar.
Marieke is twee jaar ouder. Ze werkt als analist in een ziekenhuis, woont alleen en heeft haar zaken op orde. Haar huwelijk is zes jaar geleden geëindigd. Ze kocht haar ex uit en bleef in hun rijtjeshuis wonen. Ik was daar trots op. Dat heb ik ook gezegd.
Dennis belde ons in februari. Deze keer kon hij zijn huis kwijtraken.
Er was een achterstand op zijn hypotheek en er liepen nog schulden uit zijn laatste bedrijf. Hij had inmiddels een baan bij een groothandel in bouwmaterialen. Een jaarcontract, met vroege diensten. Hij liet ons loonstroken zien. Ook brieven die hij eerder niet had laten zien.
Dat laatste maakte me kwaad. Tegelijk zat hij daar aan onze keukentafel met een plastic tas vol enveloppen en kon ik alleen maar denken dat hij blijkbaar nergens anders meer heen kon.
Met hulp van een financieel adviseur werd duidelijk wat er nodig was om de achterstanden en een aantal andere schulden weg te werken. Ongeveer achtenzestigduizend euro. We moesten ook rekening houden met schenkbelasting. Het zou niet zomaar één overschrijving worden.
‘Daarna kan ik het zelf,’ zei Dennis.
Ria vroeg of hij zeker wist dat alles nu boven tafel lag.
Hij knikte. Ik wilde hem geloven. Dat is niet hetzelfde als hem geloven, maar zo heb ik het toen wel aan mezelf verteld.
We nodigden Marieke uit omdat we niet wilden dat ze het later via haar broer zou horen. Ria had appeltaart gehaald. Achteraf een ongelukkig idee, alsof we iets te vieren hadden.
Marieke luisterde zonder ons te onderbreken. Toen vroeg ze dat van die eerdere keren.
Ik zei dat we geen boekhouding van onze kinderen bijhielden.
‘Van hem niet,’ zei ze.
Dat vond ik een gemene opmerking. Ik heb zelf altijd alles netjes bijgehouden. Alleen niet alles bij elkaar opgeteld.
Ze stelde voor om ons allebei hetzelfde bedrag te laten schenken. Of om Dennis eerst een jaar met begeleiding zijn geld te laten beheren en te kijken of hij zijn afspraken nakwam.
‘Een jaar heeft hij niet,’ zei Ria. ‘Dan is dat huis weg.’
‘Dan misschien een kleiner huis.’
‘Zo eenvoudig is dat niet.’
‘Nee. Dat is het bij hem nooit.’
Ik zei dat zij goed zat. Een vaste baan, een eigen huis. Dat Dennis anders misschien op straat zou komen.
Marieke schoof haar bordje van zich af.
‘Jullie weten helemaal niet hoe ik zit.’
Ze vertelde dat ze na haar scheiding jarenlang nauwelijks iets overhield. Dat ze extra diensten had gedraaid om haar huis te kunnen houden. Niet omdat ze het zo leuk vond om met kerst te werken, zoals wij blijkbaar dachten.
Ik vroeg waarom ze dat nooit had gezegd.
‘Omdat jullie iedere keer over Dennis begonnen.’
Dat klopte niet helemaal. We vroegen ook naar haar werk. Naar haar tuin. Alleen kon ik me op dat moment geen gesprek herinneren waarin we hadden gevraagd of ze het financieel redde.
Ik heb toen iets gezegd waar ik nog steeds last van heb.
‘Je kunt toch niet verwachten dat we je betalen omdat jij verstandige keuzes maakt?’
Ze keek me aan en zei heel rustig dat ze niet betaald wilde worden.
Toen begon ze over haar galblaasoperatie. Drie jaar geleden. Ik wist natuurlijk dat die geweest was. Wat ik niet meer wist, was dat zij ons had gevraagd haar op te halen uit het ziekenhuis.
We konden niet. Dennis moest die dag zijn bedrijfsruimte leegmaken en had onze aanhanger nodig. Ik was meegegaan. Ria had zijn administratie uitgezocht.
Een vriendin had Marieke opgehaald en was die nacht bij haar gebleven.
‘Jullie hebben later bloemen gestuurd,’ zei ze. ‘Dat was aardig. Maar ik had gewoon gevraagd of jullie kwamen.’
Ria begon te huilen. Marieke ook, maar ze veegde haar gezicht meteen af.
Het gesprek werd er niet beter op. Ria zei dat we dit rustig moesten oplossen en dat Marieke haar broer niets moest verwijten. We hadden al genoeg spanning gehad.
‘Dus ik moet weer normaal doen,’ zei Marieke.
Ze vertrok zonder koffie.
Dennis belde haar die avond zelf. Ik weet niet precies wat hij gezegd heeft. Tegen mij zei hij dat hij eindelijk probeerde iets op te bouwen en dat zij hem blijkbaar liever zag mislukken. Ik heb gezegd dat hij dat niet wist.
Dat werd ook een vervelend gesprek.
We zijn nu vijf weken verder. We willen hem nog steeds helpen. Via de adviseur, met rechtstreeks betalen van schuldeisers en begeleiding bij zijn geldzaken. Of dat genoeg zekerheid geeft, weet ik niet.
Ik heb ook onze oude bankafschriften erbij gepakt. Het bedrag dat Dennis eerder heeft gekregen, is hoger dan ik dacht. Ria wil niet dat ik het aan Marieke stuur. Ze zegt dat we dan alleen maar meer ruzie krijgen.
Marieke komt voorlopig niet op zondag eten. Ze neemt wel op als ik bel. Laatst vroeg ik of ik haar ergens mee kon helpen.
Ze zei dat haar schutting scheef stond, maar dat ze al iemand had geregeld.
Daarna hebben we nog even over mijn bloeddruk gepraat. Toen moest ze naar haar werk.